Fidan Ekiz: 'Ik heb nooit op kamers gewoond. Het leek me vreselijk.'

Reizen of op kamers? De woning van historicus Geert Mak stonk naar hond, topkok Pierre Wind begon vanuit huis zijn eigen radioprogramma. Bekende Nederlanders over hun eerste studentenkamer. Door Guido van Eijck Illustratie Bier en Brood

Beeld Bier en Brood

Geert Mak bij de hospita

'In 1965 kwam ik aan in Amsterdam, klaar om aan mijn studie rechten te beginnen. Het collegejaar begon in september, maar ik was in juli vast die kant op gegaan. Ik logeerde bij vrienden en familie en ging ondertussen op kamerjacht. Daar was toen nog weinig voor geregeld. De universiteit hielp wel wat. In een kantoortje hingen advertenties waarop je vliegensvlug moest reageren.

Ik had vrij snel iets gevonden: een minuscuul kamertje aan de Ruysdaelstraat, voor 50 gulden per maand. Groter dan twee bij vier meter was het niet. Er was een kleine wastafel, een bed voor het raam en een werktafeltje. Maar ik vond het geweldig: voor het eerst op mijzelf! Als aankomende studenten voelden we ons kleine Titaantjes, we trokken dag na dag met elkaar op. We leefden van macaroni met smac, een vleesachtig goedje in blik, en van kaas met marmite; de uitvinding van het jaar, want zo smaakte de goedkoopste jonge kaas heerlijk naar oude kaas.

Mijn hospita heette Simone. Het was een slonzige vrouw van een jaar of 45. Ze had een soort hartelijkheid over zich, maar helemaal spoorde ze niet. Nooit werd iets schoongemaakt in haar huis. En alles, werkelijk alles buiten mijn eigen kamertje was doortrokken van een geur van dieren, van gekookte pens en van oude dweilen.

Simone had twee grote herdershonden. Die hadden van zichzelf al een sterke geur. Maar daar kwam bij dat zij dagelijks pens voor die beesten uitkookte, de hele dag stond dat allemaal in de keuken te sudderen. Mijn eerste studiejaar was dus één groot gevecht tegen de stank. Dat werd alleen maar erger toen ik doorverhuisde naar een veel grotere kamer, dieper in het huis.

In die tijd had ik allerlei bijbaantjes. Ik reed eten rond voor de mensa, werkte in de haven, verkocht elektrische treintjes bij de Bijenkorf. Een groot deel van dat eerstverdiende geld moet, denk ik nu, zijn opgegaan aan Air Wick-luchtverfrissers. Die dampten mijn kamer schoon. Toen ik een keer in de gang een bel moest aanleggen, had ik links en rechts van mij Air Wicks staan om het te overleven. En als ik bezoek had, spoot ik een hele corridor met de toen gloednieuwe Air Wick-spuitbussen. Ik werd een expert in luchtverfrissers.

Pas veel later drong het tot me door dat Simone vermoedelijk een Joodse vrouw was die zwaar beschadigd uit de oorlog was gekomen. Maar daar sprak in die jaren zestig nog bijna geen mens over.'

Geert Mak (67) is historicus en schrijver van onder meer de boeken De eeuw van mijn vader, In Europa en Reizen zonder John Op zoek naar Amerika.

Geert Mak tijdens een toespraak bij de opening van de tentoonstelling ''In All their Glory'' in het Koninklijk Paleis Amsterdam in juni Beeld anp

Eefje de Visser in een echt studentenhuis

'Naast Ernie heet het studentenhuis waar ik in 2006 ging wonen toen ik begon aan de Rockacademie in Tilburg. Het huis van de buren heette, je raadt het al, Naast Bert. De huizen staan in een rustige woonwijk aan de Bilderdijkstraat. Het was een oud winkelpand. Omdat mijn kamer aan de voorkant van het huis lag, had ik een eigen voordeur en een etalage als raam. Het was het eerste huis waar ik ging hospiteren en ik mocht meteen blijven. De hospiteeravond was hartstikke druk. Iedereen zat in een kringetje, bier erbij. Waarom ik werd gekozen? Ik denk door de vraag over het schoonmaakrooster. Er waren die avond allemaal meisjes die de bewoners wilden pleasen. Ze zeiden dat ze de rotzooi wel leuk vonden en dat ze het prima vonden dat het huis vies was. Ik zei gewoon: 'Nee, ik wil dat het schoon is'. Volgens mij vonden ze dat wel leuk, dat ik niet met ze meepraatte. Ons huis en dat van de buren waren typische studentenhuizen. Ze bestonden al een jaar of twintig en er was natuurlijk een flinke doorstroom van bewoners. In ons huis woonden twaalf mensen. Er waren twee badkamers en het was er altijd vies. Ons huis had wel ooit de tweede prijs gewonnen in de verkiezing van het leukste studentenhuis van Nederland. Maar het was vooral allemaal vreselijk studentikoos. Er was voortdurend strijd tussen die twee huizen. De bewoners kwamen niet bij elkaar over de vloer, maar probeerden wel dingen van elkaar te stelen. Als er feestjes waren, probeerden de buren stiekem naar binnen te glippen. Dat studentikoze lag mij niet zo. Ik was vooral met vrienden van de Rockacademie in de weer. We waren altijd voor muziek op pad. We gingen bandjes kijken in de stad, echt zuipen deden we niet. Van het eerste jaar van mijn studie herinner ik mij vooral dat mijn wereld ineens veel groter werd, doordat ik al die nieuwe mensen leerde kennen. Lang heb ik er niet gewoond. Na ongeveer driekwart jaar Naast Ernie ging ik samenwonen in Utrecht.'

Eefje de Visser (28) is zangeres. Ze won in 2009 de Grote Prijs van Nederland. Vorig jaar verscheen Het is, haar tweede studioalbum. Ze reist met een theatertour door Nederland.

De Nederlandse zangeres Eefje de Visser treedt op in het Haagse Zuiderpark tijdens muziekfestival Parkpop, juni 2014 Beeld anp

Pierre Wind, in een huisje op de campus

'Toen ik als 17-jarige ging studeren, was ik een heel nette jongen. Ik droeg een ribbroek, had nog nooit gedronken. Ik ging naar de Zeevaartschool in Vlissingen, waar we met alle studenten in een stuk of 36 huisjes op de campus woonden. Het waren best chique huisjes, want in de zomer werden ze aan toeristen verhuurd. Bij elk huisje hoorde een ontgroening door ouderejaars. Of ik even bij de buren een koptelefoon wilde gaan halen, vroegen ze mij. Toen daar de deur openging was het: bam! Twee boterhammen met pindakaas op mijn wangen. In dat huis had ik mijn eigen kamer. Daar stond mijn knalrode radiozender, met drie van die sprietantennes erbovenop. Een paar keer per week zond ik mijn eigen radioprogramma uit: Radio Chaotic... met Pierre! Ik had denk ik een bereik van hooguit een kilometer, maar voor mijn gevoel zond ik uit voor de hele wereld. Mijn kamer lag vol ijzerdraad en ik had een enorme antenne gekocht om mijn bereik te vergroten. Het waren echt heel gekke, chaotische radio-uitzendingen. Ik liet veel muziek horen, want ik ben altijd een enorme muziekfan geweest. Ik heb thuis nog steeds een stuk of 12 duizend cd's tegen de muur staan. Op Radio Chaotic draaide ik de hitjes van toen, new wave en ook veel Kate Bush, want die vond ik erg goed. Haar muziek klonk een beetje als kattengejank. In de uitzending voegde ik daar dan echte kattengeluiden aan toe. Wat trouwens nog best een gedoe was, want we hadden nog geen computers. Doordat iedereen mij van de radio kende, steeg ik op de campus snel in de hiërarchie. Ik zat meteen in allerlei commissies. Het werd een feestjaar. Na een jaar moest ik daarom van school af, want ik had bijna niks gehaald. Ik ging de koksopleiding doen, aanvankelijk met de gedachte scheepskok te worden. Ik voelde mij enorm schuldig tegenover mijn ouders. Die hadden het al niet breed en hadden gespaard om de 20 duizend gulden voor mijn studiejaar te kunnen betalen. Ze dachten echt dat ik hard aan het studeren was. Het was wel het keerpunt: daarna heb ik al mijn studies goed gehaald.'

Pierre Wind (49) werkte als kok in sterrenrestaurants en is bekend van het tv-programma De Eetfabriek. Hij doceert aan het ROC Mondriaan in Den Haag en de Hoge Agrarische School in Den Bosch.

Executive chef-kok Pierre Wind Beeld anp

Fidan Ekiz, heen en weer reizen

Ik heb nooit op kamers gewoond. Het leek me vreselijk. Soms bezocht ik vriendinnen in hun studentenhuis. Dan was alles vies, privacy hadden ze nauwelijks. Ik vond het gezellig bij mijn ouders thuis. Bovendien kon ik het ook niet betalen. Ik kom uit een Turks gastarbeidersgezin met vier kinderen en we hadden het niet breed. Mijn studiegenoten konden op kamers wonen, omdat zij geld van hun ouders kregen. En dan gingen ze ook nog uit! Daar snapte ik echt helemaal niks van. Ik moest zelf werken voor mijn studie. Elke dag reisde ik heen en weer tussen Rozenburg, bij Rotterdam, en Utrecht, waar ik in 1995 begon met de journalistieke opleiding aan de hogeschool. Ergens tussen 6 en 7 uur 's ochtends vertrok ik van huis. Met bus 105 een halfuur naar Spijkenisse. Van daaruit met de metro naar Rotterdam Centraal. Een halfuur later pakte ik de trein naar Utrecht: nog eens veertig minuten. En dan in Utrecht nog een kwartier met bus 12 naar de Uithof. Soms dacht ik weleens: eigenlijk ga ik elke dag heen en weer naar Turkije, dat is ook twee keer drie uur vliegen. Maar ik klaagde niet hoor, eigenlijk vond ik al dat gereis best leuk. Onderweg had ik tijd om mensen te observeren, te studeren, te lezen of gedichten en andere stukken te schrijven. Mijn kamer thuis beschouwde ik als een soort hotel, waar ik weinig aandacht aan besteedde. Doordeweeks was ik in Utrecht en 's avonds soms in Rotterdam. In de weekeinden werkte ik in een supermarkt in het dorp. Verspreid door mijn hele kamer lagen kranten en boeken; mijn ouders werden er gek van. Op school had ik het gevoel dat ik wat in te halen had, dat ik een achterstand had. Daarom nam ik alle kranten mee van de bibliotheek, die ik las en bewaarde. Mijn eigen stukken schreef ik op een typmachine, want we hadden thuis geen computer. Ik kijk nog weleens met mijn man terug op die tijd. Hij snapt er helemaal niks van dat ik zo veel reisde en niet gewoon op kamers ging. Maar hij bewondert het ook. 'Jij bent honderd jaar onderweg geweest', zegt hij.'

Fidan Ekiz (37) is journalist en documentairemaakster. Ze maakte onder meer Veerboot naar Holland en Ik zie een verre reis.

Fidan Ekiz en Frenk van der Linden. Beeld anp

Jesse Klaver, antikraak

'Toen ik in 2004 aan de sociale academie in Den Bosch begon, vond ik vrij snel een antikraakwoning in een leegstaand kantoorpand op een bedrijventerrein. Een gekke plek, waar nauwelijks mensen woonden. Er liepen soms rare figuren rond. Met een huisgenoot heb ik eens midden in de nacht met een stuk hout door het gebouw gelopen omdat we rare geluiden hoorden. Ik woonde er met vijf mensen, van wie drie op mijn etage. Het leukste was de gedeelde ruimte. Dat was een soort open hal in het midden van het gebouw, waar we een groot net hadden gespannen. Daar voetbalden of tennisten we. Er zijn zo volgens mij wel wat tl-buizen gesneuveld. Mijn kamer was driehoekig, met een groot raam en uitzicht op het bedrijventerrein. Ik had het vrij kaal ingericht, met maar een paar meubels en een impressionistisch schilderijtje uit een kringloopwinkel in Eindhoven. We douchten in cabines die tijdelijk in de toiletblokken waren geplaatst. Om te koken hadden we elektrische plaatjes. Voor een stel studenten kookten we eigenlijk best goed: ik maakte graag salades, mijn oma's maakten bami en pasta. Alles bij elkaar heb ik er een jaar of twee gewoond. Toen ging ik stagelopen voor GroenLinks in de Tweede Kamer en woonde een half jaar in Den Haag. Daarna ging ik weer terug naar Den Bosch en kwam ik terecht in een studentenhuis in het centrum, dat bekend stond als 'de grot'. Bizarre plek. Alles was kapot, er zat geen plafond in de douche en we hadden muizen. Een huisgenoot had een konijn, dat vrij door de gemeenschappelijke ruimte liep. Maar ik was er ook weinig. Ik werkte in de horeca, zat bij een studentenvereniging en deed van alles voor GroenLinks. Waarschijnlijk kon ik het daarom ook in de grot uithouden.'

Jesse Klaver (28) is Tweede Kamerlid voor Groenlinks.

Jesse Klaver van GroenLinks tijdens een campagne van GroenLinks in Arnhem. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden