Fietsen op de vulkaan

Rintje Ritsma kwam er al in 1997 en Tourfavoriet Chris Froome beschouwt het als zijn tweede huis: de hoge Teide-vulkaan op Tenerife, met zijn klim waar geen einde aan komt en de zon die altijd schijnt.

Lance Armstrong slofte de lobby binnen en trof er een man die hij nog nooit eerder had gezien. Een toerist was het overduidelijk niet. De man stelde gerichte vragen en keek spiedend om zich heen. Hij moest wel iets op het spoor zijn.

Armstrong had genoeg gezien. Hij wist niet hoe snel hij de benen moest nemen en vluchtte door een achterdeur het hotel uit. Pas toen de onbekende bezoeker niet als dopingcontroleur, maar als journalist van een lokale krant was geïdentificeerd, beschouwde de Amerikaan de kust weer als veilig.

Het voorval staat beschreven in het boek van zijn voormalige ploegmaat Tyler Hamilton, The Secret Race. Het is niet moeilijk voor te stellen dat de scène zich hier heeft afgespeeld, in Hotel Parador te Tenerife. Het heeft achteruitgangen genoeg om argwanende Tourwinnaars gerust te stellen. Ze leiden naar immense dorre vlakten waarop gestolde lava en manshoge rotsblokken een onuitwisbare indruk achterlaten.

De nabijgelegen top van de Teide-vulkaan waakt als een reusachtige buldog over de hotelgasten. Het is een dankbaar decor voor regisseurs van fantasy-films als Clash of the Titans. Dit is dus het 'grote, lege hotel boven op de vulkaan' waarover Hamilton schrijft. Er is niets te zien en niets te beleven, behalve dan die enorme vulkaan die zo ver boven het wolkendek uittorent dat veel bezoekers in het dal hem niet eens opmerken. Je moet er veel verder voor kijken dan je neus lang is.

De toeristen hebben er een misselijkmakende rit door het nationale park graag voor over om het restant van de vulkaan te beklimmen. Busladingen vol houden elke dag halt bij het hotel. Overdag willen ze de wonderlijke speling van de natuur met eigen ogen bewonderen. 's Avonds komen ze zich vergapen aan de inderdaad kristalheldere sterrenhemel.

Er is geen renner in Hotel Parador die acht op ze slaat. De twee sportploegen die er verblijven, hebben andere dingen aan hun hoofd. Tussen de renners van Astana en het Nederlandse BAM-schaatsteam mag een wereld van verschil gapen, hun dagbesteding is drie weken lang dezelfde.

Het schema heeft vastomlijnde patronen. Ontbijten, trainen, lunchen, rusten, eten, slapen - dat is wat Astana-kopman Jakob Fuglsang er naar eigen zeggen voor over heeft om zo hoog mogelijk in de Tour de France te eindigen. Voor de grootste favoriet van allemaal, Chris Froome, is het eiland de laatste jaren zijn tweede thuis geworden.

Zijn rijk mag dan zijn ingestort, renners kopiëren de aanpak van Lance Armstrong nog altijd. Vijf tot zeven uur per dag trainde de Amerikaan op Tenerife, soms weken aan een stuk. Het weer in zijn woonplaatsen Girona of Nice hoefde maar even tegen te zitten, of zijn privéjet had al koers gezet richting de West-Afrikaanse kustlijn.

Hoogte

Armstrong kwam er voor de hoogte. Geen renner met ambities in een grote ronde ziet tegenwoordig af van een hoogtestage. Ze trekken naar de Alpen, de Pyreneeën of de Sierra Nevada, waar een hoogtecentrum is gevestigd. Bauke Mollema en Jurgen Van den Broeck bereidden daar dit jaar hun Tour de France voor.

Van al die plekken biedt Tenerife ogenschijnlijk de meeste voordelen. Je kan er trainen op hoogte en de zon schijnt er bijna altijd. Het zorgde ervoor dat veel renners van het Europese vasteland, waar het weer slecht was, dit jaar naar de Canarische Eilanden trokken.

Vanuit het dal is het bovendien 51 kilometer klimmen naar de per fiets begaanbare top van de Teide, op een hoogte van 2.325 meter. 'Een klim die omhoog en omhoog en omhoog loopt', stelde Michele Ferrari vast na zijn kennismaking met de vulkaan. De Italiaanse wielertrainer en dopingarts was verbluft door wat hij zag, tekende Daniel Coyle op in zijn boek Lance Armstrongs oorlog.

Hoewel de werking ervan heeft geleid tot een richtingenstrijd onder wetenschappers (zie kader), durft geen wielerploeg het nut van trainen op grote hoogte te betwisten. Iedereen probeert het aantal rode bloedlichaampjes op een legale manier op te krikken voor de Tour. Veel renners slapen het hele jaar door in een zuurstoftent. Daarnaast zoeken ze zo vaak als ze kunnen het hooggebergte op.

Vincenzo Nibali legde op Tenerife de basis voor zijn triomf in de Giro d'Italia. Bradley Wiggins en Robert Gesink zijn een paar van de anderen die er hun Ronde van Italië voorbereidden. Joaquim Rodriguez schijnt zowat op Tenerife te wonen.

De wens zo veel mogelijk hoogtemeters te maken, drijft renners tot uitersten. Bradley Wiggins zou er in 2012 100 duizend hebben afgelegd op Tenerife voordat hij aan zijn zegetocht in de Ronde van Frankrijk begon. Dat staat gelijk aan een kleine honderd beklimmingen van de Alpe d'Huez.

De Toursprinters van Argos-Shimano, Marcel Kittel en John Degenkolb, trokken dit jaar samen de bergen in. Ze hopen zo beter voorbereid te zijn op de rondestart op Corsica, volgende week, en de zwaarste bergen te overleven.

Sky bracht dit jaar voor het eerst zijn team voor de voorjaarsklassiekers onder op Tenerife. Een onverdeeld succes werd het niet, mede doordat renners na de hoogtestage ziek werden of geblesseerd raakten. Toch blijft de ploeg lyrisch over het experiment.

Materiaalhok

Het Parador-hotel behoorde lange tijd Armstrong en zijn US Postalploeg toe. De laatste jaren is het een beetje van Team Sky geworden. De ploeg beschikt er zelfs over een eigen materiaalhok. Er zwerft nog een afgedankte koffer van Bradley Wiggins rond.

Sporters kunnen rekenen op een vorstelijke behandeling in het hotel. Voor de renners van Astana en de marathonrijders van BAM is drie weken lang een eigen tafel gedekt, aan weerszijden van de eetzaal. Hun omgang is als die van sporters onder elkaar: respectvol. Ze weten waarom ze hier zitten, ver van huis en haard verwijderd. Waar Fuglsang en Gasparotto in de Tour hopen te schitteren, dromen Bob de Jong en Jorrit Bergsma van olympisch goud op de 10 kilometer.

Hun fysiotherapeut Jillert Anema - tevens trainer en roerganger - is kind aan huis op Tenerife. Na een inspectie van het eiland nam hij Rintje Ritsma in 1997 er mee naartoe. Hij was meteen verkocht. 'Ik zocht hoogte en warmte. Die vond ik hier', zegt Anema.

Hij laat De Jong, Bergsma en de anderen rijden over hetzelfde tijdritparcours aan de kust dat hij zestien jaar geleden al voor Ritsma uittekende. Als de inspanningen zijn gedaan, puffen ze beneden aan het strand uit met een colaatje.

Voor de Spelen van Sotsji keert Anema's ploeg nog twee keer terug op Tenerife, in december en januari. 'Maar dan verblijven we in het dal. Het gaat er dan puur om de lange Nederlandse winter te vermijden, waarin sporters altijd grieperig worden.'

Dat zegt hij niet zomaar. De schaatsers die twee jaar geleden niet meegingen naar Tenerife, werden ziek. De rest kwam in blakende toestand thuis.

Er is geen schaatsploeg die het spoor van BAM volgt. Anema zegt niet te weten waarom. 'Het is een duur kamp, dus niet iedereen zal het kunnen betalen. En misschien durven we wel meer dan de rest. Maar laten we het vooral zo houden.'

Hij bekijkt het weerbericht op zijn telefoon: in Nederland regent het. Bulderend: 'Dat zijn bonuspunten voor ons.'

In de avonduren hangen de schaatsers lamlendig in de lobby. Ze drinken alcoholvrij, drijven de spot met elkaar en doen schamper over Danilo Di Luca, de wielrenner die voor de tweede keer op doping is betrapt. De tijd doden, dat is nog de grootste uitdaging in Hotel Parador.

Het dal, met zijn toeristische verlokkingen, ligt op een klein uur rijden. 'Dat is precies goed', taxeert Fuglsang. De Deen is niet naar Tenerife gekomen om aan de bar te hangen, zegt hij. 'Ik ben hier om een sterkere renner te worden.'

Van verveling is ook geen sprake. Niet bij hem althans. Er zijn genoeg films en series die hij nog moet zien. De rest van de tijd zit hij te internetten op zijn kamer.

Waarom hem dat wel lukt, terwijl het internet niet verder dan de lobby reikt? Fuglsang grijnst. Hij heeft een Spaanse telefoonkaart gekocht. Gegarandeerd overal bereik, ook boven op een vulkaan.

Zouden de schaatsers van BAM weten dat hun kamers in het verleden zijn gebruikt voor verboden praktijken? Vast niet. Tenerife, meer precies de Teide-vulkaan en zijn aanpalende Hotel Parador, zijn meerdere keren beschreven als een plek waar Armstrong en zijn ploeggenoten van US Postal doping kregen geïnjecteerd.

Tyler Hamilton en Levi Leipheimer beschrijven in hun getuigenverklaringen voor het Amerikaanse antidopingbureau hoe ze tijdens een trainingskamp van epo werden voorzien door Michele Ferrari. De Italiaanse lijfarts van Armstrong injecteerde het 'elke tweede of derde dag', aldus Hamilton. Het liefst in de avonduren, zodat het middel 's nachts in het bloed kon worden opgenomen en het de volgende dag onvindbaar was voor controleurs.

Niet dat de kans om betrapt te worden zo groot was in Spanje. Renners hoefden zich weinig zorgen te maken over onverwacht bezoek, of het nou op Tenerife was of elders. Degenen die in Girona woonden, op het Spaanse vasteland, waanden zich volgens Hamilton amper geïntimideerd. Hoewel controleurs vanaf 7.00 uur 's ochtends konden langskomen, stonden ze in de praktijk op z'n vroegst rond het middaguur voor de deur. Een controleur uit Barcelona belde altijd keurig van tevoren, zodat hij zeker wist dat hij na anderhalf uur reizen niet voor een dichte deur kwam te staan.

En op Tenerife? Spelen zich daar nog illegale praktijken af? Die kans bestaat. Hotel Parador is niet voor niets in de smaak gevallen bij Armstrong: de vluchtroutes te voet zijn talrijk, terwijl elke bezoeker vanaf honderden meters is waar te nemen op de weg bij het hotel.

Directeur Herman Ram van de Dopingautoriteit zegt ervan uit te gaan dat op doping wordt gecontroleerd op Tenerife. Dat is niet te verifiëren, omdat de internationale wielrenunie niet wil zeggen hoe vaak ze een dopingcontroleur naar het eiland stuurt. Misschien woont er wel een op Tenerife, maar ook dat willen zowel UCI als de mondiale dopingbestrijder WADA niet kwijt.

De regels schrijven voor dat een sporter uiterlijk 24 uur na het uitschrijven van een controle daadwerkelijk moet zijn getest. Het kan dus lonen om te verblijven op Tenerife, dat op 2,5 uur vliegen van Madrid ligt. Een anderhalf uur lange rit vanaf een van de twee vliegvelden van het eiland is nodig om Hotel Parador te bereiken. Als landen als Nederland en België een eigen controleur naar Tenerife willen sturen, kan die vanwege overstaptijden wel vijftien uur onderweg zijn.

In zijn boek beschrijft Hamilton dat de US Postalploeg zich op Tenerife onkwetsbaar waande. Dat er een dopingcontroleur zou opduiken op de Teide-vulkaan, was volgens hem 'zeer onwaarschijnlijk, vanwege de afstand en de kosten'.

Ram: 'Hoe verder een trainingslocatie ligt, hoe bewerkelijker het voor dopingcontroleurs wordt om er wat te kunnen doen.'

Jakob Fuglsang renner Astana

Hoogtestage op Tenerife

Vakantie-eiland als dopingvrijplaats?

De zin en onzin van een hoogtestage

Wielrenners trekken massaal de bergen in om zich voor te bereiden op wedstrijden. Worden ze lichamelijk ook beter van een verblijf op grote hoogte?

Zonder meer, zegt Jillert Anema, fysiotherapeut en trainer van de BAM-schaatsploeg. 'Iedereen presteert beter na trainen op hoogte. Dit is als epo, maar dan op een natuurlijke manier.'

Al zijn schaatsers klokken na een trainingskamp als dat op Tenerife snellere tijden bij thuiskomst. 'Ook de non-responders, bij wie je geen veranderingen in de bloedwaarden ziet, reden persoonlijke records. Dat is wat voor mij telt.'

Trainen op grote hoogte, bijvoorbeeld op de 2.325 meter hoge Teide-vulkaan, is al sinds de jaren negentig onderwerp van wetenschappelijke studies. Er bestaat geen consensus over de effecten van hoogtestages. Die variëren van snellere tijden bij lopers en zwemmers tot achteruitgang bij skiërs. Enkele studies namen geen verandering waar bij sporters die minstens twee weken op hoogte verbleven.

Dat zal wel, zegt Anema. Volgens hem spelen ook andere zaken een rol tijdens trainingskampen als die op Tenerife. 'Psychologisch is het voor ons een groot voordeel dat de zon hier schijnt en het in Nederland stortregent. Dat we hier zijn (het trainingskamp was in mei, red.), geeft ons ook een goed gevoel. Je gaat je lekkerder voelen. Als je weer in Nederland bent, sta je op de schaatsbaan met het idee dat het je heeft meegezeten, in plaats van dat je ziek bent geworden. Dat is beter dan dat je in de mongolenwaaier meedoet.'

Jakob Fuglsang, renner van Astana: 'Of het zin heeft dat wij hier wekenlang zitten? Dat ligt vooral aan jezelf. Je kunt ook naar de maan reizen. Zolang je gelooft dat het werkt, werkt het.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden