Fietsen voor de onschuld

In de hal van het Amsterdamse Centraal Station werd ik aangesproken door een man met een fiets aan de hand....

Onder de schuldgevoelens kwam ik thuis. Er kwamen feestdagen en nog eens feestdagen. Daar lag het boek in zijn schitterende, haast ouderwetse grijs-linnen band. Het wachtte. Met andere. Waar zou de uitgever nu fietsen? Van de week heb ik het gelezen en ik kwam in een haast lieflijke wereld van plaatjes en tekst. Een onschuldige wereld ook. Alleen toegankelijk voor gelukkige, fietsende uitgevers.

Het prachtig uitgegeven boekje draagt in het linnen de naam Raoul Hynckes. Hij was de magischrealistische schilder, wiens beste werk in de jaren dertig ontstond, toen het donkere licht de wereld van zichzelf vervreemdde. Hij was Belg, kwam in 1914, eenentwintig jaar oud naar Nederland. Hij is hier gebleven tot zijn dood in 1973. Hij trouwde met een Nederlandse, Jacqueline de Haan. Haar zus Willy was met een scheepsbouwer, Cornelis Smit, uit de Ablasserwaard getrouwd. Zo kwam Hynckes veel in het molendorp Kinderdijk. Hij heeft daar gewerkt, ook voor de kinderen van zijn schoonzus. Die legde een collectie van vroeg werk van Hynckes aan, nu bekend als 'De collectie Smit-de Haan'. Die verzameling is tot 4 april te zien in het Simon van Gijn Museum aan Huis in Dordrecht.

Raoul Hynckes in Kinderdijk heet de expostie; dat is ook de naam van het boek. Tentoonstelling en boek werden mede samengesteld door Willem Warnaars, kleinzoon van Willy de Haan. Hij moet de fietsende optimist zijn die ik in Amsterdam ontmoette.

In Kinderdijk was de wereld in die eerste decennia van de vorige eeuw nog zichzelf. Vriendelijk. Als de kinderwereld. Hynckes had soms een nog in veel opzichten kinderlijke stijl, behalve in enkele olieverfdoeken; daarin begint de wereld al wat vreemd te worden. Hij moet het type van de laatbloeier zijn geweest; zijn vroege werk doet aan dat van vele andere denken; de houtsneden zijn daarvoor typerend.

Maar alles gaat toch glanzen door de twee heel zorgvuldig en mooi geschreven teksten, bij de reproducties van al het werk opgenomen. De eerste, geschreven door D Nicolaisen, verbonden aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, is een kleine familiegeschiedenis, van de scheepsbouwers Smit, hun kinderen en kleinkinderen, en van Hynckes en zijn vrouw. Met stille aandacht zijn ze uit een stille wereld tevoorschijn geschreven. Het tweede stuk, geschreven door Chris de Bruyn van het Dordts museum en D Nicolaisen behandelt heel zorgvuldig, invloeden wikkend en wegend, het 'andere werk' van Hynckes. De tekst doet nog het meest denken aan studies over het vroegste werk van later grote dichters. Zonder hun latere grootheid zou het jeugdwerk nooit die zorgvuldige aandacht hebben gekregen. Het is souvenir geworden.

Het boek is een mooi bewijs van wat familietraditie heet. Willy Smit-de Haan nam na de vroege dood van haar man het werk mee naar haar nieuwe woonplaats. Haar dochter moet het ook gekoesterd hebben. En nu exposeert de kleinzoon de verzameling van zijn grootmoeder. Hij schrijft erover en fietst ervoor. Dat is groot.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden