Fietsend naar het werk: op tijd en fris aan het bureau

Dit verhaal is tot stand gekomen op de fiets en begint twintig jaar geleden met ons kleine dijkhuisje aan de rand van de stad. Een idylle, inderdaad, maar wel met de nadruk op klein. Met de komst van een derde baby barstten we uit onze voegen en werd verhuizen onontkoombaar. Maar waarheen? Uiteraard overwogen we alle gebruikelijke zaken als scholen, huizenprijzen en openbaar vervoer. Maar dat alles voorafgegaan door één belangrijke meting, met een passer op de landkaart.

Jeroen Trommelen
null Beeld

De scherpe punt van de passer stond op onze werkplek. Het potlood stond afgesteld op 15 kilometer. Zo ontstond een cirkel waarin tenminste één ding zeker was, namelijk dat de dagelijkse afstand naar het werk te fietsen zou zijn.

Aan de buitenkant van die cirkel bevond zich het dorp waar ik nu al twintig jaar woon. Als ik in die twintig jaar het merendeel van de werkdagen heb gefietst, heb ik daarmee 144 duizend kilometer afgelegd. Dat is méér dan drie keer de aarde rond. Het leuke is dat ik daar eigenlijk niets van heb gemerkt.

Fietsen is, gemeten in de hoeveelheid gebruikte energie per kilometer, de efficiëntste manier van voortbewegen. Gezonde mensen hebben binnen twee weken een prima fietsconditie. Omgekeerd is fietsen een prima manier om gezond te blijven. Als ik 's avonds terugfiets, zie ik achter de verlichte ramen van de sportschool mensen hun stilstaande rondjes maken en moet ik glimlachen. Fietsen is goedkoper dan de sportschool. Het is trouwens ook goedkoper dan autorijden, parkeren of het openbaar vervoer. Het is me kortom een raadsel waarom zo weinig mensen elke dag een flink eindje fietsen.

Fietsen is ook: controle en zekerheid. Ondanks het aanleggen van busbanen en extra trambanen is de reistijd op mijn traject met het openbaar vervoer nog altijd onvoorspelbaar. Met geluk is het 35 minuten; met veel pech drie kwartier. Met de auto in de ochtendspits varieert het tussen 14 en 35 minuten. Met de fiets weet ik precies waar in aan toe ben: na drie kwartier doortrappen zit ik fris achter mijn bureau.

Inderdaad: soms regent het. Maar dat is vooral een probleem in de hoofden van mensen die niet fietsen, ongeveer zoals niet-kampeerders denken dat het op de camping altijd regent. Wetenschappelijk benaderd: op 130 dagen per jaar valt volgens het KNMI ergens in Nederland meer dan 1 millimeter neerslag. Maar 93 procent van de tijd is het droog. Ik fiets meestal in die 93 procent.

Dagen die 's ochtends al beginnen met hozende regen komen niet in aanmerking om te fietsen. Dat is grof berekend het afgelopen jaar tien keer gebeurd. Meer pech hadden we met sneeuw en ijzel. De meeste fietspaden op mijn route worden onregelmatig gestrooid, en bij weinig fietsverkeer wordt dat zout niet ingereden. Dus blijft het glad. Op één ochtend drie keer onderuitgaan doet wonderen voor het gezond verstand.

Wind? Dat is lucht die beweegt. Soms beweeg je dezelfde kant op en dan is het mooi meegenomen. Soms is het andersom. De rest is gezeur.

Behalve regen, ijzel en sneeuw ken ik één grote fietsergernis: de plakkers. Wie in een vast en pittig tempo doorrijdt, krijgt ze vroeg of laat in zijn wiel. Plakkers zijn sneue medefietsers die ongevraagd in je kielzog blijven hangen om uit de wind te blijven. Ze hijgen in je nek en doen niets terug. Ze lijken op anonieme reageerders op het internet; te lui om zelf iets op te zoeken maar wel overal een mening over. Lossen met een tussensprint of onverwacht in de remmen knijpen helpt meestal wel, maar van mij mogen ze deaud.

Het belangrijkste argument voor fietsen is genoemd in de eerste zin van dit artikel. Tijdens het fietsen kun je uitstekend nadenken, of juist: niet-nadenken. Strekking en opbouw van honderden Volkskrant-stukken zijn de afgelopen jaren ontstaan van of naar het werk; vaak onbewust maar soms ook heel precies. Zoals dit stukje. Toen ik vanochtend na 15 kilometer afstapte, was het eigenlijk klaar. Ik hoefde het alleen nog maar op te schrijven.

Méér dan 10 kilometer fietsen naar het werk is uitzonderlijk. Volgens de jongste cijfers van het CBS zit weliswaar een kwart van de forensen op de fiets, maar hun gemiddelde afstand tot het werk bedraagt slechts 4,1 kilometer. Dat gemiddelde wordt bovendien opgestuwd door fietsers in 'zeer stedelijke gebieden' die 4,7 kilometer fietsen. In weinig stedelijke gebieden blijven fietsers steken op gemiddeld 3,7 kilometer.

De auto is het vervoermiddel van 60 procent van de forensen. Ze reizen er gemiddeld 21,9 kilometer mee in 28 minuten. Wie het openbaar vervoer neemt, overbrugt de grootste afstand (29,1 kilometer) in gemiddeld 53 minuten. 10 procent van de Nederlandse woon-werkreizigers neemt het openbaar vervoer. (tekst Jeroen Trommelen)

Broek in Waterland - Amsterdam Oost
Fiets: 45 minuten
Auto: 14- 35 minuten
Openbaar vervoer: 35 - 45 minuten

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden