Feuilleton, aflevering 11: de slag om de zandbank

Blaffende zeehonden bijten dan misschien niet, maar jagen de opvarenden van De Progressie wel schrik aan.

Het voorval deed denken aan een BBC-documentaire over het leven op de Serengeti, waarin een over de vlakte denderende kudde kafferbuffelswordt opgejaagd door een bloeddorstige roedel roofdieren. Boven in de lucht cirkelen kadavergeile gieren, wachtend op een restjesmaaltijd. Zonder overleg stuiven de prooien uiteen om de aanvallers kortstondig in de war te brengen, een overlevingsstrategie die zich in miljoenen jaren heeft ontwikkeld. Meestal werkt de tactiek. Vaak ook niet. Het beeld vertraagt. In slowmotion strekt een van de roofdieren zijn klauwen uit naar een geïsoleerde achterblijver, die zijn evenwicht verliest en ter aarde stort. Het beestje spartelt machteloos met zijn poten, terwijl de belager diens tanden in zijn hals zet. Een moment later ligt het dier nahijgend op zijn einde te wachten.


Verander de Serengeti in een zandplaat bij Vlieland, de kafferbuffels in rondwandelende opvarenden van de platbodem De Progressie en de hongerige roofdieren in twee ziedende zeehonden die zich hebben losgemaakt van hun horde om het gezelschap indringers achterna te kruipen in een veel sneller tempo dan de bezoekers hadden kunnen vermoeden. Dankzij een op de rug van een overvliegende zilvermeeuw gemonteerde camera zou te volgen zijn hoe de wadlopers uiteen stoven op het moment dat de zeehonden hen achterna kwamen.


Aanvankelijk hadden de kinderen en hun ouders ontspannen bij de kudde gestaan. De puppy's van beide diersoorten hadden nieuwsgierig naar elkaar gekeken, de oudere beesten lagen en stonden loom in de zon. Het tableau oogde lieflijk, al vonden de mensen wel dat de dieren nog erger stonken dan natte landhonden.


De beesten maakten geluiden die op blaffen leken, maar 'blaffende zeehonden bijten niet', had vader Bram tegen de jongsten gezegd. Van dat laatste was hij niet zeker toen hij zich - net als de rest van het gezelschap - uit de voeten maakte, op de vlucht voor de belagers. Na een meter of tien staakten de zeehonden hun achtervolging, het was hen niet gelukt een mensenkalfje te pakken te krijgen.


Ouders en kinderen hadden zich op een veilige afstand verzameld. Toen de groep wat tot rust was gekomen, bleken vier van de twaalf kinderen te huilen van spanning. Twee krijsten er amechtig. In de twee miljoen jaar dat onze voorouders, hun voorouders en daar weer de voorouders van in groepen over vlakten zwierven, moet het eerder zijn voorgekomen dat mensachtigen werden belaagd door roofdieren. De snelheid van het vluchtgedrag zal de overlevingskansen hebben bepaald. Zou het krijsen van kinderen zijn geëvolueerd om aanvallers af te schrikken, of is dat gedrag dat generaties lang per toeval is doorgegeven, ondanks de extra aandacht die het gebrul trok? Want extra aandacht trok het. Twee andere zeehonden verlieten hun plek in de steeds lager hangende zon, om hun twee koloniegenoten bij te staan.


Toen begon in de verte bij het schip matroos Beerd een bel te luiden. Het eten werd over een kwartier geserveerd. Roepend over de zandvlakte vroeg Kick aan Beerd wat hij had bereid, om de kinderen een beetje af te leiden van de patrouillerende zeehonden.


'Rotmok', schreeuwde Beerd terug.


'Heerlijk!', riep Kick terug, al wist hij eigenlijk niet wat rotmok was. Niemand had een idee. Klonk als scheepsvoedsel uit vervlogen tijden.


'Jongens, we eten zo rotmok!', zei Rosalie tegen haar zoons Dimitri en Sjors, maar deze reageerden vol afschuw.


'Ik hou niet van rotmok', zei Sjors.


'Wat is dat dan?', vroeg Rosalie, te vinnig. 'Wat is rotmok?'


'Ik weet niet wat rotmok is', zei Sjors terug, 'maar ik weet ook dat ik er niet van hou.'


'Je eet het gewoon op', zei Rosalie, die zelf de voorbarigheid van haar mededeling inzag, want eerst moest het gezelschap maar eens proberen bij de maaltijd van Beerd te komen. Probleem was dat de zeehonden tussen de groep en het schip stonden te posten en zo de doorgang versperden. Steeds als de bezoekers een iets grotere boog maakten in de richting van hun platbodem, schoven ook de beesten een paar meter op, een spelletje dat ze klaarblijkelijk vaker hadden gespeeld.


Het begon de kinderen op te vallen dat de zeehonden aan het treiteren waren, en ook de moeders Sanne en Klaasje werden steeds ongeruster. Het begon al te schemeren. Wat als ze het schip niet bereikten? Wat als ze met dieren moesten vechten? Had er niet onlangs in de krant gestaan dat grijze zeehonden bruinvissen aanvielen en doodden? Dan aten die kutbeesten vast ook mensen. Wat als het water weer begon te stijgen? Hoe ver was het zwemmen naar het dichtstbijzijnde eiland? Hoe sterk was de stroming? Hoe laat zou de zon ondergaan? Wat als het eten koud werd? Of was rotmok al koud van zichzelf?


De gebeurtenissen van die middag zouden ongetwijfeld in de persoonlijke geschiedschrijving van de vriendengroep terecht zijn gekomen, als die er was geweest. 'De Slag Om De Zandbank', zou deze episode heten, waarin de groep op steeds verdere afstand van het moederschip kwam, opgejaagd door een troepje krankzinnig geworden blaffende rotrobben.


Na een tijdje - Beerd had voor de tweede keer gebeld, ditmaal om te melden dat de maaltijd toch echt werd opgediend - kwamen Bram, Pim, Korneel en Kick bij elkaar, voor vader-topoverleg. Er vloeiden steeds meer kindertranen. Bram stelde voor dat hij en een andere vader de zwemmende speklappen zouden afleiden, zodat de rest van de groep een vluchtpoging naar De Progressie kon wagen. Hierna begon Brams dochter Tienne plotseling hartstochtelijk te huilen.


'Jullie gaan dood', zei ze kermend, waar de volwassenen geamuseerd sussend op reageerden, maar dit riep bij de rest van de kinderen nog meer jammerklachten op. Zelfs de 15-jarige Hidde, zoon van Pim en Frederique, liep met een angstig gezicht rond.


'Ik ben gewoon bang van zeehonden', zei hij, toen zijn vader hem lachend probeerde te omhelzen. 'En de zee begint ook echt weer te stijgen.'


Hij wees op de plek waar de zandplaat overging in water, een grens die vergeleken met een uur daarvoor al een stuk was opgeschoven. Brams 11-jarige zoon Duco riep: 'We gaan verdrinken.'


Hij zei het een keer of zes achter elkaar. Toen hij ermee ophield, begonnen Bram en Korneel terug in de richting van de zeehondenligplaats te lopen, hun grommende achtervolgers roepend en wenkend.


'Kom maar mee, jongens, deze kant op. Kom maar, kom maar, kom maar.'


De beesten lieten zich uitdagen en verloren de rest van de mensengroep uit het oog. Dit was een teken voor de anderen om naar de platbodem te rennen, de kinderen alsof hun leventje ervan afhing. Bij de boot werden ze vrolijk verwelkomd door schippersvrouw Maria en matroos Beerd, die hen hun schoenen lieten wassen en hen daarna aan boord hielpen. Een paar kinderen ging direct het kombuis binnen, maar de rest bleef op het dek staan kijken naar Bram en Korneel, die nog steeds van de boot waren gescheiden door de beesten.


'We zullen de zeehonden moeten doodknuppelen', riep Korneel naar het schip, een uitspraak die grote ontzetting bij de kinderen opriep. Doodknuppelen was zielig. Dat was geen verhaal waarmee ze na de kerstvakantie in het kringgesprek op school konden aankomen.


De camera op de rug van de zilvermeeuw registreerde een patstelling. Als de vaders naar links trokken, deden de zeehonden een paar meter opzij, liepen ze de andere kant op, dan volgden de beesten. Er leek geen einde aan te komen. De eerste gieren begonnen boven de zandplaat te cirkelen. Een Mexican standofftussen twee verschillende diersoorten, met stijgend water en een ondergaande zon.


volkskrant.nl/feuilleton;


facebook.com/VolkskrantFeuilleton


twitter.com/vfeuilleton;


WAT ER VOORAF GING

Een groep van vijf vrouwen ('De Vijf') deelde tijdens hun studie lief en leed. Hun mannen raakten ook met elkaar bevriend. Het gezelschap bijna-veertigers besloot gezamenlijk Oud en Nieuw te vieren op Vlieland, met hun kinderen. Voor de overtocht was een oude klipper gecharterd bij schipper Maria. Toen de boot droogliep, maakte het gezelschap een wandeling over een zandbank. Twee vrouwen, Bibi en Frederique, hadden zich afgezonderd om zaken te bespreken die verborgen moesten blijven. Bibi vertelde schoorvoetend over een affaire die ze had. Wat Bibi niet wist was dat Frederique al jarenlang de geheimen van haar vriendinnen heeft bijgehouden. Zo was er de keer dat Bibi tijdens een kamelensafari in Syrië zich door de stof van haar kleren heen had laten betasten door een kamelenjongen. Na het vertellen van dit verhaal werd de groep op de zandbank plotseling belaagd door agressieve zeehonden.


1.1 Kafferbuffels

Zoekend naar materiaal over de Serengeti stuitte ik op de mij onbekende naam 'kafferbuffels'. Dit lekkere woord komt in mijn versie van Van Dale niet voor. Wikipedia meldt dat de syncerus caffer deel uitmaakt van de 'Grote Vijf', vijf diersoorten in Afrika die door jagers worden beschouwd als het moeilijkst te schieten: buffel, leeuw, luipaard, neushoorn en olifant.


1.2 Rotmok

Is een ouderwets marinerecept uit de oost (ook genaamd Indische hachee). Smulweb: '750 gram rundvlees in flinke dobbelstenen, 750 gram grof gesnipperde uien, hacheekruiden, 2 rode pepers, zout, ketjap manis, 3 tenen gekneuse knoflook, olie, tl ketoembar, tl kerriepoeder. Bak eerst het vlees flink bruin, dan de uien en de knoflook erbij, dan de fijn gesneden lomboks, ketjap en kruiden, laat het geheel vijf minuten doorbraden en voeg dan 750 ml heet water erbij. Laat het geheel minstens zolang stoven dat de uien bijna zijn opgelost. Proef en voeg naar smaak zout, sambal en nog wat ketjap toe. Laat het geheel niet droogkoken. Serveren met rijst.'


Ik vroeg Facebook om alternatieven voor rotmok. 'Captains diner' (Annelies Eefting). 'Wat mijn vader at toen hij matroos was: stokvis/puree en mosterdsaus (veel uien?)' (Irene van der Rol). 'Hete bliksem' (Hanneke van Well). Kaapse raasdonders (Rebecca Luijten). 'Lekkere stamppot boerenkool met worst, spekjes, kuiltje jus, lik mosterd, zilveruitjes en augurk. Goed om warm te worden en een flinke bodem te leggen. Berenburg en koffie toe' (Marjan Kloosterman). 'Hutspot en klapstuk!' (Theo Stepper).


1.3 Mexican standoff

Is een bekende scène in films, waarin twee of meerdere partijen in een dusdanige omstandigheid verkeren dat alle betrokkenen pijn zullen lijden. De term wordt en werd ook in de wereldpolitiek gebruikt, bijvoorbeeld om het conflict te typeren waarin de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie zich bevonden ten tijde van de Koude Oorlog. Het huidige treffen tussen Israël en Hamas heeft ook veel van een Mexican standoff. In veel speelfilms is daar eveneens sprake van.


AGRESSIEVE ZEEHONDEN

Het Journaal meldde op 24 oktober dat zeehonden verantwoordelijk zouden zijn voor de dood van bruinvissen. Nos.nl: 'Aanvankelijk werd gedacht dat de dieren in schroeven van schepen waren terechtgekomen. Bij onderzoek van de verwondingen zijn tandafdrukken gevonden die overeenkomen met het gebit van de grijze zeehond.'


Ter relativering. De zeehondencrèche in Pieterburen reageerde verbolgen op dit bericht: 'Pure kolder.' De grijze zeehond zou er volgens krantenberichten niet voor terugdeinzen om ook mensen aan te vallen. De crèche in Pieterburen noemde dit: 'Onmogelijk.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden