Fietstopia ligt niet eens zo ver weg

Geen land heeft betere fietsvoorzieningen dan Nederland. Het is niet genoeg. Tijd voor de grote sprong voorwaarts, zegt de Fietsersbond. Goed voor milieu en lijf en leden. Maar wie betaalt?

Zo het aardse fietsparadijs bestaat, dan heet het Nederland. Nergens anders ter wereld zijn de fietsvoorzieningen zo goed: 29 duizend kilometer vrijliggend fietspad, voortreffelijke bewegwijzering, hippe fietsstallingen bij de stations, een ongekend hoog aandeel van de fiets in het woon-werkverkeer, meer dan één fiets per inwoner. Goeie fietsenmakers, rijk voorziene fietsenwinkels en weinig bergen met angstwekkende stijgingspercentages.


'Elke maand komen er hier minstens twee buitenlandse delegaties', zegt Wim Bot, beleidsmedewerker van de Fietsersbond, belangenvereniging en denktank voor de fiets. 'Die willen weten hoe wij dat hier doen, met de fiets.'


Ons nieuwste paradepaardje om de buitenlanders de ogen uit te steken: de fietssnelweg. Waarop je met je fiets of e-bike comfortabel van je vinexwoning naar je werk fietst, over voortreffelijk asfalt en ongehinderd door auto's. Er zijn er nu vijf, en de buitenlanders kijken hun ogen uit.


Nederland is het enige land ter wereld waar in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening wordt gehouden met de fiets. Talloze organisaties houden zich bezig met fietsbelangen, fietsonderzoek en fietspromotie - de belangrijkste zijn verenigd in het Fietsberaad, het nationale kenniscentum voor het fietsbeleid. Nergens anders ter wereld weten we zo veel van fietsen en fietsbeleid.


Is het een wonder dat bijna 70 procent van de bewoners van dit fietsparadijs de fiets associeert met 'plezier'?


Klaar, zou je zeggen. Niks meer aan doen. Na 200 duizend jaar manhaftige strijd is de homo sapiens er eindelijk in geslaagd het optimum in de verhouding tussen mens en machine te bereiken. Hier, bij ons, in Nederland.


Klaar? Nog lang niet, zeggen Wim Bot van de Fietsersbond en zijn directeur, Hugo van der Steenhoven. Het kan allemaal nog veel beter. Het móet allemaal nog beter. Niet in de eerste plaats om het de Nederlandse fietser nóg meer naar de zin te maken, maar omdat de fiets het antwoord kan zijn op grote maatschappelijke problemen. En daarvoor moet je de fietsfaciliteiten verder verbeteren.


De Fietsersbond werd als Enige Nederlandse Wielrijders Bond (ENWB, een pesterijtje in de richting van de ANWB) opgericht in 1975, toen het fietsgebruik in Nederland tot een historisch dieptepunt was gedaald. In de decennia daarna groeide de belangenvereniging uit tot een club met 35 duizend leden. Het fietsgebruik groeide mee, al zijn ze bij de Fietsersbond - inmiddels ook een fietsdenktank - bescheiden genoeg dat niet louter aan zichzelf toe te schrijven.


In die jaren groeiden ook de mobiliteitsproblemen door het sterk gestegen autobezit: lange files, gebrek aan parkeerruimte, bereikbaarheid van binnensteden, milieuvervuiling en te weinig lichaamsbeweging.


De fietspromotie was zo succesvol dat het rijwiel inmiddels slachtoffer dreigt te worden van zijn eigen succes. Achttien miljoen fietsen zijn er nu in Nederland, en dat is veel. Kijk maar in de overvolle fietsstallingen bij veel stations en de fietsfiles op de fietspaden, die tot onveiligheid en ongelukken leiden.


'Er is te weinig ruimte voor de fietsers in de steden', zegt Wim Bot. 'Het aantal auto's groeit ook nog steeds. We moeten keuzes gaan maken. Wat ons betreft gebaseerd op leefbaarheid, gekoppeld aan klimaat.' Rigoureuze keuzes, zoals in Utrecht, waar het college uitdrukkelijk inzet op een 'fiets- en OV-stad'.


Dus nu is het tijd voor een schaalsprong, zeggen Van der Steenhoven en Bot. Met de schaalsprong moet de fiets de ruimte krijgen om bij te dragen aan oplossing van de mobiliteitsproblemen. Geen kleine stapjes, maar een grote sprong voorwaarts. En niet alleen financieel en beleidsmatig, maar vooral in ons denken.


Als dat lukt, wordt Nederland Fietsland een land waar de gezondheid van de burger met sprongen vooruit zal gaan, evenals het milieu en het leefklimaat, waar de bereikbaarheid sterk zal zijn toegenomen en de parkeerproblemen sterk zijn verminderd: Fietstopia.


Als het allemaal lukt, natuurlijk.


Het grote doel van de schaalsprong luidt simpelweg als volgt: beweeg de automobilist ertoe zijn file- en hartvervetting veroorzakende CO2-spuiter te laten staan en vaker de fiets te nemen, naar zijn werk. Dat is goed voor de automobilist en dat is goed voor het land - en trouwens ook voor de auto, want die slijt minder. In de nota Fietsen in Nederland... een tandje erbij, die staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Joop Atsma in november 2008 presenteerde (met stevige inbreng van de Fietsersbond), wordt het keurig uitgerekend.


Toen Atsma vorig jaar toetrad tot het kabinet, veerde de hele Nederlandse fietslobby verheugd op: nu zou hij zijn eigen nota gaan uitvoeren. Helaas ging de fietsportefeuille naar minister Schultz van Haegen. Die verklaarde deze week dat ze 4,4 miljard euro uittrekt om automobilisten 30 kilometer harder te laten rijden op de ring rond Amsterdam: mooi succesje voor de asfalt- en autolobby.


Terwijl Atsma's cijfers zo pleitten voor de fiets, in plaats van de auto. Wanneer we voor alle autoritjes tot 7,5 kilometer, nu nog 37 procent van alle verplaatsingen over korte afstand, op de fiets stappen, daalt de CO2-uitstoot van het autoverkeer met 6 procent, oftewel met 2,4 miljoen ton - eenachtste van de doelstellingen van het verdrag van Kyoto.


Andere maatregelen om de auto-uitstoot te verminderen, zijn duurder of minder effectief. Stimulering van het gebruik van biobrandstoffen levert een reductie van 2,1 miljoen ton op. Om met de A-labelauto's dezelfde winst te boeken als met de fiets zou in Nederland meer dan de helft van het wagenpark moeten worden vervangen door hybride en 'schone' auto's, wat bij de huidige subsidies op bpm en wegenbelasting ongeveer 22 miljard euro zou kosten.


En dan is er nog het gezondheidsargument: als we niet oppassen gaan de kosten voor volksgezondheid de komende decennia volkomen uit de hand lopen. Meer dan 50 procent van de volwassen Nederlanders haalt de zogenoemde 'beweegnorm' niet: dagelijks minimaal een half uur matig intensief bewegen. Dat leidt tot obesitas - nu al lijdt 10 procent van de bevolking aan ernstig overgewicht. Het percentage stijgt en er dreigt daardoor een golf van hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en obesitasgerelateerde kankervormen op ons af te komen die de kosten van volksgezondheid zullen laten exploderen.


Antwoord: meer bewegen, bijvoorbeeld door naar je werk te fietsen.


Er is inmiddels een overvloed aan onderzoek dat uitwijst dat elke in fietsbevordering geïnvesteerde euro een lucratieve roi heeft (return on investment). Noors onderzoek wees in 2002 uit dat investeringen in fietsvoorzieningen alleen in de gezondheidszorg al vier tot vijf keer werden terugverdiend, recenter onderzoek in Portland, Oregon, bevestigde dat cijfer.


Minder CO2-uitstoot, gezonder volk, minder files, beter bereikbare steden: de Fietsersbond zet voor 2020 in op een toename van het fietsgebruik van 25 procent. Die doelstelling wordt tot dusver alleen onderschreven door de meest fietsminded politieke partij van Nederland, de ChristenUnie, maar bij de bond zijn ze optimistisch. Vooral op provinciaal, stadsregionaal en gemeentelijk niveau dringt het besef door dat de fiets een belangrijke bijdrage kan leveren aan de oplossing van een reeks problemen, steeds sterker.


'Push & pull' moet de basis van het beleid zijn, denken ze bij de Fietsersbond. Honing en azijn. Als je parkeren duurder maakt, wordt de neiging om de fiets te pakken groter. Als je de status van de fiets verbetert, zal de neiging om erop te gaan zitten toenemen. Als je op je fiets sneller op je werk bent dan met de auto, is dat een argument voor de fiets. Als je je dure fiets diefstalvrij kunt parkeren, is dat een punt voor de fiets, net als korting op je ziektekostenverzekering omdat je fietst of een fietskilometervergoeding van je baas.


En daar ligt meteen het probleem. Bijna iedereen ziet de zegenrijke kansen van de fiets. Probleem is de verkokering: het ministerie van Infrastructuur en Milieu voelt zich niet verantwoordelijk voor de gezondheid en de provincie voelt zich niet geroepen doelstellingen van het ministerie van Milieu te financieren. Wim Bot: 'Het gaat over de vraag wie de probleemeigenaar is, en wie er dus moet betalen.'


In het ideale fietsland zou er een integraal fietsbeleid bestaan, zegt Wim Bot. Zou je daarvoor 500 miljoen euro per jaar van auto en ov naar de fiets verschuiven, dan is de schaalsprong een feit, met alle voordelen vandien. Een half miljard lijkt veel. Maar alleen aan de exploitatie van het regionale openbaar vervoer betalen de provincies jaarlijks al 1,8 miljard.


Nederland Fietstopia is een work in progress.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden