FIJNE GROTE BROER

Philippe Remarque had ze ook, die vooroordelen. Als correspondent in Berlijn zag hij al snel het nut in van ernst, hoffelijkheid en orde....

tekst Philippe Remarque

IN Den Haag werd het oud papier opgehaald. Tussen de pizzadozen en oude kranten zag ik ze op de stoep liggen: Loe de Jongs complete Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, zestien dikke banden in de regen. Een morsig oud echtpaar gooide ze in een laadbak, verheugd over het zware gewicht. Voor het jeugdvoetbal, zeiden ze.

Als Loe de Jong bij het oud papier ligt, is de oorlog voorbij. Misschien moeten we ons dan ook maar eens over onze oude weerzin tegen Duitsland heen zetten.

Ik weet, dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Toen de Volkskrant me aanbood als correspondent naar Berlijn te gaan, moest ik eerst diep nadenken. Die stad is natuurlijk fascinerend, meer geschiedenis dan je opkunt. Maar wat moest ik tussen de Duitsers? Na een paar dagen volgde mijn weloverwogen antwoord aan de hoofdredactie: 'Komt Londen ook niet vrij? Ik heb toch meer affiniteit met de Britse cultuur. ' Want in het hoofd van een Nederlander is het heel overzichtelijk: in Engeland kom je terecht in de prettig absurde wereld van Monty Python.

In Duitsland ben je veroordeeld tot de steriele burgerlijkheid van het Derrick-milieu, waar kille blondines huizen in villa's zonder ziel en Harry ein Tropikal-cocktail bestelt in enge nachtclubs.

Dat Beieren fout is, weet je als Nederlander ook zonder er ooit geweest te zijn. Alleen die groene hoedjes al! En waarom hebben die Duitsers geen gevoel voor humor? Als ze lachen, is het om Rudi Carell.

Duitsers wachten in een uitgestorven straat voor het rode voetgangerlicht.

Ze zitten aan lange tafels heen en weer te wiegen op stompzinnige hoempa-muziek, dat zie je altijd weer als je per ongeluk op het verkeerde knopje van de afstandsbediening drukt. Hun cowboys spreken Duits. Hun taal is alleen geschikt om in te snauwen. Hun voetballers zijn tanks zonder creativiteit, die op de een of andere manier toch altijd winnen en daar nog pedant van worden ook. Alleen al het matje van Rudi Völler. ..

Scherpzinnig

Londen kwam niet vrij.

Dus ik moest tussen mijn vooroordelen gaan wonen. En kwam er iets van uit? Natuurlijk niet. Bijna alles wat je van dichtbij bekijkt, blijkt anders te zijn dan je dacht, zo vergaat het mij tenminste. Zelfs Duitsland viel reuze mee.

Al na een week schaamde ik me voor mijn Londen-opmerking. Met de Duitsers bleek je gewoon een gesprek te kunnen voeren, zonder dat ze gingen snauwen of er een groen hoedje uit hun hoofd groeide. Sterker nog, ze lijken verdacht veel op Nederlanders. Dezelfde Noord-Europese gereserveerdheid, gecombineerd met een los soort vriendelijkheid.

En al snel moest ik lachen, om de scherpzinnige ironie van de Duitse intellectuelen, die ik uit Nederland zo niet kende. Hun taal blijkt er bij uitstek geschikt voor. Een paar biertjes met mijn nieuwe vriend Martin, tandarts met zelfspot, en ik was vergeten dat ik ooit in een ver land iets van de Duitse humor had gevonden. Zo gaat dat als je ergens gaat wonen, en een volk meer wordt dan een per ongeluk verkeerd ingedrukt knopje op de afstandbediening.

Troost een kind in het Duits, of een buurvrouw met liefdesverdriet, en je voelt je thuis in deze mooie taal. Ja, in kranten en boeken zijn de zinnen lang en ingewikkeld. Maar ik beleefde er al gauw louter genoegen aan, want juist daarmee kunnen Duitsers complexe en gevoelige zaken haarfijn uitdrukken. Een nieuwe wereld lag aan mijn voeten, groot, onbekend en interessant.

Betere Duitsers

In Nederland vinden ze het bijna een schending van de mensenrechten als je iemand met u moet aanspreken. Maar ik raakte er snel aan gewend om Sie te zeggen, ook tegen leeftijdgenoten. Het heeft iets opwindends om met een vrouw te flirten die je u noemt. En nu ik toch openhartig ben: ik vond het na de Nederlandse ruwheid ook erg fijn dat de Duitsers op straat en in de trein zo hoffelijk zijn.

Was er dan niets dat mijn Nederlandse Duitsland-beeld bevestigde? Gelukkig wel. Daarvoor hoefde ik slechts een keer door rood te lopen en de verwijten van een voorbijganger over me heen te krijgen. Of een conflict uit te vechten met een regelfetisjist van een Duitse verzekeringsmaatschappij, die je toespreekt als een misdadiger als je vergeet een hokje aan te kruisen. Eichmann, dacht ik. Want als een Duitser, hoe jong ook, iets onaangenaams doet, denk je als Hollander toch graag even: zie je wel. Daar helpt zelfs Loe de Jong in de regen niet aan.

Het grappige van de Duitsers is, dat ze zichzelf ook heel Duits vinden.

Ze zijn veel kritischer over hun eigen land dan de nationalistische Nederlanders en staan meer open voor het buitenland. Dat heeft iets te maken met het lastige nazi-verleden. Maar het gevoel is ouder. Al sinds Goethe zouden de Duitsers het liefst naar het land verhuizen wo die Zitronen blühen, zomaar, zonder Duits perfectionisme of zwaarmoedigheid.

Ook het buurland wordt graag gebruikt om de eigen aard te kastijden.

Zodra ze mijn Rudi Carell-accent hoorden, braken de meeste Duitsers uit in hun gebruikelijke Ihr Holländer seid doch so locker-lofzang.

Ze zien de Nederlanders als een soort betere Duitsers. Kortom: de Nederlanders vinden zichzelf leuker dan Duitsers, en de Duitsers zijn het daarmee eens. Alleen wie van Nederland naar Duitsland verhuist, merkt dat het niet waar is.

Want dan blijken de eigenschappen die wij zo erg vinden ook voordelen op te leveren. Verwerpelijk natuurlijk, die Duitse voorliefde voor orde.

Maar wat is het heerlijk dat snackafval en blikjes niet op straat belanden, maar in een vuilnisbak, die als sympathiek extraatje een asbak heeft met het opschrift 'geeft uw peuk een onderkomen!' Dat de mooie stoelen op het plein tegenover mijn huis 's nachts zonder kettingsloten toch niet worden gejat. Er is iets geruststellends aan een land dat zijn regels wél handhaaft, mits ze natuurlijk niet te draconisch zijn. Duitsers doen dat zonder erbij na te hoeven denken, zo zijn ze nu eenmaal. Ik maak me sterk dat immigranten er daardoor minder problemen hebben én veroorzaken dan bij ons.

De Duitse ernst, ook iets vreselijks. Maar voor mij was het een verademing om naar de radio te luisteren en grondig te worden geïnformeerd door beschaafde presentatoren. Zonder joligheden, maar haarscherp geformuleerd. Duitsers brengen nog een hiërarchie aan tussen belangrijke en minder belangrijke dingen, tussen hoge kunst en vermaak.

Ze voeren intellectuele debatten met echte, felle standpunten.

Pretentieus misschien, ouderwets, zeker, en een tikje ernstig. Maar het heeft een vanzelfsprekende kwaliteit die je soms mist in Nederland, waar ze dit soort zaken liever relativeren.

Elegantie

Ik ben nu driekwart jaar terug aan de Noordzee. Maar ik kan er nog steeds niet aan wennen dat je geen nieuws kunt horen zonder op ieder uur van de dag te worden overspoeld met snoeiharde, door bijkans kotsende stemmen uitgesproken reclames voor beleggingsfondsen en lease-auto's. Dat zouden de Duitsers op hun publieke omroep nooit toelaten, evenmin als snoepreclames tussen kinderprogramma's.

Om de degelijke en zware dingen waarmee Duitsers zich graag omringen, kun je als Nederlander lachen. Waarom rijden ze hun baby's rond in kinderwagens die zijn ontworpen om Stalingrad te halen, en als merknaam ook nog Teutonia hebben? De Nederlandse architect Pi de Bruijn hoorde ik eens een geringschattend betoog houden over de technisch uitstekende, maar zware Duitse architectuur die niets van de Hollandse creativiteit bezat. Het was de superieure logheid van de Mercedes tegenover het pientere pookje van de DAF, zei de architect patriottisch. Maar ik heb die Duitse zwaarte wel op prijs leren stellen, de dikke muren en het degelijke mechaniek, het zekere voor het onzekere.

Het heeft duurzame kwaliteit en het ís er, onmiskenbaar.

Nog iets dat mij opviel: Duitsers heb je in een heleboel soorten en maten. Het is een wereld van verschil tussen de Schwaben en de Hamburgers, de ossi's en de wessi's. In Beieren bleek een gemoedelijke, zuidelijke sfeer te hangen. De hoofdstad München is een wonder van elegantie. En wist u dat Franz-Josef Strauss al een tijdje dood is? Rudi Völler, die in mijn Duitse tijd bondscoach was, is overigens een gemoedelijke man. En de Duitsers oordelen zelf het allerhardst over hun zielloze prestatievoetbal.

Calimero-complex

Ik begon mij af te vragen waarom ik zo slecht over Duitsland had gedacht.

De geleerden bleken tamelijk stellig in hun diagnose: Nederlanders lijden aan een Calimero-complex, genoemd naar het tekenfilmkuikentje dat altijd klaagt: 'Zij zijn groot en ik is klein, en da's niet eerlijk!' Dat gevoel wordt versterkt als taal en cultuur bijna eender zijn. Dan ontstaat wat Freud het 'narcisme van de kleine verschillen' noemde, en wordt er graag tegen de grote broer aangeschopt. De Nederlanders vinden de Duitsers luidruchtige, humorloze betweters. Maar dat vinden de Belgen ook van de Nederlanders. En de Schotten van de Engelsen, de Canadezen van de Amerikanen, de Denen van de Zweden en de Portugezen van de Spanjaarden. Het is een soort arrogantie waarmee de zwakkere zijn ondergeschikte positie compenseert, schrijft vertaler Dik Linthout in zijn fijne boekje over Duitsers en Nederlanders.

De laatste tijd gaat het wat slechter met de grote broer. De Duitsers worstelen met hervormingen die wij al twintig jaar geleden doorvoerden.

En spoedig worden we allemaal door China ingehaald. Dat maakt de kolos aan de oostgrens wat minder bedreigend, vertelde de directeur van het Amsterdamse Duitsland-instituut me onlangs. Er is in Nederland nu alleen nog maar desinteresse voor Duitsland, zei hij opgewekt. Het deed me denken aan het citaat van Harry Mulisch: 'De Nederlanders en de Duitsers staan rug aan rug tegen elkaar geleund, zij voelen elkaars warmte, maar de Nederlanders kijken naar het westen, over de eindeloze zee, de Duitsers naar het oosten, over de eindeloze steppen. ' Ik was gedwongen mij om te draaien. Zover hoeft u niet te gaan. Maar een blik over de schouder kan ik van harte aanbevelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden