Festival betoont eer aan 'lekker vaag figuur'

Zou dan de Johannes Passion niet van Händel maar misschien van Georg Böhm kunnen zijn? Musicoloog Harry Joelson-Strohbach zegt het maandagochtend tijdens de eerste dag van het Böhm-Seminar in het Dollard Festival wat nonchalant langs z'n neus weg....

Van onze medewerkster

Pay-Uun Hiu

WEENER

'Leuke componist, die Böhm', motiveert de artistiek adviseur van Nederlandse zijde, Peter Westerbrink, de keuze van de hoofdpersoon van deze editie van het tweejaarlijkse, Nederlandse-Duitse festival. 'Zo'n lekker vaag figuur.' Want mocht Böhm (1661-1733) bekend zijn, dan toch bij de meesten hooguit als de onbekende leermeester van Bach. Waaraan de componist zijn vergetelheid dankt weet Gisela Jaacks in haar openingslezing over Böhm in Hamburg perfect te illustreren.

'Spektaculaire nieuwsfeiten moet u niet verwachten', waarschuwt ze, en de daaropvolgende twee uur houdt ze zich strikt aan haar belofte. Het enige wat onomstotelijk vaststaat, is dat Böhm van 1693 tot 1697 in Hamburg woonde en dus ook gewerkt moet hebben, maar wat hij precies deed is (nog) niet te vinden. Haar betoog voert ver in de Hamburgse parochietwisten tussen Piëtisten en orthodox-Lutheranen, en de politieke spanningsvelden rond de opera, maar kennelijk wist Böhm zich meesterlijk afzijdig te houden. De biografie van Böhm, luidt de conclusie, begint pas als hij in 1698 in Lüneburg als organist is aangesteld; de stad waar de jonge Bach schoolging.

De betrekkelijke obscuriteit waarin de respectabele componist verkeert, komt zijn rol als centrale festivalcomponist alleen maar ten goede. In de orgelwerken en de cantates waarmee Ensemble Fiori Musicali, het Gesualdo Consort en organist Hans Fagius zondag in een goed gevulde Groningse Martinikerk het festival openden, is zeker te horen waar Bach zijn voorbeeld vond. Böhms harmonische taal getuigt van een solide eenvoud, maar reikt in een cantate als Ach Herr, komme hinab und hilfe meinem Sohne ook diep genoeg voor adequate sfeer- en tekstuitbeelding; de versieringen in de partita's refereren aan een Franse slag en ook de ontwikkelingen op het operagebied hebben hun sporen in het oeuvre van Böhm achtergelaten.

Het oeuvre is trouwens compact genoeg voor zes concerten die nog tot en met komende zondag op verschillende plaaten in de Eems-Dollard-regio worden uitgevoerd. Ook dat is, naast de variatie in bezettingen waarvoor Böhm heeft geschreven, een prettige praktische bijkomstigheid voor het festival, vindt Peter Westerbrink. Het Dollard Festival heeft zich sinds de oprichting in 1981 steeds meer geprofileerd als een sterk regio-gebonden festival met een internationale uitstraling. Waar het elke keer om draait is een componist uit de Noordduitse contreien, wiens werk wordt uitgevoerd in de provincies Groningen en Oost-Friesland die samen zo'n driehonderd historische orgels herbergen, verspreid over evenveel kerkjes en kerken in pittoreske dorpen en luisterrijke steden.

Het festival is daarmee vooral een orgelfestival, met een trouwe aanhang van orgelvrienden die zich elke keer met vreugde laten voorlichten over renovaties aan zaken als hoofd-manualen en pedaaltorens, windvoorziening en frontpijpwerken. Zo voeren de vier uitgebreide orgelexcursies dit jaar langs klinkende dorpsnamen als Midwolde, Peize, Neermoor, Ochtersum en Bockhorn. Ook in Weener neemt Harald Vogel maandagmiddag de gelegenheid te baat om zijn Japanse en Amerikaanse studenten van de Orgelakademie in Bunde te onderwijzen in de kenmerken van het Arp Schnitger-orgel, de belangrijkste bouwer uit de regio.

Maar de klapstukken zijn bewaard voor de avonden, zoals gisteravond in Stapelmoor, waar Robert Hill een gloednieuw, Frans geörienteerd orgel inwijdde met eveneens Frans getinte werken van Böhm. Of zoals komende zaterdag, als de 'Spitzflöten', de 'Quintadenen' en de achtvoets 'Krummhorn' van het net gerestaureerde orgel in de Warnfriedkirche in het werk van Jacob Praetorius worden uitgetest. Of zoals het concert in de Grosse Kriche in Emden, waar maandagavond Ensemble Bouzignac optrad in de nieuwe Johannes a Lasco Bibliotheek die met veel architectonisch vernuft tussen de ruïnes van de kerkmuren is gebouwd.

Harry Joelson-Strohbach is nog beduusd van het enthousiasme dat zijn opmerking over de Johannes Passion teweeg bracht. Hij had het gewoon in één van de muziekencyclopedieën gelezen en dacht dat iedereen dat wist. Als muziekbibliothecaris in het Zwitserse Winterthur had hij wel interessantere dingen in handen gehad. Zoals de microfilms die in 1984 door een weduwe werden afgestaan, en waarin hij - 'um Himmelswillen' - de verloren gegane Königsberger manuscripten herkende met bijvoorbeeld Böhms partita Ach wie nichtig, ach wie flüchtig.

Of die keer dat hij op een tentoonstelling in Zürich in een uitgave van Etienne Roger een ciaccona van Böhm terugvond. Maar de c in de openingsfrase die in de gangbare gedrukte uitgave staat, blijkt hier een des. 'Dit kan geen drukfout zijn', betoogt hij plotseling hartstochtelijk, want deze des is 'so schmerzhaft süss', dat moet wel opzet zijn. Het orgel in Weener onderstreept zacht fluitend zijn woorden, aarzelt bij die des en staat dan even stil bij de wonderschone pijn van de bibliothecaris uit Winterthur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden