Reportage Nederland festivalland

Festival wordt steeds meer een volwaardige vakantie, dus komen er ook meer buitenlandse toeristen

De Canadese zangeres Carly Rae Jepsen tijdens haar optreden op de laatste dag van het driedaags festival Best Kept Secret. Beeld ANP Kippa

De bezoekers van de ruim 1.100 kleine en grotere festivals in Nederland komen meer en meer uit het buitenland, terwijl de bedrijven die hier de podia bouwen en wc’s plaatsen steeds vaker de grens over gaan. En niet alleen bij vrolijke evenementen.

Buitenlandse reisgidsen die Koog aan de Zaan aanprijzen als grote ­toeristische bestemming zijn er niet. Een echt grote trekpleister ligt 9 kilometer verderop. Het is de Zaanse Schans met De Kat, de enige nog werkende verfmolen ter wereld.

Toch kwam Christian Grauvogel (28) uit Berlijn vorige maand voor een heel weekeinde over naar Koog om uit zijn dak te gaan op het kleine Konijn-festival. Daarna plakte de Duitser er drie dagen Amsterdam aan vast. ‘Prachtige stad en je bent vanaf hier in één uur op het strand. Dat is toch fantastisch?’

Zoals Grauvogel zijn er meer, signaleert het economisch bureau van de ABN Amro. Steeds meer buitenlandse bezoekers weten de weg naar Nederlandse muziekfestivals te vinden. Sonny van Duin, sectoreconoom van ABN: ‘Toerisme is een drijvende kracht achter de groei van Nederland als festivalland.’

Die trend is onder andere te af te lezen aan het aantal overnachtingen op festivals, dat volgens onderzoeksbureau ­Respons in drie jaar tijd ruim anderhalf keer zo groot is geworden. Daarmee groeide het aandeel overnachtingen op festivals veel harder dan het aantal festivalbezoeken zelf. Die groei bestaat voor een  ­belangrijk deel uit buitenlands bezoek. Op Mysteryland, dat elk jaar eind augustus neerstrijkt in de Haarlemmermeer en met zo’n honderdduizend bezoekers het grootste dancefestival van Nederland is, komt de helft van de campinggasten niet uit Nederland.

Alternatief voor vakantie

Jongeren zien festivals als een volwaardig alternatief voor een vakantie. Het Utrechtse festival Le Guess Who positioneert zich om deze reden expliciet als een stadsfestival. ‘Ons publiek noemt vaak de sfeer en het karakter van Utrecht als belangrijke reden om het festival te bezoeken.’ Op Le Guess Who wordt al­ ­jarenlang een kleine meerderheid van de vierdaagse passe-partouts verkocht aan bezoekers uit 52 landen.

Martijn van Daalen, commercieel directeur van festivalorganisator ID&T, herkent deze trend: ‘In plaats van een weekje Salou gaan ze dan drie dagen naar Mysteryland of Lowlands.’

Festivals worden een steeds aantrekkelijker plek om langere tijd door te brengen, omdat de faciliteiten alsmaar uitgebreider worden. Waar de opbouw vroeger bestond uit een of meer podia met bands en een paar bars op een groot grasveld, zijn hedendaagse festivals eerder vergelijkbaar met tijdelijke mini-steden. Met een variatie aan tentenkampen en andere overnachtingsopties, een divers aanbod aan eten en en kleinere hoekjes met ‘randprogrammering’.

Waar vroeger slechts wat merchandise van de optredende bands te koop was, staat nu vaak een uitgebreide markt met tientallen kraampjes. Bezoekers kunnen zich daar compleet in het nieuw steken, al naar gelang het festivalthema. Op Milkshake, een lhbti-festival dat plaatsvond in het laatste weekend van juli, stond zelfs een huizenhoge felroze opblaaskathedraal, waar dat weekend vier stellen werden getrouwd door een ambtenaar van de gemeente Amsterdam.

Hottub bij het driedaags muziekfestival Best Kept Secret. Beeld ANP

Grasnapolsky

Een belangrijke troef voor het trekken van buitenlanders zijn de overnachtingsmogelijkheden. Naast een simpele plek voor een tentje bieden festivals de mogelijkheid tot ‘glamping’, een samentrekking van glamorous camping, kamperen in weelde. Dat kan variëren van vooraf opgezette en ingerichte koepeltentjes tot uitgebreide lodges met eigen douche- en badgelegenheid, of zelfs tijdelijke huizen.

Zo konden bezoekers van de Zwarte Cross logeren in het ‘Grasnapolsky’, waar ruime tenten met vooraf opgemaakte luchtbedden klaarstaan. Op het Amelandse surffestival MadNes konden bezoekers overnachten in een ‘hoxel’, een soort honingraat bestaande uit op elkaar gestapelde zeshoekige slaapcellen van een meter hoog en breed. Hoewel ook Nederlandse bezoekers soms ‘glampen’, worden deze opties voornamelijk door buitenlandse bezoekers gebruikt.

De competitie in Nederland is fors, met jaarlijks inmiddels bijna duizend festivals. Dat leidt ertoe dat Nederlandse festival groot uitpakken, wat ook meer buitenlandse bezoekers aantrekt. Van Daalen: ‘We zijn hier vooral goed in de totaalbeleving en de coördinatie. Mooie decors, goeie line-ups, facilitair is op Nederlandse festivals alles tot in de puntjes geregeld.’ Dat zijn buitenlanders in eigen land niet zo gewend, denkt hij.

Zeventig landen

Buitenlandse festivalvierders komen overwegend uit landen als Duitsland, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Maar meer gespecialiseerde festivals als Defqon.1, met een dagcapaciteit van 78 duizend feestgangers ’s werelds grootste hardstylefestival, kunnen rekenen op bezoekers uit meer dan zeventig landen. Van Daalen: ‘Dat festival is echt de Verenigde Naties van de hardstyle.’

Voor festivalorganisatoren is de buitenlandse visite een welkome aanvulling. Van Daalen: ‘Zowel de regeldruk als de concurrentie is flink toegenomen in de afgelopen jaren. Zonder die buitenlandse bezoekers zou het voor ons lastiger zijn om rond te komen.’

ID&T mikt zeer bewust op buitenlandse bezoekers, onder meer door festivals meerdaags te maken. Meerdaagse festivals trekken een groter aandeel buitenlandse bezoekers, zelfs wanneer er niet valt te overnachten op het terrein. Van Duijn van ABN Amro ziet dit in de hele sector gebeuren. ‘Hiermee spreken festivals een steeds breder publiek aan. Van eendaagse feestgangers tot vakantievierders.’

Reportage: van danceparty naar rampgebied 

Een festival organiseren is een vak. En die expertise kun je internationaal exploiteren zoals de Amsterdamse Support Group doet. Zelfs in vluchtelingenkampen.

Wat is het verschil tussen een muziekfestival en een vluchtelingenkamp? De grens daartussen vervaagt voor de Support Group, een verband van twaalf Nederlandse bedrijven die groot zijn geworden met het regelen van de logistieke achterkant van dancefestivals, zoals Mysteryland en Sensation. Medewerkers schuiven geregeld aan een tafel met ambtenaren van het ministerie van Economische en Buitenlandse Zaken om faciliteiten op te zetten bij rampen in verre landen.

De reputatie van Nederlandse festivalorganisatoren reikt tot over de grenzen. Zo kreeg de Support Group een rol in de organisatie van een twee jaar durende serie internationale evenementen om de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de Verenigde Naties onder de aandacht te brengen.

De Support Group regelt alles wat festivalbezoekers niet zien of voor lief nemen: elektriciteit, hekken, publieksstromen, tenten, toiletten, stromend water, licht en geluid. Het bedrijf werd groot in de dance-scene. Maar tegenwoordig duikt het bedrijf steeds meer op bij andere evenementen zoals de opbouw van fanzones rondom de Champions League finale in Madrid dit jaar, het Formule 1-circus en het vijfjaarlijkse SAIL-zeilfestijn.

Met open armen ontvangen

Tijdens de twee jaar durende SDG World Tour worden in zeventien steden over de hele wereld openbare evenementen voor duizenden bezoekers opgebouwd. In elk van die steden speelt de Nederlandse festivalexpertise van de bedrijvengroep een hoofdrol: techniek, regie, ‘crowd management’, horeca, veiligheid, vergunningen en meer. Mitra van Raalten, directeur van de SDG World Tour: ‘Dat is een logistieke nachtmerrie, en de organisatoren van muziekfestivals hebben precies wat zo’n project vraagt.’

In het buitenland ontplooit de Support Group activiteiten die nog verder afstaan van de dance-wortels. Er is een ‘innovatielab’ opgezet dat regelmatig samenwerkt met het Rode Kruis om installaties als mobiele zonnepanelen en windmolens te testen voor gebruik in vluchtelingenkampen. Nadat in 2017 de orkaan Irma een spoor van verwoesting over St. Maarten trok, werd de cateringdienst van de Support Goup ingeschakeld om het School Feeding Program te organiseren.

Inmiddels heeft Backbone, een van de bedrijven in de Support Group, kantoren in New York, Los Angeles, Sydney en Jakarta. Deze buitenlandse vestigingen brengen 20 procent van de opdrachten binnen, en dat percentage groeit. De Nederlandse expertise is veelgevraagd, merkt Marcel Elbertse, oprichter van de Support Group.

Dat geldt niet alleen voor zijn organisatie. ‘Onze expertise wordt met open armen ontvangen, Nederlandse bedrijven staan erom bekend dat ze bijzonder effectief evenementen neerzetten.’ Integraal exporteren kun je het Nederlandse festivalmodel echter niet. Elbertse: ‘Het werkt alleen met lokale mensen, merken we.’ Daarom is in al die kantoren het personeel grotendeels lokaal, met steeds één Nederlander. De lokale werknemers komen het vak leren door een of twee zomers in Nederland mee te draaien met producties als de Zwarte Cross en Sensation White.

Zoals Reza Lesmana uit Indonesië, die normaal werkt op het Jakarta-kantoor van Backbone. Hij kwam inmiddels al vier keer naar Europa om mee te draaien bij grote evenementen. Hij leert niet alleen omgaan met moderne technische middelen, zoals geluid-, licht- en lasersynchronisatie. ‘We leren ook anders organiseren. We werkten eerst met simpele Excel-bestanden. Nu gebruiken we geïntegreerde software.’ Lesmana blijft leren. Afgelopen week was de Indonesiër in België, voor een Griekse happening. Opgezet door een Nederlands productieteam.

Concert at Sea in Zeeland. Beeld ANP Kippa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden