Fetisjen tegen kalasjnikovs

In drie romans boekstaafde de Afrikaanse schrijver Ahmadou Kourouma (Ivoorkust, 1927) de geschiedenis van zijn land sinds de onafhankelijkheid. In zijn vierde boek, Allah is niet verplicht (Meulenhoff; fl 39,95), in Frankrijk luid geprezen en met tal van prijzen bekroond, snijdt hij een ander onderwerp aan....

MONSIEUR KOUROUMA heeft zich verslapen. Twee uur heeft hij zijn interviewster laten wachten. Zijn middagdutje nam maar geen einde. Nee, dat is niet, omdat hij al vierenzeventig is, dat is, omdat hij 's nachts werkt en overdag slaapt. Uitvoerig maakt hij zijn excuses, goedlachs en groot.

Te groot voor het piepkleine flatje veertienhoog in een buitenwijk van Lyon, die je alleen maar als 'troosteloos' kunt omschrijven. Hij woont er niet, zegt hij, hij woont niet in Frankrijk, hij is er nu even om zijn Franse schoonmoeder te bezoeken. Hij woont in Abidjan, de hoofdstad van Ivoorkust.

Daar, in West-Afrika, spelen zich ook zijn romans af. Vier tot nu toe.

In de eerste drie bracht hij de geschiedenis van West-Afrika in kaart, vanaf het moment dat de onafhankelijkheid een feit was. Met zijn vierde, Allah is niet verplicht, is hij een andere weg ingeslagen. Voor het eerst zijn in dit boek de hoofdrollen niet weggelegd voor Afrikaanse staathoofden, maar krijgen kinderen alle aandacht.

Kourouma vertelt: 'In 1994 sprak ik met schoolkinderen in Somalië en die vertelden mij hoe hun leven door de stammenoorlogen was beïnvloed, hoe ze hun ouders verloren hadden. Ze vroegen me daarover een boek te schrijven. Aan hen is Allah is niet verplicht ook opgedragen.'

Het onderwerp had tot een uiterst treurig boek kunnen leiden, maar dat is niet gebeurd. Het werd veeleer een moderne schelmenroman, waarvan de onbevangen jonge verteller Birahima doet denken aan beroemde personages in de Franse literatuur, zoals Candide van Voltaire of Jacques le Fataliste van Diderot. Zoals de laatste steeds berustend uitroept: 'Als het hierboven geschreven staat. . .', zegt Birahima bij alle tegenslag: 'Allah is niet verplicht om rechtvaardig te zijn in alle dingen die hij hier op aarde doet.'

Birahima is verder een grenzeloze optimist, die in dit opzicht veel weg heeft van de vermaarde Candide. Hij blijft ervanuit gaan 'dat Allah in zijn goedheid nooit een mond leeg laat die hij geschapen heeft'.

Kourouma zelf noemt Céline als zijn belangrijkste inspiratiebron. Hij zegt: 'Je moet wel zo ironisch zijn. Als ik al die verschrikkingen in mijn boek had beschreven zonder enige humor, was het onleesbaar geworden.'

Birahima is een jongen van acht, of tien, dat weet hij niet precies, die na de dood van zijn moeder op zoek gaat naar de tante die voor hem zou moeten zorgen. Samen met de 'féticheur' Yacouba, een tovenaar die tevens 'briefjesvermenigvuldiger' is, gaat hij op reis naar Liberia.

Ze zijn nauwelijks op pad, of ze vallen in handen van een van de bendes die elkaar bestrijden en Birahima wordt - tot zijn grote vreugde - kindsoldaat. 'Ik riep joepie! Walahé! Walahé! Ik wilde naar Liberia. Snelsnel. Ik wilde kindsoldaat worden, een small-soldier. Een kindsoldaat of een soldaatkind dat maakt niet uit.' Kindsoldaten krijgen niet alleen goed te eten en een veel te groot parachutistenpak, ze krijgen ook dollars en drugs.

De jongen doet zelf achteraf zijn verhaal, een verhaal dat doorspekt is met spreekwoorden en krachttermen. Hij maakt gebruik van vier woordenboeken: 'om mijn klotekutleven te vertellen in een beetje begrijpelijke taal, in redelijk Frans, en om niet in de war te raken met moeilijke woorden', want zijn 'blabla' wordt door verschillende mensen gelezen: 'Door koloniale toubabs (toubab betekent blanke), door primitieve inheemse Afrikaanse negers en door Franssprekenden van allerlei slag (slag betekent soort).'

Kourouma: 'Frans is weliswaar de nationale taal in Ivoorkust, maar in die taal kunnen wij niet alles uitdrukken wat wij ervaren en voelen. Daarom moet je het Frans omvormen door er Afrikaanse woorden in te brengen. Je krijgt dan een Afrikaans-Frans, dat we petit-nègre noemen.' Hij laat de Chinese, Spaanse en Catalaanse vertalingen van zijn roman zien, en vraagt zich af hoe de vertalers van zijn romans dat hebben klaargespeeld. Mirjam de Veth, de Nederlandse vertaalster, koos ervoor, waar nodig, de Franse en Afrikaanse woorden te laten staan, een goede oplossing. De moeilijkste woorden verklaart Birahima zelf al.

Het is een belangrijk verschil met Kourouma's eerste boek, De brandende zon van de onafhankelijkheid: 'Daarin verklaarde ik de Afrikaanse woorden niet, zoals in mijn laatste boek, reden voor de Franse uitgevers om het niet te willen hebben. Uiteindelijk is het boek toen eerst in Quebec verschenen en doorverkocht aan Seuil, toen het een succes bleek te zijn. Het werd in Frankrijk aanvankelijk ook geweigerd omdat het politiek te gevoelig lag. Maar ik schrijf niet om de Fransen te behagen. Ik zeg juist dingen die ze weinig behagen. Blijkbaar willen ze het toch lezen.'

Kourouma praat liever over de politieke kanten van zijn werk dan over de literaire merites ervan, hoewel die er ontegenzeggelijk zijn. In het gesprek bedient hij zich ook regelmatig van woorden als 'aanklagen' of 'aan de kaak stellen', terwijl hij de zaken in zijn romans subtieler benadert. In Allah is niet verplicht wordt niemand aangeklaagd. Alles wat er gebeurt, wordt door een kind gezien en ervaren. Dat levert een mengeling op van roman, reportage, lijkrede en geschiedverhaal. Soms doet het verhaal zelfs - door bepaalde formele kenmerken - aan een sprookje denken, maar daarmee is niet gezegd dat er sprake is van een magische vertelling. Integendeel.

Kourouma: 'Ik gebruik wél de beelden van de magie en de structurele elementen van het sprookje om mijn verhaal te vertellen, die manier van vertellen is beïnvloed door de verhalen die ik als kind hoorde, maar er zit verder geen magie in mijn boeken. Ik geloof daar niet in. Als er magie bestond, zouden er geen Afrikanen in Amerika zijn. Dan waren de slaven wel in vogels veranderd en naar Afrika teruggevlogen.'

Magie hangt samen met macht in het post-koloniale Afrika van Kourouma's romans. Er is geen staatshoofd of leider, die niet door een of meer tovenaars wordt bijgestaan. Ook de gewone mensen zijn afhankelijk van deze bemiddelaars die de geesten gunstig moeten stemmen: geluk bestaat niet, er zijn slechts offers die aanvaard worden. Hoe weinig vruchtbaar dit grenzeloze vertrouwen in de féticheurs is, blijkt uit De brandende zon van de onafhankelijkheid. Daarin laat de kinderloze Salimata geen tovermiddel onbeproefd om haar steriliteit te bestrijden. Behalve de vijf gebeden die ze dagelijks tot Allah richt, organiseert ze iedere avond een urenlang ritueel van rookoffers, toverdrankjes, gris-gris, gezangen en dansen - alles om de nacht maar vruchtbaar te laten zijn. Dat haar echtgenoot Fama, de laatste prins van zijn geslacht, ten slotte toch kinderloos sterft, is tekenend voor Kourouma's overtuiging dat het 'oude' Afrika tot het verleden behoort.

In al zijn romans gaat het over de verhouding tussen de traditionele waarden en het moderne leven: 'Er zijn wel zaken die ik veroordeel. De besnijdenis van vrouwen bijvoorbeeld, of het feit dat zieken niet naar het ziekenhuis gebracht worden, maar met allerlei tovermiddeltjes thuis worden behandeld. Maar ik begrijp dat je in tijden van oorlog in íets moet geloven, anders hou je geen kracht over. Je móet wel denken dat je op een of andere manier beschermd wordt. Iedereen in Afrika gelooft', zegt hij, 'van alles een beetje.' Het traditionele animisme is vermengd met christelijke of islamitische elementen. Een van de bendeleiders voor wie Birahima vecht, is 'door en door christelijk', en bidt: 'Mogen Jezus Christus en de Heilige Geest erop toezien dat de fetisjen altijd blijven werken.'

Birahima begint na verloop van tijd te twijfelen aan de féticheurs. Naarmate hij meer kinderen op de meest gruwelijke wijze afgeslacht ziet worden, verliest hij meer en meer zijn onbevangenheid en begint hij de tovenaars te wantrouwen, die beweren dat hun fetisjen bescherming bieden tegen de kalasjnikovs: 'Ik stond strak van woede, ik was razend. Féticheurs zijn charlatans. (Charlatan betekent onbetrouwbaar iemand, kwakzalver, volgens mijn Larousse.) Kom nou gauw, hé!'

Al strijdend belandt Birahima ten slotte in Sierra Leone, waar het 'een klotetroep in het kwadraat' is. Dan wordt het verhaal beschrijvender, journalistieker. Nauwkeurig geeft Kourouma weer door welke intriges wie wanneer aan de macht was.

Over de vorige boeken is wel gezegd dat ze té veel ruimte gaven aan de politieke geschiedenis van West-Afrika en te weinig 'literair' waren.

Het is een bezwaar, dat ook tegen dit boek ingebracht zou kunnen worden, maar als deze kritiek op zijn werk ter sprake komt, veert Kourouma op: 'Ik moet wel schrijven over de geschiedenis. Een Afrikaanse schrijver kan niet hetzelfde doen als een Europese. Daar hebben wij te veel problemen voor. Ik schrijf uit noodzaak. Het eerste boek, De brandende zon van de onafhankelijkheid, schreef ik omdat ik met mijn kameraden in de gevangenis was gezet door de dictator Boigny.

'Mijn tweede boek, Monné schande en smaad, schreef ik, omdat ik hoorde hoe de Fransen maar bleven praten over de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. Alsof dat zoiets enorms was geweest. Het valt in het niet bij wat wij in Afrika te verduren hebben gehad. Wij zijn honderd jaar lang bezet geweest. Men heeft ons tot slaaf gemaakt.'

'Het derde boek, En attendant les bêtes sauvages, gaat over de tijd van de Koude Oorlog. Dat was de tijd, dat de Fransen bij ons dictators in het zadel hebben geholpen. Ze stuurden soldaten, gaven wapens, en vertrokken weer, met achterlating van die puinhoop. Ik schrijf om te vertellen dat wij ook mensen zijn.'

Kourouma beschouwt de stammenoorlogen die nu woeden, als een direct gevolg van het kolonialisme: 'Zij zijn het resultaat van de manier waarop de Europeanen de Afrikaanse kolonies met de liniaal hebben verdeeld. De scheidslijnen liepen dwars door de stammengrenzen heen.' Maar hij gelooft dat het weinig zin heeft daarop te blijven hameren. Het is nu eenmaal gebeurd, die geschiedenis is een feit, en je kunt niet doorgaan met te zeggen dat alles de schuld van de anderen is. 'De Afrikanen hebben zelf ook schuld.' Hij is ten opzichte van hen dan ook weinig toegeeflijk: 'Dat heeft niets met strengheid te maken, maar met de waarheid die ik ze wil vertellen. Of liever gezegd: míjn waarheid. Ik vind dat de Afrikanen zelf hun verantwoordelijkheid voor hun ongeluk onder ogen moeten zien. Zij zijn zelf in staat de dingen te veranderen.'

Tussen zijn eerste en tweede boek, zweeg de auteur twintig jaar lang. Hij legt uit wat daarvan de reden was. 'Ik werkte toen hard voor een verzekeringsmaatschappij, maar ik werd nog meer van het schrijven afgehouden doordat ik verbannen was en in landen woonde, waar ze het Malinké niet spraken. Als gevolg daarvan begon ik in het Frans te denken en daardoor kon ik niet meer schrijven zoals ik mijn eerste boek had geschreven.'

Kourouma, die in Mali wiskunde studeerde, en als Frans onderdaan soldaat was in Vietnam, verbleef - om zijn opleiding te voltooien - maar een zeer korte tijd in Frankrijk. Kom hem dan ook niet aan met vragen over 'schrijven tussen twee culturen'. 'Ik schrijf vanuit het midden van Afrika, en ook alleen over Afrika. Maar ik moet afstand nemen om erover te kunnen schrijven.'

Met die afstand lijkt hij op zijn vertellers, met name die van zijn derde roman, En attendant les bêtes sauvages. Het verhaal heeft hier de vorm van de 'donsomana', een Afrikaans epos waarin het leven van een groot jager naverteld wordt. Kourouma, opgevoed door een oom die jager en féticheur was, kent het genre uit zijn kindertijd. In En attendant gebruikt hij het om een fictieve dictator zijn eigen levensverhaal te laten aanhoren, zonder dat er iets wordt weggelaten van de misdaden die hij heeft begaan: 'De hele waarheid over uw smerige streken, uw stommiteiten; wij klagen uw leugens aan, uw talrijke misdaden en moorden.'

De officiële verteller van dit epos wordt bijgestaan door een soort nar, een 'antwoorder'. Kourouma is in zijn boeken beiden tegelijk: hij vertelt het verhaal maar onderbreekt het ook, herhaalt, relativeert en neemt afstand. Net als de 'antwoorder' kan hij zich veel permitteren: 'Hij veroorlooft zich alles en er is niets dat men hem niet vergeeft.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden