Festival van 1001 stukken

Wie eenmaal gaat, loopt kans verslaafd te raken. Alles wat in Frankrijk en wijde omstreken kan acteren, dansen, mimen of musiceren komt in juli naar Avignon.

Ga op een willekeurige dag in juli eens zitten op een terrasje aan de Place Saint-Didier, op een muurtje langs de Rue des Teinturiers of willekeurig welke plek binnen de muren van Avignon. Je zult er geen twee minuten alleen zijn. Dan meldt zich een blondbepruikte dame met tache de beauté vlak naast haar linkeroog om te informeren of je toevallig zin hebt om een fijne Corneille met geraffineerde intriges te zien. Treft dat even: de voorstelling begint zo meteen, en zij speelt een hoofdrol.


Daarna komt een gezelschap, zo te zien Maghrebijnse acrobaten, van wie de helft een menselijke piramide vormt, terwijl de andere helft er joelend omheen loopt. Waarna ze met hun hoofd in hun handen weglopen, maar niet nadat ze je allervriendelijkst voor hun voorstelling hebben uitgenodigd.


Ze worden opgevolgd door een ernstig heerschap, dat je uitlegt dat het stuk dat hij zelf schreef over zijn moeizame relatie met zijn dochter vanavond te zien is in La Paranthèse en dat het hartverscheurend zal zijn. Nog voor hij is uitgesproken, vouwt een meisje in een petite robe noire devoot de handen en blijkt over een onverwacht krachtige, hese stem te beschikken. Ze vertolkt Le Poinçonneur des Lilas, lijflied van Serge Gainsbourg op een metroconducteur. Voor haar avondshow belooft ze nog veel meer prachtigs.


Na tien minuten heb je handenvol flyers van voorstellingen waarvan je niet wist dat je ooit zin zou kunnen krijgen ze te gaan zien. En weer tien minuten later ben je op weg, naar Théâtre du Chine qui fume, Théâtre du Chêne noir, L'Albatros, Espace Alya, de Chapelle de l'Oratoire of hoe al die theatertjes, pleinen, zalen, circustenten, leegstaande schoolgebouwen of kapellen ook mogen heten. Waar de voorstelling van je leven op je wacht, of je na een uur en een illusie armer weer buiten staat.


Alles wat in Frankrijk en wijde omstreken kan acteren, dansen, mimen of musiceren (al is het soms maar een beetje) komt in juli naar Avignon, een maand lang de theaterhoofdstad van de wereld. En alles wat het theater een warm hart toedraagt, gaat kijken. Al is het maar om gelijkgestemden te treffen. Het is ook het trefpunt van enerzijds programmeurs, schouwburgdirecteuren en festivalbazen, en anderzijds theatergroepen die hopen boekingen voor het komende seizoen in de wacht te slepen.


Wie eenmaal gaat, loopt kans verslaafd te raken. Maar zoals bij elke verslaving begint het met een gewenningsfase. Avignon kan een nogal overrompelende indruk maken. Wie voor het eerst op een dag in juli vanaf het station over de Rue de la République naar de Place de l'Horloge loopt, het centrale plein van de stad, kan geïntimideerd raken. Door al die affiches op de muren die elkaar verdringen, door al die andere mensen die precies lijken te weten waar ze heen gaan.


Dat is allemaal maar schijn; geen mens kan duizend voorstellingen tegelijk in de gaten houden. Al is het handig om één eigenaardigheid goed in het achterhoofd te houden: Avignon in juli, dat is twee festivals tegelijk. Ze vullen elkaar prachtig aan, en zorgen dat geen mens zich misdeeld hoeft te voelen. Ruwweg staat het ene festival voor kunst met een grote K, en is het ander populair: wat niet wegneemt dat er heel veel grensverkeer is.


Het originele Festival d'Avignon werd in 1947 opgericht door Jean Lifar. Het moest het Franse naoorlogse theaterleven nieuwe energie inblazen. Waar kon dat beter dan in de stad waar de Franse pausen hun religieuze theater hadden opgevoerd, de stad die met al zijn kloosters, kerken en kapellen van zichzelf al zo theatraal is? Het begon met één week van voorstellingen, in de Cour d'Honneur van het pauselijk paleis. Geleidelijk groeide het uit tot een staalkaart voor de grote namen van het theater, van Frankrijk en ver daarbuiten. Maurice Béjart, Living Theatre, Ariane Mnouchkine, Peter Brook, Pina Bausch, Bob Wilson, William Forsythe, Anne-Teresa de Keersmaeker, Guy Cassiers, Jan Fabre, Angélica Liddell, Zingaro, Romeo Castellucci - alle grote namen van het naoorlogse theater stonden in Avignon, en vaak met premières. Hier worden reputaties gevestigd en gebroken. Dat wordt versterkt doordat het festival een flink beroep doet op de flexibiliteit van de theatermaker. Het legt in de maand juli beslag op veel van de mooiste Middeleeuwse schatten van de stad, zoals het klooster des Célestins, het klooster des Carmes of de Chartreuse in Villeneuve-lez-Avignon. De voorstellingen zijn vaak 's avonds in de open lucht. Zwaluwen en vleermuizen scheren over je hoofd. Als de sterrenlucht van het Franse zuiden zich laat zien en de hitte van de dag eindelijk begint af te nemen, verstommen geleidelijk ook de krekels. Dat zijn de omstandigheden waaraan de theatermaker zich dient aan te passen.


Dat festival d'Avignon is een wat deftige aangelegenheid, met een randprogrammering van debatten, lezingen en publieke interviews, uitgebreide toelichting op de voorstellingen en veel vaak kritische aandacht van de Franse en internationale pers. Het ministerie van Cultuur is de hoofdfinancier; de directeur, die door de minister persoonlijk wordt aangewezen, bekleedt een felbegeerde positie.


In 1963 werden er naast dat officiële festival spontaan ook andere voorstellingen geprogrammeerd. Gewoon, in de zaaltjes of lege gebouwen van de stad. Met minder budget - iedereen speelt er voor recette - maar vanuit dezelfde gedachte: Avignon is theaterstad.


Uit die paar voorstellingen ontstond het Festival Off, een evenement dat sindsdien almaar groeide. Het Off van 2011 bestaat uit 950 groepen die 1.150 voorstellingen brengen op ongeveer 110 locaties.


Off trekt inmiddels meer bezoekers dan het officiële festival, dat geleidelijk het Festival In is gaan heten.


Wie naar het Festival In gaat, kan zich voorbereiden. Hij bekijkt het programma, zoekt uit wat hij zien wil, bestelt kaartjes (zie de informatie hieronder) en moet dan vooral nog één belangrijk iets regelen: onderdak, een schaars goed in deze contreien in de julimaand.


Het Off werkt heel anders. Dat is een ongrijpbare kluwen: trek één draadje los en de rest springt meteen weer in de knoop. Er is klassiek theater op hoog niveau, oubollige kluchten, streetdance, Adelheid Roosen, een Frans gezelschap dat het dagboek van Etty Hillesum (in Théâtre le grand Pavois) tot toneel bewerkte, commedia dell'arte, Karl Marx, Victor Hugo, Le Rhinocéros van Ionesco, Molière Malgré lui, flamenco, buikdans en toch ook nog behoorlijk wat marionettentheater.


Avignon, dat is drieduizend bezoekers voor de nieuwe De Keersmaeker op de binnenplaats van het pauselijk paleis (Festival In), en dertig toeschouwers bij Couscous met spek van Les productions du rire in theater Le Capitole (Festival Off). Het lijkt vreemd, maar de een kan niet zonder de ander.


Festival d'Avignon is van 6 tot 26 juli


Festival Off loopt van 8 tot 31 juli. www.avignonleoff.com


In 1963 werden er naast het officiële festival spontaan ook andere voorstellingen geprogrammeerd, met minder budget. Uit die paar voorstellingen ontstond het Festival Off, een evenement dat sindsdien almaar groeide. Het Off van 2011 bestaat uit 950 groepen die 1.150 voorstellingen brengen op ongeveer 110 locaties. Off trekt inmiddels meer bezoekers dan het officiële festival, dat Festival In is gaan heten.


Wie naar het Festival In gaat, kan zich voorbereiden. Hij bekijkt het programma, zoekt uit wat hij zien wil, bestelt kaartjes (zie de informatie op pagina 12) en moet dan vooral nog één belangrijk iets regelen: onderdak, een schaars goed in deze contreien in de julimaand.


Het Off werkt heel anders. Dat is een ongrijpbare kluwen.


Niet te missen

Er zijn minstens drie redenen om vol verwachting uit te kijken naar Cesenavan Anne-Teresa de Keersmaeker. De eerste is de locatie: Cesena wordt gespeeld op de Cour d'Honneur du Palais de Papes, de eregalerij van het festival. De hoge muren kunnen een voorstelling maken en breken. De tweede is het tijdstip: Cesenabegint om half vijf 's morgens; met de dansers komt de nieuwe dag. Vorig jaar deed ze het omgekeerde: En Atendant werd gedanst bij invallende duisternis en dat was hartverscheurend mooi. De derde reden? Dat is De Keersmaeker zelf, altijd goed in Avignon. (16 t/m 19 juli)

Voor echte francofielen is er, vanwege quatorze juillet, een eenmalig optreden van Jeanne Moreau en Étienne Daho, ook in de Cour d'Honneur. Ze reciteren Le condamné à mort van Jean Genet, op muziek van Daho dat live wordt gespeeld. (14 juli)

De Vlaming Guy Cassiers brengt in Bloed & Rozen van Tom Lanoye Jeanne d'Arc naar de Cour d'Honneur. Een bijna-thuiskomst voor de religieus geïnspireerde maagd van Orléans. De voorstelling wordt in het Nederlands gespeeld (22- 26 juli)

Een van de mooiste locaties van het festival (en dat wil wat zeggen) is de Carrière de Boulbon, een verlaten steengroeve een eind buiten de stad.

Daar, in de Provençaalse natuur, brengt regisseur Patrick Pineau Le suicidévan de Russische toneelschrijver Nicolaï Erdman. Een tragikomedie, gezet tegen het decor van Stalins Rusland. Er rijden festivalbussen van en naar Avignon.(6 - 10, 12 - 15 juli)

Het Nature Theater of Oklahoma van Kelly Copper en Pavol Liska was niet eerder in Avignon. Ze vroegen een van hun acteurs tot in detail haar leven te vertellen. Van dat verslag werd - bijna letterlijk - een voorstelling gemaakt. Of liever gezegd: een reeks voorstellingen.

In het Cloître des Célestins zijn Episode1 (9, 10, 12, 13, 15 en 16 juli) en Episode 2 (9, 10, 12, 13, 15 en 16 juli) te zien. Er volgen nog acht afleveringen.

I am the wind is de laatste toneeltekst van de Noorse auteur Jon Fosse: een dialoog van twee mannen op een boot, waarin ze het leven doornemen.

De voorstelling van de Franse regisseur Patrice Chéreau heeft Engels als voertaal. Te zien op de binnenplaats van het Lycée Saint-Joseph (8 - 12 juli)

De Franse schrijver Yannick Haenel riep met zijn boek Jan Karski de toorn van Shoah-maker Claude Lanzmann over zich af.

Dat boek is nu door Arthur Nauzyciel voor het theater bewerkt. Het wordt gespeeld in de officiële theaterzaal van Avignon, de Opéra-Théâtre (6 - 9 en 11 - 16 juli)

In het Opéra-Théâtre komt ook de nieuwe voorstelling van de Italiaanse theatervernieuwer Romeo Castellucci: Sur le concept du visage du fils de Dieu (Over het concept van het aangezicht van de zoon van God).

Castellucci komt sinds 1998 bijna jaarlijks terug in Avignon. Vertrekpunt voor zijn sterk beeldende theater is het schilderij Salvator Mundi (redder van de wereld) van Antonello da Messsina. (20 - 23, 25 en 26 juli)

Choreograaf William Forsythe brengt tien middagen lang Unwort, een performancedans, in de kale Église des Célestins. Forsythe debuteerde in 1991 in Avignon en werd er sindsdien nog één keer geprogrammeerd. (14- 24 juli)

Een kleine Nederlandse inbreng dan toch: regisseur en voormalig uitgever/boekhandelaar Jan Ritsema speelt in Low Pieces, een ontregelende voorstelling van choreograaf Xavier le Roy, die graag een loopje neemt met de afspraken tussen toeschouwer en speler.

Te zien in het Gymnase du Lycée Mistral. (19 - 21 en 23 - 25 juli).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden