Feminisme is meer dan ooit actueel

Het feminisme is ten onrechte dood verklaard, betoogt Evelien Tonkens. Oude problemen blijven bestaan, nieuwe dienen zich aan. Wie had tien jaar geleden kunnen vermoeden dat vrouwen zouden worden lastiggevallen via Internet?...

VORIG jaar werd in de Volkskrant op deze internationale vrouwendag het doodvonnis over het feminisme uitgeroepen. Het was nu wel genoeg met dat gezeur van die feministen, betoogde Malou van Hintum. Feministen heetten voortaan: klaagfeministen. Dat zijn types die nog steeds zeuren over structurele ongelijkheid in plaats van monter hun kansen te grijpen.

Ook andere vrouwen, zoals Sarah Verroen en Lydia Rood in Nederland en Kate Roiphe in de Verenigde Staten, dragen het feminisme met genoegen ten grave. Je schijnt je tegenwoordig te moeten schamen feminist te zijn; je moet wel zeggen: 'Ik ben wel geëmancipeerd, maar niet feministisch'. Deze doodgravers ontkennen niet dat er sekse-ongelijkheid bestaat. Maar zij vinden dat niet langer een probleem voor politiek of beleid.

Keuze is hun belangrijkste argument voor de dood van het feminisme. Niemand dwingt vrouwen toch om thuis bij de kinderen te blijven? Ze nemen toch zelf genoegen met een piepklein baantje?

De tijd is het tweede argument van deze geëmancipeerden. De achterstand van meisjes in het onderwijs is de laatste 20 jaar ongedaan gemaakt: het opleidingsniveau van vrouwen en mannen is gemiddeld gelijkgetrokken. Dat zal vanzelf doorwerken op de arbeidsmarkt, dus over een paar decennia zullen vrouwen hun achterstand op de arbeidsmarkt ook hebben ingehaald.

In de tussentijd moeten vrouwen niet zeuren over een paar blote meiden aan de muur op het werk. Of over een chef die tijdens een gesprek meer interesse lijkt te hebben in borsten dan woorden. Gewoon flink zijn, luidt het derde argument: laat je niet intimideren.

Trouwens, sommige verschillen zullen altijd wel blijven bestaan en dat geeft ook niet, zo luidt het vierde argument. Jongens zijn gewoon beter in wiskunde dan meisjes, en meisjes kunnen beter communiceren: er zijn ten slotte biologische verschillen. Onze hersenen en onze hormonen zingen ook een deuntje mee. Alle verschil de wereld uit, dat gaat niet. Je moet niet proberen van een appel een peer te maken.

Het is niet moeilijk deze argumenten te ontkrachten. Zo blijkt uit talloze onderzoeken dat niet iedere keuze voor een bepaalde combinatie van betaald en onbetaald werk gerealiseerd kan worden. Van de heteroseksuele stellen wil bijvoorbeeld 42 procent een gelijke taakverdeling, maar slechts 2 procent van hen slaagt erin die wens te verwezenlijken.

Ook het tijdsargument is naïef. De tijd kan zowel mee als tegen werken. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat de salarisverschillen tussen de seksen in de afgelopen twintig jaar alleen maar groter zijn geworden: vrouwen verdienden in 1977 nog 79 procent van het loon dat mannen per uur kregen; momenteel is dit nog maar 75 procent. Zo blijkt dat met de toetreding van vrouwen tot 'mannenberoepen' en omgekeerd, er nieuwe sekseverschillen ontstaan.

Wat betreft flinkheid: de noodzaak tot flink zijn is meestal een symptoom van een structureel vijandige houding jegens vrouwen. Seksuele intimidatie wordt bijvoorbeeld vaak gebruikt om een beroep mannelijk te houden. Een flinke meid wordt dan op zijn best een wonderlijke uitzondering, getolereerd mits ze handig weet te laveren tussen verschillende tegenstrijdige gedragsregels, samen te vatten als: Blijf vrouw, maar laat nooit merken dat je vrouw bent.

De relatie tussen biologische sekseverschillen en gedrag ten slotte wordt door de media wel graag gelegd, maar serieuze biologen zijn daar veel voorzichtiger mee. In de geschiedenis zijn aan vrouwen ook de meest komische problemen toegeschreven als gevolg van vermeende biologische sekseverschillen.

Zo werd hysterie verklaard uit het letterlijk in het lichaam aan de wandel gaan van de baarmoeder, zou het schrijven van gedichten bij vrouwen tot te hoge bloedverhitting en daarmee tot waanzin leiden, en werd meisjes het fietsen aanvankelijk ontraden omdat dit groeistoornissen aan de baarmoeder zou veroorzaken. Over honderd jaar lacht men zich dood om de hedendaagse verhalen over hersenen en hormonen.

Wie zeurt er hier nu eigenlijk? Krijgen feministen nu niet de schuld van het feit dat de wereld niet snel genoeg verandert? Want niet feministen zeuren, maar kwesties zeuren. Gebrek aan kinderopvang is een typische Zeurende Kwestie: een kwestie die al een jaar of twintig door feministen wordt aangeklaagd, en waar dankzij hen ook al veel aan veranderd is, maar die helaas nog steeds niet verholpen is. Nog steeds staan er 137 duizend kinderen op wachtlijsten voor kinderopvang.

Er zijn ook nieuwe vragen en problemen. Zo komt pas recentelijk goed aan het licht hoeveel er eigenlijk bij komt kijken wanneer je probeert om betaald en onbetaald werk daadwerkelijk te combineren. Het gaat misschien nog als Sander en Fatima op crècheleeftijd zijn, maar wie haalt ze uit school en gaat met ze naar zwemles? En veel mensen vinden de crèche voor vijf dagen niet goed genoeg; wat doe je dan met die andere dagen? Dit soort problemen komt pas aan het licht in de loop van het emancipatieproces. Pas als je een steen van zijn plaats hebt gerold, zie je dat er ook nog talloze torren onder lagen.

Maar er is nog een ander soort nieuwe feministische kwesties, namelijk kwesties die het gevolg zijn van recente maatschappelijke ontwikkelingen. Wie had bijvoorbeeld tien jaar geleden kunnen vermoeden dat vrouwen last zouden krijgen van seksuele intimidatie op Internet? En wie kwam vijftien jaar geleden op het idee om, als je je als vrouw niet 'normaal' voelt, naar de plastisch chirurg te gaan om je borsten te laten oppompen met siliconen?

En wie had verwacht dat Dolle Mina mede dankzij haar succes op school zou veranderen in Dolende Mina: gemiddeld beter geschoold dan haar mannelijke leeftijdgenoten, maar door de flexibilisering van de arbeidsmarkt veroordeeld tot uitzend- en oproepwerk? Zolang die verschillen niet zijn uitgeroeid, zullen er steeds nieuwe problemen komen, die om nieuwe creatieve feministische oplossingen vragen.

FEMINISME is nodig en wenselijk omdat de meeste mensen veel eenzijdiger leven dan ze eigenliJk zouden willen. Dat maar 2 procent realiseert wat 42 procent wil, vormt daar een illustratie van. Om een veelzijdig leven mogelijk te maken, is het bijvoorbeeld nodig niet alleen de positie en het gedrag van vrouwen, maar ook die van mannen onder de loep te nemen.

Wordt het ook niet eens tijd te kijken naar de 'achterstanden' van mannen: de zorgachterstand en de beschavingsachterstand bijvoorbeeld? En wordt het geen tijd om te zorgen dat het onderwijs, de arbeidsmarkt en de politiek zelf als het ware van sekse veranderen en veelzijdiger leven mogelijk maken, in plaats van van vrouwen te verwachten dat ze zich aan de bestaande culturen aanpassen?

Evelien Tonkens is onderzoeker aan de sociale faculteit van de Katholieke Universiteit van Nijmegen en lid van De Harde Kern. Vandaag presenteert De Harde Kern in het kader van Internationale Vrouwendag in de Balie haar boek Wel feministisch, niet geèemancipeerd. (uitg. Contact)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden