Feuilleton, aflevering 10: BiBi's kleine geheim

Langzaam liet Bassam zijn vingers over het bovenbeen van Bibi gaan...

Maar ze stopte hem niet. Bassam bewoog zijn vingers steeds iets hoger. Aanvankelijk had Bibi nog het idee dat hij niet wist wat hij deed en dat hij oprecht was in zijn pogingen haar te behoeden voor een val van zijn dromedaris. Bassam was Bibi, tot hun verwijdering van de groep, overgekomen als een rustige, ja zelfs timide jongen.


Natuurlijk had ze zijn aanwezigheid opgemerkt. Zijn huid was gebronsd, zijn spieren hard, zijn borstkas stevig, zijn geur van een bijna vrouwelijke zoetheid. Hij was naar de maatstaven van Bibi en haar vriendinnen niet lelijk, al had zijn schoonheid wel iets verweerds en stuurs, alsof zijn genen en die van zijn nomadische voorouders lang hadden gestreden tegen parasieten en armoede - wat waarschijnlijk zo was.


Bassam was overdreven behulpzaam, op het kinderlijke af. Toen Bibi de avond ervoor bij aankomst in het barakkenkamp van haar eenbultige kameel wilde stappen, had Bassam haar opgevangen zoals een jongen zijn jongere zus helpt. En vanwege zijn beschermzucht kon Bibi aanvankelijk niet geloven dat Bassam, nu ze van de groep los waren geraakt, zijn hand langzaam in de richting van haar kruis liet gaan.


Hij deed het geraffineerd. Bibi droeg een lange groene zomerbroek van katoen met linnen. Bassams vingers schoven steeds een klein stukje op, zo geleidelijk dat Bibi hem moeilijk tot de orde kon roepen. Niet dat ze dat wilde. Ze hield zijn verrichtingen in de gaten, maar voelde niet de noodzaak hem tegen te houden.


Na enige tijd merkte ze dat zijn vingers, door de stof van haar broek heen, tegen haar schaamstreek drukten. Bassam maakte geen aanstalten om met zijn hand in haar broek te gaan. Dat voelde hij goed aan, want als hij dat had gedaan zou Bibi hem hiervan zeker hebben weerhouden.


Er zaten op dat moment twee lagen kleding tussen zijn hand en haar kruis, genoeg om tegenover zichzelf en later wellicht ook anderen vol te kunnen houden dat er in feite niets onoorbaars was gebeurd. Oké, de arm van de kamelenberijder was per ongeluk even uitgeschoten, waarschijnlijk in een poging haar voor een lelijke val te behoeden.


Bassam begon voorzichtig met de toppen van zijn vingers te cirkelen. Even keek Bibi om, niet naar Bassam, maar om te zien of de anderen hen al aan het inlopen waren. Dat was niet zo, de afstand tussen Bassams dromedaris en de beesten erachter leek juist groter geworden. Toen Bibi zich weer wilde terugdraaien keek ze Bassam kort in zijn ogen: groot en donkerbruin, maar niet vurig. Ze probeerde zijn blik te duiden, al kon ze er weinig uit opmaken. Bassam leek nog steeds verlegen en zeker niet bevangen door een duistere onstuimigheid die overeenkwam met wat zijn vingers uitspookten.


Bibi liet zich een paar meter meevoeren op de cadans van de dromedaris. Stapsgewijs veranderden de cirkels van Bassams vingers in knijp- en kneedbewegingen. Zijn gedruk en gegraai liet Bibi niet onberoerd. Ze was moe en in een vreemd soort trance waarin wetten en praktische bezwaren niet in de weg stonden. Ze merkte dat ze anders ging zitten op de bult van het beest, om Bassams hand ruimte te geven. Feitelijk zou ze tegenover de buitenwereld nog steeds kunnen verdedigen wat er gebeurde, mits ze niets zou vertellen over haar toegenomen ademhaling en de opwellende begeerte die zich van haar meester had gemaakt.


Juist toen ze overwoog of het verstandig was om achter zich te reiken en op haar beurt Bassams lichaam te zoeken - zoals haar gevoel haar ingaf - stopte Bassam zijn bewegingen. Hij legde zijn hand op een van Bibi's handen, die hij vervolgens voorzichtig, bijna ingetogen, optilde en langzaam meevoerde. Bibi had op dit moment haar arm kunnen terugtrekken, maar toch liet ze zich begeleiden, want ze was geraakt door de dwingende en tegelijkertijd tedere manier waarop Bassam haar vasthield.


Ze voelde hoe hij haar hand naar zijn kruis bracht, waarna ze schrok van wat haar vingers registreerden. Bassam wilde dat zij haar hand in zijn broek zou laten gaan, merkte ze, maar dat deed ze niet. Er moest en zou stof blijven tussen haar en het imposante zwellichaam in haar vuist. Toen ze kort achter elkaar een paar knijpbewegingen had gemaakt, kreunde Bassam plotseling, een hoge jongenskreun die in contrast stond met de volwassenheid van zijn handelingen en de grootte van zijn geslachtsdeel.


Tot ze een jaar of vijftien later dit voorval en de beschamende ontknoping ervan lacherig opbiechtte aan Frederique, had ze er met niemand over gesproken, niet met haar studiegenoten van de Arabische taalreis en al helemaal niet met Kick. Wat had ze hem moeten vertellen? Dat ze een serene netnietnetwel seksuele ontmoeting had gehad met een ongeletterde kamelenjongen, die blijkbaar zo overdonderd was van haar westerse schoonheid dat hij had toegegeven aan zijn verlangen haar aan te raken? Bibi had gezwegen, en af en toe met liefdevolle vertedering teruggedacht aan haar kleine Syrische geheim met een jongen die ze niets kwalijk nam.


Tot ze op een borrel een man ontmoette die ook door het Midden-Oosten had gereisd en haar een andere kant van het verhaal vertelde. De man had voor zijn studie een paar maanden opgetrokken met rondreizende bedoeïenen, die voor een deel leefden van kamelentochten met toeristen. Hij onthulde dat de jongens er een sport van maakten zich, al rijdend door de zandvlakten, te laten aftrekken door vrouwelijke westerse toeristen. Ze zorgden dat ze zich met kameel en al in de verzengende hitte van de woestijn lieten afzonderen van de groep, om dan toe te slaan. Veel overdonderde toeristes hadden zich laten verleiden.


'Nou ja! Dat vrouwen daar intrappen!', had Bibi gillend van de lach geroepen.


Terug op de plaat tussen Vlieland en Terschelling kwamen Bibi's kinderen op hun vader Kick afgerend, gevolgd door een halve jeugdbende. Al van veraf schreeuwden ze woedend dat ze hun moeder hadden betrapt. De volwassenen, minus Bibi en Frederique, stonden bij elkaar op een zandheuvel van een halve meter met uitkijk op een kolonie zonnebadende zeehonden. Op tweehonderd meter afstand lag nog almaar De Progressie, ook in de stralende winterzon.


'Pappa!', riep de jonge Kick, door zijn opa consequent 'junior junior' genoemd. 'Mamma heeft gerookt. Mamma heeft weer eens gerookt.'


De volwassenen reageerden quasi-geschokt.


'Is dat zo?', riep Kick terug, die net als zijn vrouw regelmatig in oude foute gewoonten vervalt. 'Schande! Hoe durft ze!'


'Ze krijgt kanker', riep Josje, zijn jongste dochter, met gebalde vuisten. Ze blafte het woord uit.


'Hè gezellig', zei Rosalie.


'Nou kanker, dat is niet gezegd, maar het is niet goed dat mamma rookt. Ik zal het zo tegen haar zeggen', zei Kick, die vervolgens overging tot regel 1 uit het Opvoedkundig Handboek: afleiding is de oplossing van vrijwel alle problemen.


'Jongens, hebben jullie gezien dat de ene grote zeehond daar ruzie heeft met die andere?', riep hij tegen de groep kinderen. Pim begreep zijn bedoeling en vulde aan: 'Wij denken dat ze zo gaan vechten.'


Vechten. Onmiddellijk waren de kinderen de kleine zonde van Bibi vergeten. Niets dat een goede matpartij tussen zeehonden kan verslaan. Het gezelschap keek met elkaar naar de kolonie rustende beesten. Niet gehinderd door het totale gebrek aan schermutselingen, begonnen de kinderen een van de spekkige mannetjes aan te moedigen een ander mannetje te lijf te gaan.


'Vechten! Vechten! Vechten!', scandeerden ze naar de groep. Er waren zeehonden die loom opkeken. Blijkbaar ergerden een paar van hen zich nogal aan het geschreeuw van de mensenkinderen. Snel, veel sneller dan de bezoekers van de zandplaat konden vermoeden, begonnen de beesten in de richting van de indringers te kruipen.


WAT ERAAN VOORAF GING

Een groep van vijf vrouwen ('De Vijf') deelde tijdens hun studie lief en leed. Hun mannen raakten ook met elkaar bevriend. Het gezelschap bijna-veertigers besloot gezamenlijk Oud en Nieuw te vieren op Vlieland, met hun kinderen. Voor de overtocht was een oude klipper gecharterd bij schipper Maria.


Toen de boot droogliep, maakte het gezelschap een wandeling over een zandbank. Twee vrouwen, Bibi en Frederique, hadden zich afgezonderd om zaken te bespreken die verborgen moesten blijven. Bibi vertelde schoorvoetend over een affaire die ze had. Wat Bibi niet wist was dat Frederique al jarenlang de geheimen van haar vriendinnen heeft bijgehouden. Zo was er de keer dat Bibi, nog enorm verliefd op haar latere man Kick, tijdens een kamelensafari in Syrië samen met een kamelenjongen afgezonderd raakte van de groep.


Planning

Door omstandigheden (theatertournee, publiciteit voor een nieuw boek en verhuizing naar een andere werkplek) kwam het ervan dat ik pas afgelopen woensdagavond om 22.00 uur kon beginnen aan deze aflevering. Met een deadline om 09.00 uur op donderdag was een strakke planning gewenst.


- 22.00-22.30 uur: opzet maken


- 22.30-01.00 uur: +/- 600 woorden schrijven


- 01.00-01.30 uur: pauze


- 01.30-03.30 uur: +/- 600 woorden schrijven


- 03.30-04.30 uur: Deze 'zijbalk' schrijven


- 04.30-05.00 uur: opkrikken en herschrijven


Vooruitgang

Lezer Theo Stepper houdt op zijn site dewarmloper.wordpress.com een (bijna) wekelijks blog bij over dit feuilleton. Afgelopen week schreef hij: 'Noem me eigenwijs, maar het is tijd om terug te keren naar de oorspronkelijke verhaallijn en het plot. Het kan toch niet zo zijn, dat behalve de klipper Progressie, die in aflevering vier aan de grond liep, ook de schrijver is vastgelopen? (...) Het is tijd om terug te keren naar het schip. Het heeft niet voor niets een naam die synoniem is voor vooruitgang.'


Bibi en Bassam

Daar heeft Stepper gelijk in, maar toch besloot ik - eigenwijs - in deze aflevering Bibi's ontmoeting met Bassam af te ronden. Het verhaal was voor mijn gevoel nog niet af en ik had er ook plezier in nog even op de rug van een dromedaris te blijven rondsjokken.


1.1 Broek

Tijdens het schrijven vroeg ik me af wat een vrouw tijdens een kamelentocht zou dragen. Een jurk? Een zomerbroek? Welke kleur? Deze vragen legde ik voor aan Facebook. Ernestine Kossman schreef: 'Een jurk als je op een kameel zit? Dat kan alleen een man bedenken.' Goed, een broek dus. Over de stof was niet iedereen het eens. Linnen, katoen of kaki. Sara van Gennip schreef: 'Een donkere broek van dikke stof (want zo'n kamelenhuid schuurt als een malle) die je charmant in je sokken stopt, T-shirt met kwart mouw, katoenen hoofddoek.'


Beige was de kleur die het meest werd genoemd. Stefan Plugge kwam met een foto van actrice Claire Danes die in een aflevering van de controversiële (voor een deel in het Midden-Oosten spelende) tv-serie Homeland een vaalgroene outfit draagt.


1.2 Wetten en praktische bezwaren

Is een deel van een regel uit het gedicht Het huwelijk van Willem Elsschot: '(...) want tussen droom en daad / staan wetten in de weg en praktische bezwaren / en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren / en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.'


'S NACHTS SCHRIJVEN

Bijna zes jaar lang heb ik gewerkt als nachtportier in een rustig ziekenhuis. In tijden van schrijfstress schiet ik nog steeds in mijn gewoonte nachten door te trekken. Dit klinkt romantischer dan het is. Citaat uit Ik omhels je met duizend armen: 'Je moet erg van jezelf houden om zes, zeven uur achter elkaar alleen te zijn, nog meer alleen te zijn, alleen maar alleen te zijn en en je niet te ergeren aan je beperkte geestesleven.' Voordelen van 's nachts werken: het is rustig, iedereen slaapt, de telefoon gaat niet en de toeslaande vermoeidheid kan bronnen bereiken die in heldere toestand onaangeboord blijven.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden