Feest in Ghana is moment van bezinning voor heel Afrika

Je komt ze in heel veel Afrikaanse landen tegen. Pleinen, boulevards en soms elegante, maar vaak oerlelijke monumenten, die alle verwijzen naar de belangrijkste datum in de geschiedenis, de dag van de vrijheid....

Het getal klopt strikt genomen dit jaar maar voor één land: voor Ghana, dat zich op 6 maart 1957 vrijmaakte van de Britse koloniale heersers, als eerste land in Subsahara-Afrika. Terecht of niet: Ghana is daarmee het symbool geworden van Afrika’s onafhankelijkheid. Het feest van Ghana is het feest van heel het continent.

Vijftig jaar vrijheid! Natuurlijk is dat het meer dan waard om op terug te blikken. En natuurlijk zal daarbij de kritiek op Afrika ook niet ontbreken. Om hiermee te beginnen: zowat de hele wereld is er de afgelopen halve eeuw in vrijwel alle opzichten fors op vooruit gegaan, maar Afrika is, tot voor kort althans, in zijn ontwikkeling hopeloos blijven steken.

De karakterisering ‘hopeloos’ werd een jaar of zeven geleden door het Britse tijdschrift The Economist op de omslag gebruikt. Afro-pessimisme is al jaren bon ton. Argumenten daarvoor liggen nog steeds voor het oprapen, zelfs voor wie zich niet bezondigt aan het gebruik van gemakzuchtige clichés, waaronder Afrika vaak heeft te lijden.

Of het nu gaat om de Human Development Index van de UNDP, het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties, om de jaarlijkse corruptie-ranglijst van Transparency International, of om de economische classificaties van bijvoorbeeld de WTO, de Wereldhandelsorganisatie: Afrikaanse landen blinken steevast uit door hun armzalige positie. Een van de treffendste voorbeelden: vijftig jaar geleden lag het Bruto Nationaal Product van Kenia grofweg gelijk aan dat van Zuid-Korea. Inmiddels is het Aziatische land met een factor 35 van het Oost-Afrikaanse land weggelopen.

Verklaringen
Voor dit verschil bestaan in Afrika grofweg twee verklaringen. De ene kan omschreven worden met: ‘Het is allemaal hun schuld’, waarbij ‘hun’ verwijst naar het rijke Westen, dat er alles aan deed en doet om Afrika onderontwikkeld te houden. De andere verklaring luidt dan: ‘Wij kunnen het zelf niet.’

Verklaringen
Voor beide verklaringen zijn de afgelopen tientallen jaren talloze argumenten te berde gebracht. En met name bij Afrikaanse deskundigen is de eerste verklaring in de loop der tijd steeds populairder geworden. Beide zijn echter hooguit gedeeltelijk waar. Maar de tweede verklaring krijgt doorgaans veel minder serieuze aandacht. Daarover dan meer.

Verklaringen
Het gevoel van onmacht, het gevoel ‘niet te kunnen’, valt te begrijpen als de combinatie van drie factoren. Op de eerste plaats uit de geschiedenis van slavernij, racisme en koloniale overheersing waarmee het continent te maken heeft gehad. Afrikanen wonen in het deel van de wereld waaruit miljoenen tegen hun wil zijn weggesleept (ja, ook met medewerking van Afrikanen zelf) en hebben tot op de dag van vandaag te maken met onderhuidse en openlijke rassenhaat. Ze zagen hun leefwerelden aan flarden gesneden door Europese machthebbers die eigen, vaak willekeurige grenzen trokken en onbekende bestuursvormen oplegden. Geen wonder dat Afrikanen, vijftig jaar na hun onafhankelijkheid, nog altijd bezig zijn hun eigen geschiedenis en identiteit te ontdekken. Laat vooral niemand daarover lichtvaardig denken.

Verklaringen
De tweede factor heeft alles te maken met de natuurlijke leefomgeving. Wetenschappers als David Landes (in The Wealth and Poverty of Nations) hebben het uitvoerig beschreven: Afrika mag dan op veel plekken zeer vruchtbaar zijn, op nog meer plekken is het continent ontzettend moeilijk leefbaar te maken. De combinatie van een natuur die zich niet leent om voldoende voedsel te verbouwen en het grote aantal zeer moeilijk te bedwingen tropische ziekten, maken grote delen van Afrika tot zeer mensonvriendelijke oorden. Maar in die moeilijke streken leven wel degelijk grote groepen mensen.

Verklaringen
De derde factor in ‘Afrika’s onvermogen’ komt voort uit een mentaliteit die je in dit continent vooral bij mannen aantreft. Zij is het best te duiden met een voorbeeld dat ik zo’n tien jaar geleden ben tegengekomen in een bar in Tanzania en dat zich in de jaren daarna in allerlei varianten aan mij heeft opgedrongen.

Verklaringen
Het biermerk in de kroeg was Kilimanjaro, genoemd naar Afrika’s hoogste en nog altijd met sneeuw bedekte berg. De fles bevatte een halve liter koel vocht. Een man plaatste zijn bestelling en bediende zichzelf. Dat ging als volgt. Hij schonk het glas tot aan de rand toe vol. Daarna nam hij een slok. Vervolgens nam hij geen volgende slok, maar schonk hij eerst het glas opnieuw helemaal vol, om het pas daarna weer aan de lippen te zetten. Enzovoort, en zo verder.

Verklaringen
Het glas was altijd vol!

Verklaringen
Totdat, uiteraard, de inhoud van de fles geheel was uitgeschonken en enkel het glas nog te legen viel.

Verklaringen
Daarna hield het op. Houdt alles op. Tenzij er geld is om een tweede fles te bestellen. Maar dat is in Afrika lang niet altijd gegarandeerd.

Verklaringen
Ik moest hieraan ook denken toen een Afrikaanse vrouw mij ooit de mentaliteit van de mannen op het continent omschreef als: there is no tomorrow, morgen bestaat niet. Die houding ligt, bij een nog nuchter mens, ergens tussen zorgeloosheid en amoraliteit in. Is eenmaal het stadium van dronkenschap bereikt, dan komen defaitisme en soms zelfs absolute wanhoop om de hoek. En voor beide stadia geldt, dat aan simpele maar ook noodzakelijke zaken als organisatie en planning volstrekt niet wordt gedacht. Wat de vreselijke gevolgen hiervan kunnen zijn, zie je overal in Afrika.

Verklaringen
Dat lijkt mij de belangrijkste factor, die vreemd genoeg ook het gemakkelijkst uit de weg te ruimen moet zijn. Sterker nog, de voortekenen wijzen erop dat Afrikanen zélf bezig zijn hierin verandering aan te brengen. Waarmee de komende vijftig jaar heel anders kunnen uitpakken.

Verklaringen
Omdat ook in Afrika steeds weer blijkt dat ‘morgen’ wel degelijk aanbreekt, geldt voor elke Afrikaan: geen excuses. Wie weigert zich daarover zorgen te maken, en zich vervolgens eerst beroept op onvermogen, zal uiteindelijk moeten toegeven wel degelijk zélf schuldig te zijn. Dat geldt voor elke Afrikaan, maar vooral voor de Afrikaanse mannen.

Verklaringen
Het zijn de mannen die, van oudsher en nog steeds in grote meerderheid, de eerste economische verantwoordelijkheid voor het gezin, de familie en in laatste instantie de samenleving dragen. In Afrika heeft daarbij de afgelopen vijftig jaar het fenomeen geheerst dat dankzij de afrikanist Jean-François Bayart bekend is geworden als ‘la politique du ventre’, ‘de politiek van de buik’.

Verklaringen
De politieke heerser, of deze nu dorpschef of ’s lands president is, moet ervoor zorg dragen dat tijdens zijn heerschappij met name zijn naasten (familie, clan of ‘volk’) voldoende te eten en te drinken hebben. Wie zelf wat heeft, wil doorgaans voor zichzelf nóg meer, wat ook betekent dat de politiek van de buik leeft dankzij patronage, en daarmee een ‘politiek van uitsluiting’ is. Aan het algemeen belang wordt nauwelijks gedacht.

Verklaringen
Bovendien maakt de politiek van de buik het voor de leiders noodzakelijk toegang te krijgen tot, en zeggenschap te houden over, de bronnen van de economische macht. En dat, zo blijkt in het huidige Afrika meer dan waar ook ter wereld, levert een funeste combinatie op.

Verklaringen
Zij is uiterst treffend beschreven door Martin Wolf, in zijn boek Why Globalization Works: ‘Als alle economische beslissingen politieke zijn, dan bedreigt het verlies aan macht de middelen van bestaan. Macht wordt de enige toegang tot rijkdom. Dat is niet alleen dodelijk voor de economie. Het is ook dodelijk voor democratische politiek, die daarmee een vorm van burgeroorlog wordt. Alleen als politiek niet een zaak van persoonlijk overleven is, wordt een stabiele democratie denkbaar.’

Verklaringen
Die laatste zin zou elke Afrikaanse mannelijke leider aan de muur bij zijn bureau moeten hangen. Want juist het tegendeel heeft het continent de afgelopen halve eeuw zoveel schade berokkend en geweld en armoede gebracht. Politiek gaat hier heel veel verder dan ‘vriendjespolitiek’, een ook in het Westen nog steeds bekend fenomeen. We hebben het over politiek die geheel gericht is op de economische macht van de politicus zélf.

Verklaringen
In Nederland is een ander woord voor parlementariër: ‘volksvertegenwoordiger’. De baan mag dan minder en minder in aanzien staan, het salaris mag het dan niet halen bij dat in het bedrijfsleven: een Nederlands politicus weet al met al nog steeds dat hij of zij in in de Kamer zit om het belang van het land en niet dat van zijn patronagegroep te dienen. Betaalde bijbanen dienen te worden opgegeven.

Verklaringen
In Kenia verdient een parlementariër zo’n achtduizend dollar per maand, bijna meer dan wie ook in het land. De dollars worden doorgaans niet gebruikt om de regering te controleren, maar om via het eigen kiesdistrict de zakelijke belangen veilig te stellen en uit te bouwen. En om op landelijk niveau meer toegang te krijgen tot de bronnen van de economische macht. Het is een patroon dat vrijwel overal in het continent valt uit te tekenen.

Verklaringen
Politieke en economische macht moeten in gescheiden gebieden kunnen opereren. Wat in parlementaire democratieën als die van het Westen inmiddels gemeengoed is geworden (zij het dat daarvoor vaak ook eeuwen nodig waren), moet in Afrika vaak nog van de grond af aan opgebouwd worden.

Verklaringen
Maar de tekenen wijzen erop dat dit wel degelijk ook aan het gebeuren is. Zeker nu, nu er sinds een aantal jaren van forse, en naar het zich laat aanzien blijvende, economische groei sprake is.

Desastreuze band
Een land als Nigeria, een van ’s werelds belangrijkste olieproducenten, heeft de afgelopen dertig jaar talloze miljarden, die gebruikt hadden kunnen worden voor de opbouw van een welvarende samenleving, volledig verkwist, juist door de desastreuze band tussen politiek en economie. De schade lijkt nauwelijks nog te herstellen.

Desastreuze band
Maar een land als Rwanda, dat net als Nigeria met Obasanjo wordt geregeerd door een oud-militair (Paul Kagame), is – hoe autoritair en met hoeveel gebreken ook – stevig bezig om de politiek vooral voorwaardescheppend te laten zijn voor de economische groei. Het is een voorbeeld dat andere landen in Afrika, zoals het feestvierende Ghana, beginnen op te pikken.

Desastreuze band
‘Zoekt eerst het politieke koninkrijk’, zo kon Kwame Nkrumah, de eerste president van het onafhankelijke Ghana en een overtuigd panafrikanist, zijn bevolking nog voorhouden. Vijftig jaar later denkt het merendeel van de Afrikanen hier heel anders over.

Desastreuze band
Het merendeel, ja: de jongeren, die inmiddels de meerderheid op het continent vormen, de vrouwen, die eindelijk hun eigen stem beginnen te vinden en de geschoolde stedelijke middenklasse, die begint te groeien, actief en ambitieus is, en terdege beseft hoe desastreus de al te innige band tussen politiek en economie kan uitpakken voor de samenleving, en dus ook voor hun ‘volk’, hun clan, hun familie - en voor het individu.

Desastreuze band
Het zijn op de eerste plaats Afrikanen zelf die Afrikanen moeten en kunnen helpen. De noodzaak hiervan blijkt ook nu weer, nu het continent, na Europa en de Verenigde Staten, overspoeld dreigt te worden door bemoeienis uit China. Om te voorkomen dat over nog eens vijftig jaar opnieuw gezegd wordt ‘Het is allemaal hun schuld’, zullen Afrikanen moeten bewijzen dat zij wel degelijk in staat zijn het heft ook in eigen handen te nemen. Dus niet de grondstoffen verkwanselen door corrupte politici schimmige contracten te laten sluiten, maar de eigen bevolking zó opleiden dat zij ook zelf bonen tot koffie kan maken, hardhout tot meubelen, en ruwe edelstenen tot geslepen diamanten.

Desastreuze band
Wie niet in Afrika woont, maar het continent een warm hart toedraagt, kan wel degelijk ook iets doen. Een continent van meer dan 800 miljoen mensen verdient immers aansluiting bij de rest van de wereld. Hulp kan daarbij wel degelijk effectief zijn. De afgelopen jaren is daarbij veel gesproken over verder gaande ‘democratisering’ en over ‘goed bestuur’. Vooral dat laatste moet serieuzere aandacht krijgen: een bestuur dat de verantwoordelijkheden van politiek en economie op de juiste manier weet te combineren, zoals voor duurzame groei, én weet te scheiden.

Desastreuze band
Dat zal vandaag niet meer lukken. Maar morgen bestaat ook. De komende vijftig jaar kunnen een heel ander Afrika te zien geven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden