FIETSENDE WILDPLASSERS

Deze week moest ik op het fietspad verschrikkelijk uitkijken om niet in de spuugstream van een medefietser te geraken. Een onaangename ervaring die ik probeerde te sublimeren door aan de civilisatietheorie van de bekende socioloog Elias te denken....

Kees Schuyt

Elias heeft uitvoerig beschreven hoe de mensen in de Middeleeuwen zich er niet voor geneerden om lang en luidruchtig te boeren na het eten, hun plas in de zijkant van het kasteel te deponeren en zich zonder doek of ander bedeksel van hun snot te ontdoen. Naar hedendaagse begrippen waren dat tamelijk onbeschaafde omgangsvormen.

De mensen ondergingen een langdurig beschavingsproces waarin zij elkaar leerden een zakdoek op de juiste manier te gebruiken, onaangename geluiden met negatieve blikken en opmerkingen te sanctioneren en uitsluitend op de daarvoor bestemde plekken een sanitaire stop te maken, ongeveer zoals wij dat nu aan onze kinderen leren.

Deze gewoonten begonnen het eerst in de hogere hofkringen en daalden later als 'gezonken cultuurgoederen' naar alle lagen van de bevolking. Het waterleiding- en rioolsysteem droegen niet alleen bij aan een geweldige verbetering van onze maatschappelijke hygiëne en gezondheid, maar vormden ook de stille dijken van de beschaving.

Op een nog niet geheel duidelijke wijze lijkt het er op alsof deze zowel hygiënische als fatsoenlijke manieren van doen uit het dagelijkse leven aan het verdwijnen zijn. Het wildplassen neemt in omvang toe, vooral in stedelijke centra waar veel hoogopgeleide jongeren rondlopen. De straatstenen liggen vol met tekenen van lichamelijk ongeduld. Gaan we terug naar de Middeleeuwen?

Voor een verklaring van dit verrassende fenomeen kan men inderdaad gebruik maken van de theorie van de zinkende cultuurgoederen. Die theorie zegt dat wat eerst in de kleine kring van aanzienlijken populair of bon ton is, vrij spoedig door alle lagen van de bevolking wordt nagestreefd en nagedaan. Zo is voetbal begonnen als aangenaam tijdverdrijf voor de maatschappelijke elite en werd het spoedig onze nationale volkssport.

Bij het voetbal en bij andere topsporten wil ik ook beginnen voor de verklaring van het nieuwe onfatsoen. Van wie hebben al die gewone mensen, die nu zo vrijelijk spugen en snotteren, dat gedrag geleerd of afgekeken? De enorme populariteit van de topsport en de commerciële aanwending daarvan in de massamedia hebben het gedrag van onze sporthelden tot een maatschappelijke norm kunnen verheffen.

Het zijn voorbeelden waar mensen zich geheel of gedeeltelijk mee identificeren. En ze zien op de televisiebeelden al die verruwde gewoonten die men nu ook kan aantreffen op stoepen, fietspaden, in parken en stadswoestijnen. De met commercie omhangen beroepswielrenners hebben het wildplassen uitgevonden, de televisie brengt het indringend in beeld en meteen is het populair gemaakt.

Onze topvoetballers begonnen met fluimen te gooien en ook dat werd weldra door bijna iedereen volkomen normaal gevonden. De voetbalbroek van een voetballer kent tegenwoordig al niet eens meer de ooit befaamde achterzak (voor de zakdoek van Elias). De atleten van de marathons en triatlons gooien alles weg wat hun dwars zit, zo doen hun behoeften onderweg en nu doen tienduizenden amateurlopers dat ook. Stinkende cultuurgoederen.

De afgelopen week startte SIRE, de stichting voor ideële reclame, een aparte campagne voor meer onderling begrip, tolerantie en hulpbetoon, onder het motto: 'De maatschappij, dat ben jij.' De spelers van enkele topclubs droegen deze inspirerende lijfspreuk in plaats van de gebruikelijke shirtreclame letterlijk op hun buik. Prompt ontaardde de wedstrijd PSV - AZ in een ware veldslag van vechtende, slaande, spugende en trappende jonge mannen, in en buiten het veld. De maatschappij? Dat waren zij.

Er groeit een bruin monsterverbond rondom de sportvelden. Door de geweldige commerciële belangen van de vermaakindustrie hebben de vertegenwoordigers van het grote geld zich op de topsport gestort (banken, geprivatiseerde nutsbedrijven en andere grootindustrieën). Ze ontmoeten elkaar in de skyboxen van de stadions, achter glas en op veilige afstand van de horden supporters. Toch heeft het financieel-mediale sportcomplex de ruwe massa supporters hard nodig. De supporters missen weliswaar de vroegere fysieke nabijheid van de staantribunes, maar ze vinden genoeg compensatie in onderlinge strijd en aangeblazen haat en nijd. Spugen, schoppen, slaan en steken.

Aan twee kanten wordt een fatsoenlijke, beschaafde samenleving onder onze ogen ondermijnd. De hoge heren met het geld dicteren de clubs en de media, de topsporters geven voor heel veel geld het goede voorbeeld van lichamelijk ongeduld en gebrek aan zelfbeheersing. De ruwe massa supporters heeft de straat veroverd. De top van de maatschappij en de ontremde onderkant geven elkaar de hand. Als er doden vallen, wassen ze allebei hun handen in onschuld.

Laten we het Europees kam pioenschap en alle komende kampioenschappen maar afblazen. De samenleving, dat zijn wij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden