Festival B-Oost is sympathiek en gedurfd

Het muziekfestival B-Oost weet ook in zijn vierde editie nog niet echt duidelijk te maken waarover het gaat...

Van onze medewerker Koen Schouten

AMSTERDAM Op 16-jarige leeftijd was hij al huisdrummer in het beroemde Apollo theater in Harlem, onder leiding van Quincy Jones. Hij is te horen op hits van James Brown, Martha Reeves en hij speelde met iedereen in de jazz, zoals bij Miles Davis op diens plaat Tutu.

De 64-jarige slagwerker Steve Reid is niet al te bekend, maar hij is een levend brok muziekgeschiedenis. Iemand met een bewonderenswaardige drive en een grote hang naar experiment. Beatmaker en sampleartiest Kieran Hebden van Fourtet heeft er mede voor gezorgd dat de carrière van Reid de laatste jaren een opleving heeft gekregen. Hun projecten worden opgepikt door een jong publiek.

Op het festival B-Oost, zaterdag in het Bimhuis en het Muziekgebouw, was de gemiddelde leeftijd van het publiek ook laag. Reid speelde met zijn ensemble in een volle Bimzaal. Zonder Kieran Hebden, wiens opnamen voor een soundtrack waren uitgelopen.

Misschien kwam het door zijn afwezigheid, maar het concert en daarmee de sfeer in de zaal kwamen niet los. Reid bolderde samen met zijn percussionist Mamadou Sarr stevig door in een open freejazzgroove, maar de rest van zijn band speelde veel te afwachtend. En in de structureel onzuivere solo’s van saxofonist Joe Rigby ontbrak een verhaal.

Het was exemplarisch voor het gevoel dat het jonge Amsterdamse muziekfestival B-Oost opriep. Wat is nu eigenlijk het karakter van B-Oost? Waar gaat het over? Ook deze vierde editie werd dat niet duidelijk, behalve dat B-Oost zich wederom manifesteerde als sympathiek, eigentijds en origineel.

‘Space Sounds from the Eastern Docklands’ was het thema dat vooral in theorie de vier concerten en dj-set van zaterdag verbond. Er waren inderdaad wel wat intergalactisch getinte geluiden te horen bij het concert dat de Finse bandleider en multi-instrumentalist Jimi Tenor gaf met het Metropole Orkest. Tenor is gek op naïeve sixtiesklanken en zijn muziek ademt de sfeer van oude science fiction- en spionagefilms. De drie kwartier waarin het Nederlandse omroeporkest zich stortte op het werk van de meespelende componist waren het hoogtepunt van de avond. Met klasse gespeeld en sterk gearrangeerd door Jules Buckley. Een contrast met de saaie orkestraties van hiphopnummers van de overleden producer J-Dilla, die het orkest daarvoor speelde. Dan was er nog de samenwerking tussen de jazzgroep van Ernst Glerum en de hiphopband van zijn zoons. Ook daarvoor gold: een leuk initiatief, maar het schortte aan de uitvoering. Prijzenswaardig: B-Oost is niet bang om risico te nemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden