Festival Oerol

Volop bloed, kots, sperma, worst en poep op Oerol. Maar het kan ook beschaafder.

De leegte van zandbank de Noordvaarder op Terschelling is onmetelijk. Het valt op als daar opeens een billboard staat met daarop een jonge Arnold Schwarzenegger, die de wereld zijn spierballen toont. Het bord is er neergezet door de Vlaamse theatergroep FC Bergman, die hier hun Terminator Trilogie speelt.


Van alle Oerolvoorstellingen dit jaar moet dit wel de meest beeldende zijn. Dat is de specialiteit van de groep, die al eerder met veel visueel vertoon de Nederlandse theaterfestivals bespeelde. Ook nu is het hen te doen om met veel precisie omkaderde plaatjes, niet om een coherent verhaal. Er is geen tekst. Zelfs de te verwachten verwijzingen naar de Terminator-films zijn schaars.


Wat is er wel? Een kleine honderd figuranten in galakleding, die langzaam in de verte van de Noordvaarder verdwijnen. Daaruit blijft één jonge man achter en die moet zien te overleven in het grote zanderige niets. Hij strompelt, valt, rochelt, pist, vermoordt een kind en verhangt zich.


Stef Aerts is de knappe acteur die deze eenzame Adam speelt. Te midden van al het visuele geweld weet hij te ontroeren met zijn onophoudelijke geploeter. Uiteindelijk hangt hij levenloos aan een touw achter een lijkauto, die hem over het strand wegsleept. In de sneeuw. Je moet het zien om het te geloven. Dat kan ook volgende maand nog op het Over het IJ Festival in Amsterdam.


Meer menselijk gezwoeg en zinloos geweld zijn op Oerol te zien in de hitvoorstelling: When the shit hits the fan van de groep YoungGangster. Ook hier pissende mannen, knokpartijen en mensen die proberen te overleven in een uitzichtloze situatie. Maar dan in de wat minder stijlvolle vorm van een poep-, pis- en vechtkomedie. De titel mag letterlijk genomen worden. Handenvol drollen vliegen herhaaldelijk in de richting van het publiek.


Regisseurs Annechien de Vocht en Lotte Bos maakten tussen rommel van een paar Terschellinger bouwbedrijven een kruising tussen Trailer Park Boys en New Kids. En dat is precies zo leuk als het klinkt. Vier Amerikaanse jongens wonen met hun moeder op een trailerpark. Eentje valt op mannen, een ander heeft extreem racistische ideeën, een derde heeft last van zijn darmen. Alle uitgezette verhaallijntjes ontaarden in een gigantische, mooi gechoreografeerde vechtpartij met veel bloed, kots, sperma, worst en poep.


Maar het kan ook beschaafder. Het Volksoperahuis speelt in een manege bij Hoorn een voor hun doen tamelijk nette voorstelling. Dit Tambú, A freedom song is een samenwerking met het Curaçaose Teatro Luna Blou. Het is een swingende smartlap met de snik van Kees Scholten en de broeierige zang van Izaline Calister.


Het leed dat wordt bezongen is de permanente heimwee van hardloper Lorenzo, die zich kwijt liep tussen Pernis en Willemstad en hevig gebukt gaat onder het immer aanwezige kolonialisme. Maar niet het verhaaltje is zo bijzonder, dat is de Caribische band, aangevuld met Jef Hofmeister en vier dansers die de oude, Terschellinger manege doen ontvlammen en het Oerolpubliek voor even in een plezierige identiteitscrisis laten belanden.


Diverse locaties op Terschelling.


t/m 24/6: oerol.nl


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden