Feestje in het warenhuis

Heel lang niet in de Bijenkorf geweest. De verkoopsters doen er heel gewoon en vinden niks gek. Ook de klanten doen graag mededelingen van persoonlijke aard....

Het leven is lang niet altijd makkelijk, voor deftige dames. Men kan reuze zin hebben in een zak patat, maar ten eerste kan men niet parkeren bij de frietkraam en ten tweede kan men zich moeilijk vertonen op straat met zo'n zak in de hand. Als ze je zo zien staan, word je geroyeerd. De Bijenkorf in Amsterdam heeft er iets op gevonden en misschien is het wel het geheim van de zondagse file. In de rij voor een zak patat.

Elke zondag staat dwars door Amsterdam een rij middenklassers stil, allemaal mensen van buiten de stad, van het Gooi tot zelfs uit Apeldoorn. Ze wachten geduldig tot ze een auto kunnen opschuiven. Dan heeft er verderop eentje plaatsgemaakt in de parkeergarage naast de Bijenkorf. Daar moet de auto en binnendoor kan men de winkel in.

Hier, in het Bijenkorf-restaurant, kunnen de jonge bejaarden uit het Gooi met goed fatsoen een zak patat eten. Ze hoeven hem niet vast te houden, de zak wordt in een standaard aangeboden zodat hij op tafel kan staan als een vaas bloemen. De zak kost het dubbele van een straatzak. Ook dat moet men in het licht zien van deftig. Zo duur, dan is het iets van een heel ander niveau, vanzelf.

Het is een feest, een dagje Bijenkorf. Het overviel ons. We beseften plotseling dat we er nooit meer geweest zijn. De Cocq niet sinds hij met zijn oma voor het eerst van zijn leven op een roltrap ging en dat verder een hele middag bleef doen, op en neer. En zo ontdekte hij dat de rubberen leuning langzamer gaat dan de treden van de roltrap. De Boer is er niet meer geweest sinds de afdeling waar zijn moeder werkte, werd opgeheven.

We hebben genoten. Niet in de laatste plaats, nee in de eerste, van het personeel. Vrouwen die heel gewoon doen, niks gek vinden, met plezier hun werk doen. Het overkwam ons vier keer zelf al zeggen dat het bezopen duur is allemaal en dat men het beter niet kan kopen, voordat de klant het verzucht bij de kassa.

En De Cocq heeft een nieuwe hand gekregen, gratis. In cosmetica is de Bijenkorf groots. En royaal. We zagen in het stalletje van Lanc"me een lelijke tube liggen en waarschuwden de verkoopster. Ze hebben erin geknepen, mevrouw. Ja, dat mag, zei de vrouw, het is een proeftube. Verschillende merken hebben een keur van proefpotten met alle mogelijke smeertjes, vooral veel voor jonge bejaarden die tekenen van ouderdom willen be zweren.

Lanc"me heeft een keur aan rimpelen oogwallenbestrijders. Nou is dat op zich zo bijzonder niet, maar hier, in de Bijenkorf kan men eindelijk en volkomen gratis zelf onderzoeken of ze werken. 'Natuurlijk, dat mag, men kan het gerust nog eens opnieuw proberen', zegt de vrouw.

'Ja, maar elke dag, en maandenlang, om te kijken of je er echt jong van wordt?', vraagt De Cocq. De vrouw van Lanc"me heeft er geen enkel probleem mee. Er staan meer van deze proefpottenmeubels, van andere merken, en dat het er geen dringen is, komt doordat haast niemand weet dat men zich hier helemaal gratis zelf kan opknappen en jong maken. We geven het bij deze graag door. Alles staat ervoor klaar.

De Lanc"me-vrouw helpt ons zelfs onze schroom te overwinnen. Ze vraagt hoe

wij ons scheren. Nat of droog. Nat, zegt

De Cocq. Dan verwijdert u dode huidcellen rond uw kin, zegt ze. Nee, baardharen, dacht ik, zegt De Cocq. Ja, maar ook dode huidcellen. Maar waar u zich niet scheert, daar zitten de dode huidcellen nog. Ze zegt dat het haar nog meevalt hoe De Cocq eruit ziet, maar gaat dan toch over tot de demonstratie.

Ze heeft een smeerseltje met korreltjes erin. De Cocq wil het op zijn voorhoofd, maar de vrouw zegt dat ze altijd op de hand demonstreren. Met het schuurmiddel met werk zame korrels verwijdert ze de dode huidcellen van de rechterhand, ze wast de hand met een goedje uit een flesje en smeert er nog iets op om de huid van de hand tot rust te brengen.

'Kunt u hem niet even helemaal doen', vraagt De Boer.

We krijgen allebei een tubetje mee met iets om onze huid te laten uitrusten, en als we zeggen dat we morgen terugkomen, doet ze oprecht enthousiast. Zelf komt ze uit Bo de graven, zegt ze. Waarom zegt ze dat eigenlijk?

De vrouw van de afdeling taart is al even vriendelijk en mededeelzaam. Er staan dozen in de vitrine. Op elke doos staat Martini. Wat zit erin? Niets, zegt de vrouw, ik doe er iets in.

Ze wijst naar gekleurde blokjes die om de dozen heen staan. Knalrode, knalgroene en knalblauwe kubusjes. Ze noemen het taartjes, zegt de vrouw, maar het zijn gebakjes. Er zit een vulling in en de vulling is met Martini geparfumeerd. Ja, ze heeft ze zelf geproefd, dat moet wel, en nee, ze zou ze zelf nooit kopen voor dat geld.

Later horen we dat ook nog eens zeggen door de kassadame in het restaurant, die ook wel mooi zal uitkijken om in haar vrije tijd in dit eethuis zo'n dure zak patat te kopen. Of een broodje hamburger. Dat kost hier net zo veel als ordinair uit eten.

De blokgebakjes kosten bijna 5 euro per stuk. We kopen er twee en gaan ze opeten in de koffiehoek, waar het een oorverdovend kwekken is en een lieve oude vrouw naast ons verzucht dat ze blij is dat ze in Drenthe woont. Zo veel lawaai hier.

Wat doet u hier dan, mevrouw?

Een bezoek afleggen, ik heb het heel lang uitgesteld.

Was het zo'n vervelend iemand bij wie u langs moest?

Nee, maar ik had er helemaal geen zin in.

En zo heeft iedereen die we aanspreken ons wel iets heel persoonlijks te vertellen, klanten en personeel, allemaal gul in mededelingen, als je ze maar geen groen taartje aanbiedt.

Het rode taartje met chocoladige vulling is te zoet om weg te krijgen. De mantel is, met ogen dicht, van overdreven zoete, witte chocola, het rode is er niet aan af te proeven. Aan het groene willen we niet eens beginnen. De lieve oude vrouw uit Drenthe heeft net een saucijzenbrood je op en mag van de dokter geen zoetigheid.

We proberen het taartje te verkopen voor de helft van de prijs. Op slag worden we in de koffiehoek voor griezels aangezien. Niemand ziet iets in het voordeeltje, een enkele dame wil nog kwijt dat het vandaag net haar geengebakjedag is. Ook als we het gratis gaan weggeven, weigert iedereen nog steeds hooghartig. Het lijkt wel een oneerbaar voorstel.

Tot we een scholier ontdekken die hier, in de Bijenkorf, haar huiswerk zit te maken.

De nieuwe generatie! Niks bang voor rare groene taartjes van vreemde mannen, maar meteen van ja, en eten maar en dankuwel, mijnheer.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden