Fictie kan diepere werkelijkheid ook blootleggen

Naast journalistiek onderzoek en geschiedschrijving is er een schreeuwende behoefte aan fictie die verontrust in plaats van orde schept.

Laat ook ik met een verhaal beginnen. In februari 1985 trok ik een paar dagen op met Pieter Verhoeff en zijn filmploeg. Ze waren bezig met een speelfilm over een kwestie die een kleine eeuw eerder de gemoederen in het noorden van het land hevig bezighield. De Dream, zoals de film heette, ging over drie sociaal-democraten die veroordeeld werden tot jarenlange gevangenisstraffen voor een inbraak die ze nooit hadden gepleegd.


Op een van die draaidagen stonden we voor het voormalige politiebureau van Leeuwarden, waar een van de werkelijke daders na een getuigenverhoor met een voldaan gezicht naar buiten zou komen. Een acteur die de dorpsonderwijzer speelde zou dan naar voren springen en de man aanvliegen: 'Vuilak, smeerlap, verrader!', in die trant.


Ik stond naast Pieter Verhoeff, en ik vertelde hem dat degene die dat in werkelijkheid had gedaan mijn eigenste oudoom Petrus was, toen een onderwijzer-in-opleiding van nog geen twintig, en een felle sociaal-democraat. Hij had er nog een nacht voor in het cachot gezeten, de hele familie was trots op hem geweest.


'Leuk dat jullie dat incident bij de research hebben teruggevonden', zei ik. Pieter keek me stomverbaasd aan. 'Is dat dan werkelijk gebeurd?' 'Ja', zei ik. 'Hoezo?' 'Omdat we het incident verzonnen hebben. We hadden het nodig voor het dramatische effect.'


Er zijn talloze verhalen te vertellen over verhalen, en over de verhouding van verhalen tot de werkelijkheid. Wat Philipp Blom in zijn rijke en inspirerende betoog aan de orde stelt, raakt de kern van het werk van alle chroniqueurs, zowel de historici als de beschrijvers van de eigen tijd. Want, inderdaad, waarom zijn wij een verhalende diersoort? Wat is het doel van onze verteldrift?


En, wat meer toegespitst, welke rol speelt het verhaal in de geschiedschrijving? Waarom wordt die ene gebeurtenis uit de stroom van de tijd gelicht, en vergeten we al het andere? Waarom wordt de ondergang van de Titanic keer op keer in woord en beeld naverteld, maar heeft het een halve eeuw geduurd voordat het torpederen van de Wilhelm Gustloff op 30 januari 1945 door Günter Grass aan de vergetelheid werd ontrukt? Toch was dat een ramp die vele malen groter was dan die van de Titanic.


Is het omdat de eerste categorie verhalen, ondanks alle drama, een bepaalde ordening schept of versterkt - 'Het recht zal zegevieren', 'Hoogmoed komt voor de val' - terwijl de tweede categorie ons alleen maar de bittere nasmaak laat van de wreedheid van een nutteloze oorlogshandeling.


Het Duitse verzetsverhaal

In Nederland koesteren we nog altijd gretig het verhaal van de onschuld. Onze koloniale oorlogen heten tot de dag van vandaag 'politionele acties', wie durfde te reppen van oorlogsmisdaden kreeg tot voor kort van boze veteranen een proces aan zijn broek en toen afgelopen zomer voor het eerst een paar foto's van zo'n slachtpartij werden gepubliceerd wekte dat grote beroering.


In Duitsland wordt het oorlogsverhaal gedomineerd door het tegendeel: schuld. In München volgde ik ooit de wederwaardigheden van de Münchener Post, een sociaal-democratisch dagblad dat zich, zo lang het kon, met felheid en verve tegen het opkomende nazisme had verzet.


Ik bracht een bezoekje aan de plek waar al deze dappere Duitsers hadden gewerkt. Er werd nog steeds een krant gemaakt, maar niemand daar bleek nog iets van de Münchener Post af te weten. In Polen, Nederland, Frankrijk zou er zeker een herinneringsplaquette aan de gevel hebben gehangen. Hier was elke herinnering verdwenen.


Waarom? Het heeft te maken met het algemene Duitse verhaal over de oorlog, het verhaal over de Grote Schuld. Die schuld werd en wordt algemeen ervaren als een schuld van de gemeenschap, van de staat, en niet zozeer van het individu.


Op een bepaalde manier was dat verhaal voor veel individuele Duitsers geruststellend. Het bestaan van het verzet verstoorde die naoorlogse gemoedsrust. Het toonde aan dat de verantwoordelijkheid voor het 'meegaan' niet enkel kon worden afgewenteld op de nazi's of de staat, maar dat er wel degelijk een individuele keuze mogelijk was geweest.


Heel langzaam, nu de generaties die direct betrokken waren bijna van het toneel zijn verdwenen, verandert dat en komt er in Duitsland aandacht voor het individuele verzet.


De rol van de historicus

Waar blijft, in deze chaos van telkens botsende en elkaar tegensprekende verhalen, de rol van de historicus? Zijn werk is - en ik volg nu de definitie van de Amerikaans-Hongaarse historicus John Lukacs - in de eerste plaats 'het streven naar waarheid door het uitbannen van onwaarheid'.


'We leven vooruit, maar we denken achteruit', schrijft Lukacs. We zijn voortdurend bezig onze beelden en verhalen bij te stellen. Objectieve geschiedschrijving bestaat niet, het blijft bij een streven naar waarheid, als de eenden van Blom, zoekend en duikend om het wak maar open te houden.


Doen we dat genoeg? Nemen wij, chroniqueurs van het heden en verleden, onze taak, het 'uitbannen van onwaarheid', serieus genoeg. Ik vraag het me af. Op dit moment vindt op Europees en mondiaal niveau een misvorming van de werkelijkheid plaats die grote consequenties heeft. De eurocrisis is niet alleen een conflict over geldstromen, democratie en het karakter van het toekomstige Europa, het is ook een gevecht om het verhaal. Iets soortgelijks speelt zich af in de Verenigde Staten. En beide gevechten zijn we aan het verliezen.


Terug naar mijn oom Petrus. Het samenvallen van de woede-uitbarsting van de onderwijzer in de film en de werkelijke gebeurtenis laat zien hoe krachtig fictie en non-fictie met elkaar verbonden kunnen zijn. Fictie kan, soms meer nog dan non-fictie, een diepere werkelijkheid blootleggen - niemand schetste beter de chaos rond de Slag bij Waterloo dan Stendhal in zijn roman La Chartreuse de Parme. Chaos, ja, en wat kan een goede fictieschrijver daar een eerlijk verhaal over schrijven.


Dat geldt zeker voor deze tijden. Ik weet zeker dat binnenkort de eerste journalistieke onderzoeken zullen verschijnen naar wat er achter de schermen van de eurocrisis werkelijk gebeurde, over een paar jaar zullen de eerste historici er hun tanden in zetten, en onze mond zal openvallen. Maar waar ik het meest naar verlang zijn de ontregelende romans. Fictie die verontrust in plaats van orde schept - en wat is daaraan een schreeuwende behoefte.


Daarom roep ik, met Philipp Blom: 'Eenden van alle landen verenigt u!' Maar ik omarm die bevroren zwaan.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden