Fenomeen en piano-pedagogisch raadsel

Waarschuwing aan conservatoriumstudenten: zij mogen deze week wel naar een recital van Arcadi Volodos (27), of naar zijn cd luisteren (Live at Carnegie Hall), maar ze mogen dit stukje niet lezen....

Want wat kan de pianopedagogie hier in hemelsnaam mee: Volodos, het mirakel dat vorig jaar zijn debuut maakte in de Riaskoff-meesterserie in het Concertgebouw, en van het uitgelaten publiek pas weg mocht nadat hij er in de toegiften vijf nummers van onwaarschijnlijke moeilijkheidsgraad tegenaan had gegooid, kan nog niet zo lang pianospelen.

Volodos, afgeknapt koorzangstudent, kreeg bij zijn inschrijving in '88 voor de pianoklas van het conservatorium in St.Petersburg het advies af te zien van een toelatingsexamen, wegens 'algeheel gebrek aan niveau.' Hij probeerde het toch, werd aangenomen, maar vertrok na een jaar van 'toonladders, Czerny-etudes en slechte cijfers' naar Moskou.

'Die docent in Petersburg had misschien gelijk', zegt Volodos, die na zijn recital in de New-Yorkse Carnegie Hall, vorige herfst, 'tegen mijn zin', werd uitgeroepen tot 'nieuwe Horowitz'. 'Als ik mezelf, in '88, vergelijk met de zestienjarigen die de hele Chopin speelden en alle fuga's van Bach, dan was ik inderdaad niet ver.'

Het fenomeen-Volodos is een anomalie, een verschijnsel waarvan de ontwikkeling in volkomen tegenspraak is met de lijnen van de traditie waar het uit voortkomt. Was het in Rusland de gewoonte muziektalenten tussen hun vijfde en twaalfde levensjaar te signaleren, om ze verder te geleiden langs een parcours van vingertechnische tucht en intensieve repertoirestudie - Volodos was voor zijn toelating nog een ventje van 'twee, drie stukjes per jaar', die zijn moeder al blij maakte met Für Elise. 'Ik begon op mijn negende, maar was niet geïnteresseerd. Ik loog dat ik piano speelde.'

Zijn moeder, koorzangeres bij de Kirov Opera, was te vaak buiten de deur om hem in de gaten te houden, en kon weinig anders doen dan het buitenkind een fiets beloven 'als ik dit of dat stukje tegen de tijd dat het zomer werd kon spelen'.

Nog is Volodos een man van maar 'drie, soms hooguit vier uur studie per dag', zoals hij van onder zijn zware wenkbrauwen prijsgeeft - een bewegingloze, zacht pratende gestalte die energiek kan opveren om naar het klavier te stappen dat hem in zijn logeerkamers ter beschikking staat (electrisch oefengeval; maakt niet uit).

De cd die deze week verscheen, weerslag van Volodos' recitaldebuut in New York, bevat werk dat ook bezoekers van zijn Amsterdamse optreden van een half jaar eerder veel zal zeggen (Schumanns Bunte Blätter, Sonate nr 10 van Skrjabin), en weerspiegelt de extremen van zijn interpretatiekunst. Wat introvert is, krijgt transparantie en een indringend cantabile, maar blijft introvert. Even transparant en kleurig klinken complexe notenmassa's als de Rákóczy-mars in de sensationele versie van Franz Liszt - op haar beurt versensationaliseerd door pianist-bewerker Horowitz; waarna Volodos er ter plekke nog wat snufjes aan toevoegde.

Die waanzinnige parafrases zijn zijn specialiteit; het heeft hem 'grote gevechten' gekost, met zijn platenmaatschappij (Sony) en zijn kersverse Amerikaanse management (Cami), om er ook de poëtica van Schumann en Skrjabin bij te mogen zetten - zegt Volodos.

Nee, de trapezebewerkingen van Horowitz zaliger staan nergens op papier. Volodos speelt ze op het gehoor. 'Al die passages opschrijven is zonde van de tijd, en ik maak het toch weer anders', bromt hij achter de electrische piano (hij demonstreert uit de losse pols vijf varianten van Horowitz' waanzinnige Carmenfantasie en fantaseert er een zesde bij). 'Muziek moet eerst geboren worden in het hart, moet dan naar het hoofd, en komt dan pas in de vingers. Bij veel pianisten gaat het andersom. Dat zijn de vingeroefeningmaniakken, bij wie de geest vast zit.'

Volodos: 'In het begin kostte het me zeker een week voor ik er drie bladzijden Rachmaninov in had zitten. Het ging makkelijker toen ik eenmaal geleerd had te improviseren in de harmonische en pianistische stijl van Rachmaninov' (demonstreert Rachmaninoviaanse akkoordenmassa's, gaat over naar Mozart, maakt er een Chopinwals van en transformeert Chopin tot jazzheld Bill Evans). 'Toen ik gevraagd werd voor het derde pianoconcert van Rachmaninov' (door het Gelders Orkest) 'had ik dat nooit gespeeld, maar omdat ik de stijl kende kon ik het in vier dagen instuderen.'

Tussen het moment dat de gesjeesde Volodos in Moskou op les mocht bij de pedagoge Galina Egiazarova ('Zij zag in dat er bij mij best wat uit te halen viel') en het moment dat de Nederlandse pianisten-impresario Marco Riaskoff een knullig amateur-cassettebandje op zijn bureau kreeg dat een vriend van Volodos tersluiks had opgenomen in Frankrijk (Riaskoff, nog confuus, zegt dat hij er abusievelijk 'twee pianisten tegelijk' in hoorde en aan de 'bandsnelheid' twijfelde) zat minder dan zes jaar. Het traject langs de mondiale eredivisie (Concertgebouworkest, Boston Symphony, Berlijn, Chicago, Londen) voltrok zich in enkele maanden.

Volodos maakt het weinig uit. 'Als ik maar ergens achter een piano kan zitten'. Hij heeft door een ontstoken verstandskies een week niet kunnen studeren, zodat een voor hem nog nieuwe Liszt (Les cloches de Genève) van zijn programma af moet. 'Geen probleem. Als ik speel voel ik me wel weer opknappen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden