Feuilleton aflevering 1: Studentikoze inwijdingsrituelen

Met inbreng van lezers schrijft Ronald Giphart een feuilleton voor het dagelijkse katern V van de Volkskrant, de afleveringen verschijnen daarna ook op Volkskrant.nl. Vandaag de eerste aflevering: Sapere Aude

Het bepalende moment in hun vriendschap vond plaats op donderdag 7 september 1995, om half zes 's middags, ergens op een veld in een Veluws bos. Metterjaren is de gebeurtenis weggezakt in de nevelen van de tijd en het verhaal is door de betrokkenen groter, belangrijker en vooral nostalgischer gemaakt, maar feit is dat zich op dat tijdstip op die plek iets afspeelde dat hun levens blijvend heeft beïnvloed.

Bijna honderd studentes zaten in hun ontgroening van V.S.V.P., de Vrouwelijke Studenten Vereniging Phaedra. In de jaren dertig had dit meisjesdispuut zich losgemaakt van een gemengde corporale moedervereniging, om zelfstandig en zonder mannelijke bemoeizucht verder te gaan. De zinspreuk luidde sindsdien 'Sapere Aude', oftewel 'heb de moed wijs te zijn'.*

Ooit waren studentikoze inwijdingsrituelen bedoeld om nieuwelingen in een groep een gevoel van esprit de corps bij te brengen. In 1995 kwam het er voor de novieten van Phaedra op neer dat zij door de ontgroeningscommissie tijdens de zogenaamde 'buitenweek' dagenlang werden afgezeken, gepest en op de proef gesteld.

Op het plein voor het sociëteitsgebouw Circe - vernoemd naar de mythische tovenares die mannen in varkens kon veranderen - hadden alle aankomende Phaedrieten hun sigaretten en zelfgemaakte lunchpakketten voor de komende week moeten inleveren. Lijdzaam hadden de onschuldige meisjes toegezien hoe honderden ouderejaars kwamen langsfietsen om er met hun boterhammen en sigaretten vandoor te gaan. Een ritueel dat al vijftig jaar bestond.

Traditioneel was ook de uitsluitend donkerblauwe of zwarte kledij. BH's waren verboden en op het gebruik van make-up stond een publieke straf. Meteen na aankomst in de Veluwse bossen hadden de meisjes van hun ontgroensters een halve voetbal met een nummer erop gekregen. Hoofddeksels die ze de rest van de week te allen tijde moesten dragen, ook tijdens hun slaap.

Hun eigen namen mochten de meisjes gedurende de hele ontgroening niet meer gebruiken: ze moesten elkaar aanspreken met onzinnige spotnamen, die slechts vaag met hun eigen naam hadden te maken. Sanne Moens werd Vette Oen. Bibi Roskam werd Pisemmer. Frederique Severijn Vreetzwijn. Klaasje Binninga werd Kutje Binnengaan en Rosalie van Lokeren Ruftje Knoflook.

Dit laatste meisje moest als extra vernedering de hele kamptijd een touw met een knoflookstronk eraan dragen, een stankketting die zij niet af mocht doen. Haar troost was dat er ook meisjes rondliepen met een prei of een salami om hun hals.

Op het terrein stond een grote legertent, waar de aankomende Phaedrieten moesten slapen, eten en werken. Slapen zo kort mogelijk: ze werden opgehouden tot een uur of drie 's nachts, om de volgende ochtend alweer om half zeven te worden gewekt met keiharde muziek.

Na een ontbijt van één boterham belegd met culinaire gruwelijkheden als marmite of tonijnsandwichspread moesten de meisjes in de tent ruggelings en zij aan zij zwijgend zwachtels breien voor het Rode Kruis. Hoewel er dus bijna niet gepraat mocht worden, waren er tijdens de eerste dagen wel groepjes meisjes die voorzichtig naar elkaar trokken. Vette Oen en Pisemmer zatten vaak met hun ruggen tegen elkaar, Kutje Binnengaan gaf in het geheim haar boterham met reuzel aan Vreetzwijn.

Vervelend vonden de aankomende Phaedrieten vooral het zogenaamde lullepotten. Terwijl de meisjes moesten breien in de centrale tent, gaf iemand van de leiding een draai aan een bingomachine. Wanneer het nummer van een balletje correspondeerde met het nummer op een van de halve voetballen, moest het betreffende meisje naar voren komen om zonder voorbereiding vijf minuten onafgebroken steekhoudend over een bepaald onderwerp te ouwehoeren. Dat lukte niemand, omdat alle meisjes voortdurend onderbroken werden door geschreeuw van de commissieleden. De druk werd soms zo ondraaglijk dat meisjes tijdens hun praatje overgaven of zelfs flauwvielen.

Nog ondraaglijker was de toiletgang. Er waren wel wc's op het terrein, alleen mochten die slechts door de leiding worden gebruikt. De nuldejaars moesten hun gevoeg doen in greppels achter de tent, altijd gezamenlijk en altijd op een vaste tijd. Dat ging er niet zachtzinnig of intellectueel aan toe, ondanks het feit dat Phaedra de Godin is van de Goede Boodschap, aldus een grapje van de ontgroeningscommissie.

'Het is schijttijd', werd er omgeroepen. 'Nu naar de strontgreppel, want straks mag je niet meer.'

Er was nog een bizarre regel die de meisjes parten speelde. De meisjes probeerden krampachtig niet naar elkaar te kijken, maar ook dit werd hen verboden.

'Niet náást je kijken', riepen de vrouwen van de kampleiding. 'Vóór je kijken. Naar de poepende reet van dat stinkwijf voor je. Denk er eens aan als je binnenkort oud-Phaedrieten ontmoet: die hebben elkaar allemaal zien kakken.'

Op 7 september 1995 aan het eind van de middag ging het mis, uitgerekend na afloop van een gezamenlijk bezoek aan de greppel. Bij het verlaten van het latrineveld struikelde het meisje dat Ruftje Knoflook werd genoemd. Zij maakte een beweging waardoor ze de knoflook aan haar ketting per ongeluk los trok. Een lid van de ontgroeningscommissie gebood haar het bolgewas direct op te rapen en weer om haar hals te hangen. De knoflook had echter in viezigheid gelegen. Ruftje weigerde de opdracht.

Onmiddellijk werd ze amechtig uitgescholden, waarna ze van een van de ontgroensters een stevige duw kreeg. Ze ging onderuit midden in de volgescheten greppel. Prompt kwam er een ander commissielid aangerend. De twee ouderejaars met hun chique jasjes zorgden er samen voor dat Ruftje Knoflook niet kon opstaan. Ruftje verloor hierbij de halve voetbal op haar hoofd, een doodzonde.

'Zie je nu wat je doet, kuthoer?', zei een van de vrouwen. Dat was een verwensing die werkelijk nergens op sloeg. Wat had het meisje in haar leven gedaan om door haar onbekende leeftijdgenoten op een vreemd veld in een vreemde provincie te worden uitgemaakt voor iets dat ze pertinent niet was?

Even leek Ruftje roerloos in de greppel te liggen, hongerig, uitgedroogd, ongewassen, stinkend, zonder make-up, vermoeid en besmeurd met menselijke excrementen. Overgeefsel zat op haar zij, blubber op haar knieën, poep aan haar broek, de mouw van haar overhemd was doorweekt met pies.

'En nu opstaan, godverdomme.'

Ze hoorde de ouderejaars tegen haar schreeuwen.

En ze schreeuwde iets terug. Een oerschreeuw.

'Jullie zijn zelf kuthoeren.'

De uitroep bleef hangen als de geur van de aangebrande aardappels eerder die week (aardappels die de meisjes wel hadden moeten opeten). Ruftje had nog nooit zoiets geroepen en ze schrok ervan. De twee studentes van de noviciaatscommissie waren een paar seconden te verbouwereerd om te reageren.

'Wat zei ze?', zei de een uiteindelijk. De ander deed een paar stappen in de richting van het meisje. Ruftje kreeg een trap in haar zij, waardoor ze opnieuw onderuitging in de uitwerpselen. Toen ze weer omhoog wilde krabbelen, kreeg ze een tweede trap, tegen de achterkant van haar hoofd.

Vijf nuldejaars stonden vanaf een afstand toe te kijken.

'Wat staan jullie daar? Doorlopen!', riep een van de ontgroensters. En ze voegde eraan toe: 'Hoeren!'

De meisjes keken elkaar aan. Een bepalend moment. Dus dit was het kweken van esprit de corps? Dus dit was teambuilding? Hier was het allemaal om te doen? Dus dit was de moed om wijs te zijn? Dit was het intellectuele sausje voor aperte onbeschaafdheid?

Onafgesproken renden ze plotseling met z'n allen op hun wreedaards toe. Zes wanhopige meisjes tegen twee volgevreten beulen. Het was geen partij. Er vielen klappen en de twee commissieleden werden zelf in de poepgreppel geduwd. Pisemmer hield een van de vrouwen vast, terwijl Vette Oen haar bij haar hoofd greep, om deze met volle kracht in een paar bij elkaar gespoelde drollen te drukken. Als een varken.

En met die wraakactie was het onvermijdelijk dat de ontgroening voor deze kleine groep eerstejaars voorbij was. 7 september 1995, half zes 's middags. Een vriendschap voor het leven was geboren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden