Festival '95 teerde wel erg op het verleden

Rückblick, Hommage à Stockhausen. Zo heette de compositie van György Kurtág die 13 juni een geslaagde Nederlandse première beleefde in een matig gevulde zaal....

ROLAND DE BEER; HEIN JANSSEN

Van onze kunstredactie

AMSTERDAM

Dit festival was er een van - overwegend - geslaagde premières, die zich afspeelden in - dikwijls - matig gevulde zalen. Het was (mede) een eerbetoon aan Stockhausen. En het was, ondanks de vele premières, vooral een festival van de terugblik.

'Hoe kom ik aan kaartjes voor Pina Bausch?' Dat was misschien wel de meest gestelde vraag van het Festival '95, dat met zijn Bausch-retrospectief veel eer inlegde. Het interessantst was Nelken uit 1982 - omdat het hier nog niet te zien was. Voorstellingen van het Mali Drama Theater St-Petersburg waren manifestaties van een verschaald toneelverleden. De fraaie Rückblick van Kurtág was een collage van oudere, bewerkte stukken van Kurtág. Het verleden van Stockhausen vormde op zijn beurt de inhoud van een Stockhausen-retrospectief.

Het verleden was de desem van dit Holland Festival.

De Raaijmakers/Paul Koek-performance De val van Mussolini zou vijftien jaar geleden gemaakt kunnen zijn. De beste momenten in Loevendies nieuwe opera Esmée waren de momenten waarop Loevendie muziekstijlen van het verleden naar zijn hand zette.

Het Orkest van de Achttiende Eeuw vatte zijn Haydn-activiteit van een decennium samen. Met Mozarts Zauberflöte rondde John Eliot Gardiner een cyclus af die vijf jaar geleden begon. De Nederlandse Opera droeg bij met Wagners Meistersinger in een zeer geslaagde, maar weinig innoverende produktie. Wat Mama!, Mbongi-Ngema's ontluisterende gospel-ode aan The Lord in het festival deed, daarvoor was geen reden te bedenken.

Het Holland Festival is ook het eigen verleden gaan bewerken.

De Kurtág-concerten betekenden een hernieuwde kennismaking. Concerten rond de componisten Lachenmann en Rihm betekenden een kleine reünie, na de presentatie van Duitse componisten in 1990. Stockhausen tekende opnieuw voor de spraakmakendste muziekpremières - maar zijn stijl heeft sinds lang geen opvallende wijzigingen meer ondergaan, en het vliegwerk van zijn Helikopter-Streichquartett kwam, hoe razend knap ook gerealiseerd, uit de sector oude stunts.

Nu lag er in de hernieuwing van de kennismaking stellig een verdieping (bij Kurtág, Lachenmann, Stockhausen), zelfs een rehabilitatie (van de in 1970 gestorven Bernd Alois Zimmermann), en dat men zich achterwaarts ook naar voren kan begeven, bewezen Rihm en Loevendie. En mocht Stockhausen nog maar weinig Nachwuchs hebben, dan zijn er altijd nog zijn echte kinderen - die het hunne bijdroegen aan het zeer hoge niveau van de muziekuitvoeringen in dit festival.

De voorstellingen van het Schauspielhaus Hamburg vormden een fraai visitekaartje van de regisseur Christoph Marthaler. Het Faust-stuk waarmee de Oostenrijker Gustav Ernst aan kwam zetten was weerzinwekkend (en slecht), de manier waarop De Trust het speelde nog een graadje erger. Maar: er werd na afloop tenminste gediscussieerd. Sommigen liepen kotsend weg; slechts een enkeling liet het koud. Eindelijk weer debat.

Wat niettemin resteert, is het beeld van een stagnerende cultuur.

De presentatie ervan leek vooral een didactisch belang te dienen: bijlichten waar nog iets bij te lichten valt, en hopen dat de ware verworvenheden van de voormalige avantgarde niet in het vullesvat belanden.

Het zou onrealistisch zijn, dit stagneren op het conto te schrijven van directeur Jan van Vlijmen. Het Festival '95 bracht niet slechts een greep uit diens interesses, het representeerde ook een stand van zaken in de kunst. Zo is het bijvoorbeeld de vraag, of er in de sfeer van de landculturen nog veel te ontdekken valt, na de confrontaties met componisten uit Oost-Europa, de voormalige Sovjet-Unie en China.

Maar wat een festival ook tot een festival kan maken, is de 'verrassende combinatie' - zoals vorig jaar met Guus Janssen/Karel Appel en het Asko/Riccardo Chailly. Het festival '95 toonde op dat gebied niet veel inventiviteit. Het programma van volgend jaar lijkt, wat dergelijke allianties betreft (afgezien van de combinatie Marthaler-De Vries), ook weinig spectaculairs op te leveren. Het geleidelijke droogvallen van de 'denktank' van het festival - na de toneelprogrammeur vertrokken ook specialisten voor dans en muziek - wekt geen goede verwachtingen omtrent het tegendeel.

Met de constatering dat de financiële basis van het Holland Festival nog steeds zeer smal is, en dat de festivalgids weer een navenante grauwheid uitstraalde, lijkt het niet ongepast erop te wijzen dat een van de mooiste premières van dit festival Liederen van moedeloosheid en verdriet heette. Ook dit was er een van Kurtág. De Hongaar kon, zonder het te willen, worden bestempeld tot 'centraal componist en commentator' - als deze term uit het begin van de jaren tachtig is gepermitteerd.

Roland de Beer

Hein Janssen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden