Feest der herkenning

In de straat waar de eerste Marokkaanse wijnbar is geopend, woonde ook Said El Haji. Hij voelde zich er onthecht. Nu, in de bar, vindt hij saamhorigheid.

In de straat waar de Marokkaans-Nederlandse Elou Akhiat sinds kort haar vele taboes doorbrekende wijnbar runt, heb ik acht jaar gewoond. Ik huurde er een studio van zo'n vijfentwintig vierkante meter met drie grote ramen die uitkeken op de levendige Bergweg in Rotterdam-Noord. Een buurt vol toko's, belhuizen, kroegen, rijscholen en shoarmatenten. Van de acht jaar dat ik er woonde, was ik er vier doodziek. Dat lag niet aan de straat, maar aan het feit dat ik een speelbal was geworden van krachten waar ik geen benul van had.


Ik woonde boven een Pakistaanse kruidenier waar ik weleens suiker, koffie of toiletpapier haalde. Vier maal werd bij hem ingebroken zonder dat ik er iets van merkte. Onthechting, dat was mijn ziekte.


Het was een sluipend proces dat begonnen was vanaf het moment dat ik mijn eerste boek publiceerde. Gegrepen door Hermann Hesses Siddharta, waarin de gelijknamige zoon de verwachtingen van zijn vrome vader trotseert, wilde ik een soortgelijk verhaal vertellen maar dan bezien vanuit het oogpunt van een jongen met een islamitische vader in plaats van een hindoeïstische. Ik werd compleet verrast door de negatieve ontvangst van mijn boek binnen de Marokkaanse gemeenschap. Veel Marokkanen vonden dat het een schandalig boek was, waarvoor ik me niet genoeg kon schamen. Ik werd uitgemaakt voor verrader, nestbevuiler, zelfhater, Marokkaanse Rushdie. Een echte Marokkaan schreef zoiets niet, een echte Marokkaan liet zich niet kennen, een echte Marokkaan was trots op zijn vader en had respect voor hem. Er werden geruchten verspreid als zou ik ergens in Jordanië op een zwarte lijst van islamhaters staan. Ik moest uitkijken en op mijn woorden letten, want anders...


Bedreigd

Het belang van de kwestie rond de wijnbar is niet dat de bedrijfsleider werd bedreigd. Een dreigement via de sociale media is voor velen gauw gedaan en hoeft niet veel te betekenen. Nee, waar het om gaat is dat voor het eerst binnen de Marokkaanse gemeenschap in Nederland een openlijke confrontatie is aangegaan met het dominante discours van paternalisme en religie. Dit dwingende discours stelt dat een Marokkaanse moslim zich weliswaar afwijkend kan gedragen maar daar niet mee te koop mag lopen. De mores eisen dus dat een Marokkaan in de eerste plaats moslim is. Een christelijke Marokkaan is eigenlijk geen echte Marokkaan. De mores eisen ook dat je niet uit de school klapt, want een Marokkaan respecteert te allen tijde zijn ouders en verliest nimmer de hoog te houden eer en reputatie van de familie. Ben je een Marokkaanse boeddhist, agnost of atheïst, homo- of biseksueel, verliefd op een jood of ongelovige, dan ben je een schande voor de familie.


Het individu staat er in de Marokkaanse gemeenschap beroerd voor. Er is gewoonweg geen traditie die voorziet in waardering daarvan. Wie ervoor kiest om het leven naar eigen eer en geweten te leiden en daar niet stiekem over doet, staat er alleen voor. Daar komt bij dat in een kwetsbare groep als de Marokkaanse het vijanddenken hoogtij viert. Een Marokkaanse athëist wordt bijvoorbeeld niet gezien als een mens die overtuigd is van zijn keuze om niet in God te geloven, maar als een hypocriete lafaard die het ware geloof verloochent om bij het Westen te horen. Dat een Marokkaanse een wijnbar begint en daarom bedreigd wordt, ligt dan ook geheel in de lijn der verwachting. Wie zegt verrast te zijn door de ophef, kent de verstikkende werking van gesloten gemeenschappen niet.


Eindelijk is aan de Nederlandse Marokkanen het signaal afgegeven dat het individu er niet meer alleen voor staat. Zodoende hebben de media bijgedragen aan de verspreiding van een reëel alternatief dat gehoord moet worden.


Bewonderaars

Lange tijd heerste namelijk het idee dat Marokkanen de sociale schizofrenie liever in stand houden dan haar te doorbreken. Hoe schadelijk dat zwijgen is, heb ik persoonlijk ondervonden. Ik wist mij naar aanleiding van het verschijnen van mijn debuutroman geen raad met alle kritiek uit de Marokkaanse gemeenschap, dus deed ik alsof ik erboven stond. De naïeve debutant die ik was verkeerde in de veronderstelling dat alle aandacht meegenomen was. Vereerd door alle mediabelangstelling had ik niet door wat de negatieve ontvangst binnen de Marokkaanse gemeenschap met mij deed. De spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen was een jonge Marokkaanse van nog geen 14 jaar, die tijdens een literair ontbijt het woord nam om te zeggen dat ze mijn boek niet had gelezen en dat ze dat ook nooit zou doen, omdat ze had begrepen dat ik mijn afkomst had verloochend en de islam had beledigd. Plots sloeg mijn trots op het feit dat ik een roman had geschreven om in spijt. Verlangend naar genade, zei ik zelfs dat ik het boek haatte. Werd ik nog eens naar aanleiding van mijn boek uitgenodigd, dan zei ik nee. Of ik zei eerst ja, maar zag er vervolgens zo tegenop dat ik afzegde, met als gevolg dat ik mij dáár weer schuldig over voelde. Wat mijn eenzaamheid zo ondraaglijk maakte, was vooral het zwijgen van de bewonderaars. Ik wist dat ze er waren, ik kende ze persoonlijk, maar ze liepen liever niet te koop met hun waardering voor mijn werk.


Toen moslimterroristen op 9/11 de wereld schokten, werd het er niet gemakkelijker op. De sociale druk om de rijen te sluiten werd groter dan ooit. In de media en in debatten ging het steeds maar over de islam en de problematische positie van moslims in het vrije Westen, over goedbedoelende Marokkanen en hun islamitische problemen. Ik kon en wilde bij niemand horen, dus ging ik verder de ingeslagen weg op. Ik blowde zo vaak dat ik niet eens kon eten als ik niet eerst een jointje rookte. En ik raakte zo los van alles en iedereen dat ik ervan moest huilen. In bed, op straat, onder de douche, ik werd er keer op keer door overvallen.


Dharma & Gregg

Toen werd ook nog een bekende Nederlandse filmmaker vermoord door een jongeman als ik, een Nederlandse mislukkeling van Marokkaanse komaf. Tijdens mijn kleine wandeling naar de coffeeshop of supermarkt vermoedde ik in iedere voorbijganger een racist of terrorist. Ik kon niet begrijpen dat er nog mensen waren die onbevangen konden lachen. Ik stopte met het lezen van kranten, met het volgen van nieuws en actualiteiten, om alleen nog naar Dharma & Gregg en American Chopper te kijken. Ook dacht ik vaak aan mijn overleden vader. Voor het eerst in mijn leven was ik hem dankbaar voor het feit dat hij mij al vroeg met de islam bekend had gemaakt. Daardoor had die geen enkele aantrekkingskracht meer op mij. Anders was ik misschien net zo geradicaliseerd als Mohammed B. en de zijnen. Maar dankzij mijn vader romantiseerde ik de islam niet, noch koesterde ik de illusie van een zuivere gemeenschap van gelovigen. Ik droomde niet van een grote, ideale familie. Wat ik verlangde was de individuele vrijheid die ik ooit binnen de familie had verworven en die mij door de boze buitenwereld was ontnomen.


Ik hervond die vrijheid uiteindelijk in Amerika. In 2005 werd ik door de Universiteit van Iowa uitgenodigd om deel te nemen aan een jaarlijks schrijversprogramma waarvoor meer dan dertig schrijvers uit evenzoveel landen worden uitgenodigd. Zelden heb ik mij een bevrijder mens gevoeld dan daar. Niemand die mij kon vertellen dat ik geen echte Marokkaan was. Steevast introduceerde ik mijzelf met 'Hi, I'm Said El Haji, a Dutch Moroccan. I was born in Morocco, but I grew up in the Netherlands.' Een Saoedische dichteres nam mij kwalijk dat ik dat deed. Waarom zweeg ik over mijn islamitische afkomst? Ze vroeg of ik mij ervoor schaamde. Zelf was ze trots op haar geloof. Dat gaf haar kracht om het leven te leiden dat ze wilde, ongeacht wat de conservatieve Saoedische mannenmaatschappij ervan vond. Ze was rijk en vijf keer getrouwd en gescheiden. Dat is niet verboden in de islam, zei ze. Ik mocht haar wel. Tot nog toe kende ik alleen moslims die hun geloof gebruikten om vanalles níet te doen.


Genezen

Maar ze had het mis. Ik schaamde mij niet voor mijn islamitische afkomst. Ik ben echt een Marokkaan uit Nederland. En al ben ik islamitisch opgevoed, ik ben géén moslim.


Waar de Saoedische dichteres haar individuele vrijheid had gevonden in de islam, vond ik haar in de afwezigheid van Marokkanen. Ik kon eindelijk zijn wie ik wilde zijn. Het paradoxale was, dat ik mij voor het eerst in jaren weer verbonden voelde - met iedereen. Het voelde alsof ik van een ziekte genezen was.


Hetzelfde gevoel heb ik nu in de wijnbar van Elou Akhiat. Zelden komen zoveel strijdpunten bijeen als hier: individu versus collectief, openheid versus geslotenheid, behoudzucht versus verandering, vrouw versus man, privé versus publiek, vrijheid versus controle. Het is een broodnodige, heilzame samenkomst van mensen die op zoek zijn naar een nieuw collectief. Een collectief van zelfstandige, vrije individuen. Hier zijn wél Marokkanen, mannen en vrouwen, die op eenzelfde manier in het leven staan als ik. Progressieve Marokkanen die niet meer onzichtbaar wensen te blijven.


Ondernemende, creatieve geesten die openlijk durven af te wijken van paternalisme en religie. Ik spreek er jonge vrouwen die het zat zijn om uit vrees voor geroddel helemaal naar een andere stad te moeten gaan als ze ongestoord plezier willen hebben. Ik spreek er Amazigh-activisten die haarscherp de hypocrisie doorzien van hen die bijkans principieel zwijgen over de misdadige praktijken van zogenaamde vrome moslims maar die niet te beroerd zijn om de grootste lawaai te maken over een individu dat openlijk afwijkt. Ik spreek er moslims die geen druppel alcohol nuttigen maar daarom niet minder doordrongen zijn van het recht van een alleenstaande Marokkaanse moeder om een wijnbar te beginnen.


En ja, er zijn er ook die gewoon ongegeneerd van een wijntje willen kunnen genieten, omdat openlijk alcohol consumeren wel degelijk taboe is.


Said el Haji (1976) is schrijver. In november verscheen zijn essaybundel Sta op en leef, vader

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden