Felle strijd om geluid zonder krassen Muziekwereld aarzelt tussen digitale tape en harde schijf

Digitale recorders bestaan al sinds de vroege jaren tachtig. Maar sinds kort zijn de prijzen zo laag dat de krasvrije opname-apparatuur binnen bereik is gekomen van de 'thuis'-muzikant van de hip-hop en house-generatie....

GERT VAN VEEN

Toen de cd-speler een kleine tien jaar geleden aan zijn opmars begon, en de hele popgeschiedenis in digitale vorm opnieuw werd uitgebracht, ging er een nieuwe wereld open voor de luisteraar. Muziek die jarenlang verscholen bleef achter het gezellig knapperende geluid van krassen en tikken, klonk helderder dan ooit tevoren, zeker wannneer de originele opnamen met de nieuwste studioapparatuur nog verder waren opgepoetst.

De digitale helderheid van de cd-versies van het sixties- en seventies-repertoire bracht echter ook een aantal mankementen in die oude opnamen aan het licht. Zoals de drop out in Fame van David Bowie: een zwakke plek in de originele tape, waar het geluidssignaal even afzwakte. En dan was er de ruis, die - voor zover afkomstig van de originele opnamen - maar heel gedeeltelijk verwijderd kon worden in cd-versie.

Drop outs en ruis zijn twee van de grootste nadelen van het traditionele opnamesysteem, zoals dat sinds jaar en dag wordt toegepast in de muziekindustrie. Vanaf de vroege jaren zestig, toen muziek nog direct werd opgenomen op twee sporen, groeiden meersporen-recorders uit tot kolossen zo groot als een flinke ijskast, met 24, 36 of 48 sporen. Elk instrument werd op een apart spoor vastgelegd, en later weer tot een compleet geheel gemixed.

Hoe geavanceerd de meersporen-techniek ook mocht zijn geworden, het zwakste punt bleef altijd het medium waarop muziek werd vastgelegd: de tape. Het probleem van ruis kon weliswaar worden geminimaliseerd met dure Dolby-onderdrukkingssystemen, maar met de komst van de digitale technologie was het een kwestie van tijd voordat niet alleen het eindprodukt (de cd) zou worden gedigitaliseerd, maar ook de eerste fase van het opname-proces.

Digitale meersporen-recorders worden al sinds de jaren tachtig gebruikt, al waren ze tot voor kort alleen te vinden in grote, professionele studio's. Maar net als eerder bij de sampler kelderden in de afgelopen jaren de prijzen, waardoor ze binnen het bereik van de gewone consument kwamen. Er is inmiddels een verwoede strijd losgebarsten tussen fabrikanten die dingen naar de gunsten op deze grote, nieuwe markt. Niet alleen alle kleine slaap- en woonkamer-studiootjes van de hip hop en house-generatie, maar ook zangers en zangeressen, zoals Heather Small van M-People, die haar zangpartijen liever thuis opneemt, om verlost te zijn van de druk van het werken in een grote, dure studio.

Ook dit keer zijn de concurrerende merken er niet in geslaagd om tot overeenkomst te komen over een standaard, zodat de verschillende systemen niet compatible zijn. Dat is lastig: een opname gemaakt in de ene studio kan mogelijk niet eens afgespeeld worden in een andere studio met een ander systeem.

Het ziet ernaar uit dat het nog geruime tijd zal duren voordat deze oorlog beslist wordt, zodat de potentiële koper de keus heeft om te wachten tot er een winnaar tevoorschijn gekomen is, of meteen aan de slag te gaan, zij het met een systeem dat het later misschien niet zal redden.

Wat het probleem nog wat ingewikkelder maakt, is dat er twee verschillende strategieën zijn ontwikkeld om muziek digitaal op te nemen. De eerste is de digitale multi-track, een meersporenrecorder die veel lijkt op zijn analoge voorganger en waarbij de analoge informatie wordt omgezet in een binair systeem van enen en nullen, die weer worden weggeschreven op (video)

band. Alesis wist als eerste een machine van onder de vijftienduizend gulden te produceren: de ADAT, een 8-sporen-machine met een SVHS-systeem, die inmiddels wereldwijd al in ruim dertigduizend studio's gebruikt wordt. Maar Tascam, een merk met een lange traditie en grote naam in multitracking, heeft inmiddels de DA-88 ontwikkeld, die geen gebruik maakt van SVHS-tape, maar van Hi-8.

Als het zou gaan om een keus tussen SVHS of Hi-8 was de schade nog wel te overzien, maar wie de overstap wil maken naar digitaal, heeft ook nog een heel andere optie: hard disk recording - HDR -, dat geen gebruik maakt van tape, maar de digitale informatie wegschrijft op een harde schijf.

Hier is de keus bijna oneindig, van grappig speelgoed voor de amateur tot peperdure, complexe systemen, waarbij de digitale informatie nog op allerhande manieren kan worden bewerkt. Ook bij HDR is de revolutie nog in volle gang, zodat zelfs de meest optimistische koper zich er inmiddels wel van bewust is dat zijn dure nieuwe speeltje binnen afzienbare tijd verouderd zal zijn. Of dat een concurrerend merk opeens marktleider blijkt te zijn geworden - met een systeem dat natuurlijk net gebaseerd is op een ander principe.

Zo is Atari, dat in de late jaren tachtig in Nederland nog alleenheerser leek op het gebied van muziekcomputers, inmiddels overvleugeld door zowel Apple MacIntosh als de IBM-pc, die is begonnen aan een razende inhaalmanoeuvre in de muziekwereld. Atari verliest nu zo snel terrein, dat veel Atari-gebruikers twijfelen of ze nog wel moeten overstappen op het door de fabriek gelanceerde Falcon hard disk recording. Een dergelijk systeem is weliswaar duurder voor Apple of IBM, maar die worden inmiddels ondersteund door een veel groter aantal software-producenten.

Hard disk recording is, ondanks alle kinderziekten, de hit van het jaar in de elektronische industrie. Het succes ervan heeft alles te maken met de grote voordelen van digitale opnamen. Ze hebben niet alleen een beter frequentiebereik, grotere dynamiek en geen bandruis, maar in het geval van HDR wordt een compositie net zo plooibaar als de tekst in een tekstverwerker. Je kunt er sneller mee werken (net als bij cd hoef je niet meer vooruit of terug te spoelen), je kunt fragmenten kopiëren, verschuiven, knippen en plakken - en dat allemaal zonder kwaliteitsverlies.

HDR maakt het leven van producers en muzikanten zo veel aangenamer, dat ze al snel niets anders willen. Net zoals iemand die eenmaal gewend is aan het schrijven op een computer een typemachine een hopeloos onhandige machine vindt.

Natuurlijk zijn er ook bij deze revolutie tegenstanders, die bij hoog en bij laag volhouden dat de oude, vertrouwde bandopnamen betere resultaten geven. Het is een tegenbeweging die wordt aangevoerd door fervente puristen, die hun studio inrichten met louter analoge apparatuur, buizenversterkers en taperecorders in plaats van digitale systemen. Prince is een van de grote sterren die weinig op heeft met digitaal. Hij schijnt zijn produkties nog altijd op gewone tape af te leveren, in plaats van op DAT, inmiddels de standaard in de popwereld.

Bijna iedereen die zweert bij tape-opnamen doet dat om dezelfde reden. De nadelen wegen naar hun idee toch niet op tegen dat ene, grote voordeel: de sound. Want de lichte vervorming van een analoge tape wordt door een groot deel van de popwereld ervaren als mooi. Het maakt de klank voller, geeft meer warmte en diepte. Dat geldt zeker niet alleen voor elektronische instrumenten, maar net zo goed voor gitaar en stem.

Maar toch. Waarom vasthouden aan de tape-recorder, wanneer het uiteindelijke produkt toch in de vorm van een cd wordt uitgebracht? Omdat, zegt het analoge kamp, dan alleen het laatste deel van het proces gedigitaliseerd is, zodat de opname zelf tenminste nog die specifieke tape-warmte bezit.

Er is wat voor te zeggen. Amerikaanse gitaarbands als The Lemonheads en Buffalo Tom kiezen voor het traditionele opname-proces, omdat ze welbewust op zoek zijn naar die specifieke seventies-sound. Maar dat zijn achterhoede-gevechten. Als de digitale revolutie in dezelfde vaart blijft doordenderen, zal de tape nog voor het jaar 2000 naast de 7-inch-single kunnen worden bijgezet in het museum van pop-memorabilia.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden