Femme fatale is Fryslân ontstegen Opera Esmée van de historische werkelijkheid losgezongen

Tien jaar geleden werd het niet voor mogelijk gehouden: swastika en nazi-gebrul in de Nederlandse opera. Hoe het voormalig Friese verzet bakzeil haalde voor de 'symbiose' van het duo Theo Loevendie (componist) en Jan Blokker (librettist)....

Verbluft is Theo Loevendie nog steeds. 'Achteraf begrijp ik niet dat ik niet ontploft ben; dat ik zó coulant ben geweest tegenover een rare autoritaire man die met een aardappel in de keel tegen mij begon te blaffen dat ik ogenblikkelijk een andere titel moest kiezen voor mijn opera Esmée. Drie kwartier heeft hij op me ingepraat dat ons verhaal niet klopte. Alsof een opera de exacte afspiegeling zou moeten zijn van een historische werkelijkheid. Dat is natuurlijk totale onzin.'

Het telefoontje dateert van een jaar jaar geleden. De emotionele opbeller heette Henk Kluvers, een 74-jarige arts uit Bussum. Kluvers was in de oorlog verloofd met Esmée van Eeghen. Zij was de verzetsheldin die de hoofdpersoon zou worden in Loevendie's derde opera, op een libretto van Jan Blokker. Het voormalig Friese verzet, of liever: het restant daarvan, liet zijn misnoegen blijken. De foto van Esmée mocht niet als theateraffiche worden gebruikt, er dreigde zelfs even een rechtszaak met arstistieke vrijheid als inzet en Jan Blokker zag uit de commotie al bijna de contouren van een nieuwe opera opdoemen.

'In het kielzog ontstaat bijna een soort operette', vindt Theo Loevendie, 'als je ziet hoe verknipt er gereageerd wordt.' Jan Blokker: 'Het rare van Nederland is dat hier blijkbaar geen onderscheid bekend is tussen geschiedenis en fictie.' Maar een Oostenrijkse dirigent (Friedemann Layer), een Duitse regisseur, een swastika, nazi-uniformen, het rood-wit-blauw: die combinatie had Loevendie hier tien jaar geleden zelf niet voor mogelijk gehouden. 'Nu is de tijd rijp.'

In theater Carré dreunen de pauken, loeit een naargeestige trombone. 'Moet je opletten', zegt Theo Loevendie. 'Nu krijg je de meest fascistische tekst die Jan ooit heeft geschreven. En de meest fascistische muziek die ik ooit gecomponeerd heb.' Dreiging zwelt aan in een koor van staccato-achtige mannestemmen. 'Ungehorsamst aus zu rotten!!!', klinkt na tromgeroffel. 'Waar heb ik die fijne tekst gevonden?', zegt Jan Blokker. 'Ik heb natuurlijk ijverig gezocht bij Goebbels en bij Hitler. Ten slotte heb ik een collage gemaakt van de ritueel-fascistische kretologie bij Himmler en Bormann uit de jaren dertig.'

Opera Esmée. Tweede acte, scène acht.

Componist Loevendie en librettist Blokker zitten op het puntje van hun stoel. Het podium onder ons is waanzinnig. Het is geen podium. Uit de coulissen daalt een plankier de zaal in met onderbroken dwarsverbindingen waarvan de brokstukken samen een reusachtig hakenkruis suggereren. De felrode vloerbedekking laat daarover geen twijfel bestaan. Bij lichteffecten kan het geheel ook een christelijk kruis uitbeelden. Aan de voet van deze allegorie zit het Radio Filharmonisch Orkest; de zaal zelf als orkestbak. Doordat het plankier aan een kant overhelt, lijkt de vraag gewettigd of er voor de solisten een beetje leuke ongevallenverzekering is afgesloten.

'Er schijnt bij iemand al een zweepslagje geconstateerd te zijn', reageert Blokker droog. Maar hij is gefascineerd door wat regisseur Herbert Wernicke aan decor heeft bedacht; op zichzelf een spektakelstuk. Esmée is Blokkers eerste operalibretto. Hij doolt er mee rond sinds Ad 's-Gravesande hem met Theo Loevendie in contact bracht. 'We zeggen al negen jaar tegen elkaar: we moeten wèl de première proberen te halen.'

Een bloedmooie femme fatale uit Amsterdam die in de Friese illegaliteit duikt. Die de codes van haar verzetsgroep aan haar naaldhakken lapt. Een affaire aangaat met een Duitse officier. Sterft door gebrek aan conformisme. Ofwel: het individu dat volgens eigen normen wil overleven, maar vervolgens vermalen wordt tussen politieke belangen. De makers vonden elkaar in dat thema en hielden er 'een symbiotische werkverhouding' (Loevendie) aan over, ofschoon Blokker geen noot kan lezen. Minstens veertig versies hebben ze gemaakt. Als broers zitten ze dagenlang bij de repetities en wisselen conclusies uit. Geanimeerd, soms met opgetrokken wenkbrauw.

Blokker heeft moeite met de verstaanbaarheid van zijn teksten. 'Maar dit is primair een orkestrepetitie, hè. Als de solisten voor de zoveelste keer hun mond open moeten doen, zouden ze ook wel gek zijn àlle registers open te trekken. Dan krijgen ze prompt angina of zoiets.' Het klinkt ironisch, maar een tikje zorgelijk is z'n blik wel. 'Theo en ik zouden er niks op tegen hebben als het geheel boven-titeld zou worden. Jan van Vlijmen (directeur Holland van het Holland Festival), voelt er ook wel voor maar zoiets schijnt een kostbare grap te zijn.'

Hier en daar heeft de mise-en-scène al een wijziging ondergaan, zodra bleek dat op sommige plaatsen een stempartij het aflegde tegen het orkestgeweld van de componist die sinds zijn jeugd in de Amsterdamse Kinkerbuurt geen geheim maakt van zijn fascinatie voor kerkklokken en straatgeluiden. Voor kakafonie.

Hoe teer klinkt daarbij vergeleken de heldin! Engelstalige zangeres Jeanne Piland wordt tijdens een pauze geprezen om haar lyriek. Loevendie had zich geen betere Esmée kunnen wensen. Alleen haar dictie moet nog de juiste power krijgen. De evaluatie geschiedt bij een broodje kaas. Alweer een broodje kaas. Heeft Theo geen partituur in z'n hand, dan zie je hem wel met wat eetbaars, zegt Blokker gnuivend. Loevendie: 'Sinds de hongerwinter heb ik een doodangst om honger te krijgen.' En Blokker heeft van z'n vrouw het consigne gekregen niet te eten: 'Anders pas ik op de première niet in mijn smoking.'

Blokker zou nog best wat aan de teksten willen veranderen. 'De teksten hadden best wat beter gekund. Maar ach, die vallen toch niet meer op. Kijk, jou horen ze tenminste, Theo. Mij horen ze niet zo, gelukkig.'

Toen ze uit het Van Starkenborghkanaal bij Groningen werd opgevist was verpleegster Esmée van Eeghen 26 jaar. Doorzeefd met kogels. Ze was duur gekleed en droeg gouden sieraden: Amsterdamse patriciërsdochter, prachtig, oergeestig, uitdagend. Ze was de droom van alle mannen. 'Een beeldschone zwaan in een bijt met vreemde eenden', schreef Ageeth Scherphuis die een boek over haar maakte.

Met haar verloofde, medicijnenstudent Henk Kluvers, was Esmée in 1943 naar Leeuwarden gegaan om onderdak te zoeken voor studenten die hadden geweigerd de loyaliteitsverklaring te ondertekenen. Binnen de korste keren zat ze tot over haar oren in het verzet. Koerierster met speciale status.

Mannen vielen als rijpe appels voor haar. Zo ook, volgens sommigen, Krijn van den Helm, leider van de Friese KP. Die kreeg er ruzie over met een andere verzetsleider, Pieter Wijbenga. Esmée had van het verzet opdracht gekregen officieren van de Wehrmacht uit te horen. Maar Wijbenga twijfelde de bedoelingen van Esmée, die op z'n minst als roekeloos gold. Na het vertrek van Kluver, die aan tbc leed, was ze immers op slag verliefd geworden op Oberleutnant Hans Schmälzlein. 'Een goede Duitser', zo bleek achteraf ondubbelzinnig.

Wijbenga zag Esmée niettemin als manzieke verraadster die de kogel verdiende. En na de oorlog hebben SD'ers nog gepoogd Esmée zwart te maken om zo hun straf te ontlopen.

Met haar opvallende gedrag ontliep Esmée ternauwernood liquidatie door de ondergrondse, maar ze kreeg als 'risicofactor' de opdracht Friesland meteen te verlaten. Krijn van den Helm was al ondergedoken, maar werd door een Nederlandse SD'er gefusilleerd. Esmée zou in Amsterdam door een vriendin worden verraden, Bep H. Uit jaloezie. 'Ze leeft nog, maar wil niet praten', schrijven Ageeth Scherphuis en Ype Schaaf in het programmaboek van het Holland Festival.

'Gaan ze nou wéér dat verhaal van die nimfomane Esmée vertellen?', was Schaafs eerste reactie op de operaplannen. Journalist Ype Schaaf uit Dokkum had een boek over Friese veemgerichten in oorlogstijd op zijn naam. Hij kende zijn verzetskringen. Hij kende de familie Van Eeghen. Ook kende hij de Amsterdammer Pieter Meerburg, die joodse kinderen naar onderduikadressen in Friesland had gebracht, en diens vriend Henk Kluvers: de oud-verloofde van Esmée. 'Wij vertrouwden dat libretto niet,' zegt Schaaf met nasale stem.

Want, weet Schaaf, er staat in het script dat Esmée een verhouding had met een Duitse veiligheidsofficier, terwijl de man in werkelijkheid voor de Wehrmacht-voedselvoorziening werkte. 'Als Esmée werkelijk wat had met een veiligheidsman, dan was die vent toch onmiddellijk afgeschoten door het verzet? Want zo'n verhouding was natuurlijk veel te gevaarlijk. De dingen liggen nog steeds erg gevoelig. Volgens het verzet klopt het ook niet dat Esmée een verhouding had met KP-leider Krijn van den Helm. Het is mogelijk dat ze verliefd op elkaar waren. Tegenwoordig liggen ze dan meteen met elkaar in bed, maar u moet niet vergeten dat het toen een andere tijd was.'

Schaaf erkent niettemin de artistieke vrijheid van de operamakers. Achteraf is hij blij met het aanbod van het Holland Festival om 'inhoudelijk' bij te dragen aan het historiserende stuk in het programmaboek 'dat door Ageeth natuurlijk wel op zo'n Vrij Nederland-toontje is geschreven'. Hij gaat naar de première. Maar Esmée's vroegere verloofde Henk Kluvers uit Bussum niet. Kluvers wil geen commentaar meer geven.

'Hij is erg geëmotioneerd. Ik moest hem een beetje afschermen want hij ging met iedereen ruzie maken', zegt zijn vriend mr Piet Meerburg, onder meer eigenaar van de Amsterdamse bioscoop De Uitkijk. 'Ons bezwaar is: na gesprekken met Jan van Vlijmen en de auteurs hebben ze wel de namen van de betrokkenen veranderd, behalve die van Esmée. Wij staan op het standpunt: zo lang er nog mensen uit het verzet leven, misschien vijf of tien, moet je ook die naam niet gebruiken.'

Meerburg gaat op vakantie in plaats van naar Esmée. 'Waarom zou ik me ergeren. Ik heb het libretto gelezen. Er staat soms onzin in. Bijvoorbeeld dat ze naar de bioscoop gaan. Nou, in de oorlog deed je dat toch niet? We wilden niet dat de opera Esmée heette. We hebben juridische stappen overwogen, maar het bleek dat die geen schijn van kans maakten. En omdat we zulke goeie gesprekken met Van Vlijmen hadden gehad, wilden we hem niet in problemen brengen.'

De laatste jaren heeft Meerburg nachtmerries. Hij is destijds aan de dood ontsnapt doordat hij de trein miste waarin hij samen met zijn vrouw een persoonsbewijs zou brengen aan een ondergedoken Friese verzetsleider. De SD was hem voor. Hij weet zeker dat Esmée niets met de moord te maken had. 'Ze heeft absoluut geen verraad gepleegd. Ze was volstrekt eerlijk, maar wel 150 procent vrouw.'

Voor Jan Blokker was vooral dat laatste van gewicht. 'Onze opera is een heldendicht aan een waanzinnig intrigerende vrouw die weigert zich te conformeren aan wat dan ook en daarvoor de hoogste prijs moet betalen. Maar het verhaal heeft zich volledig losgezongen van de werkelijkheid, zoals destijds ook Nixon in China van John Adams. Ik laat volstrekt in het midden of ze door het verzet, door de bezetter of bij een crime passionel wordt geliquideerd. Ik was geïnspireerd door het verhaal in Vrij Nederland van 1988. Daarna heb ik me bewust niet meer in de historie verdiept om m'n verbeelding de vrije loop te laten.

'Het gaat niet om de historische werkelijkheid, maar om een waanzinnig uitdagende vrouw die er wel pap van lustte. We hebben zelfs overwogen om het verhaal los te koppelen van de Tweede Wereldoorlog en het in het Griekenland van de kolonels te laten spelen. Vind je dat Theo, die zich drie jaar de pleuris heeft zitten werken, dit relletje als bekroning verdient? Natuurlijk begrijp ik heel goed dat die arts uit Bussum, die naar mijn schatting hooguit zes maanden de hand van Esmée heeft vastgehouden, haar achteraf tot zijn definitieve liefde maakt. Ik moest wel even denken aan de man uit Venlo die als betrokkene grote rode strepen zette in mijn script van de tv-serie De partisanen. Maar toen hij de film had gezien, zei hij tot mijn verrassing: 'De film die ik in m'n hoofd had, is door uw film verdrongen.' Dat is toch een groot compliment.'

Een stervende Esmée zingt: 'Ik ben geen lichaam meer, ben niet meer om aan te raken: onzichtbaar, onzichtbaar als een ster waarvan bewezen is dat hij bestaat, maar niemand, niemand heeft hem ooit gezien.'

Dat lullige klappertjespistool, snuift Blokker, dààr mag Theo nog wel een vette paukenslag tegenaangooien.

Esmée, opera in twee bedrijven en tien scènes in Koninklijk Theater Carré, Amsterdam: 31 mei, 3, 4, 6 en 8 juni. Op 29 en 30 juni in Berlijn, i.s.m. Deutsche Oper Berlin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.