Fatsoen kan in stadhuis niet gedijen

Onverminderd zet Kees van Oosten, maker van 'De Zeurkrant' en oprichter van het Bureau Rechtsbescherming, zijn onbegrepen strijd tegen de 'dwalende overheid' voort....

Hij stort permanent vermaningen en oekazes over wethouders en raadsleden in Utrecht uit, maar handelt niet uit boosheid. Want boosheid heeft een heel kort lontje. En boosheid is een afmattende gemoedstoestand. Nee, Kees van Oosten (Groningen, 1945) wordt – denkt hijzelf – vooral gedreven door compassie met weerloze mensen die door de overheid worden gemangeld, en door verbazing over de taakopvatting van ambtenaren en politici.

Daarbij doelt hij niet op een zedenverwildering van een kaste die vroeger nog te vertrouwen was, maar op het structurele onvermogen van de overheid om zichzelf fundamenteel te hervormen. Want de belangentegenstelling tussen burger en bestuurder is van alle tijden.

De laatste geeft echter maar hoogst zelden blijk van het besef de publieke zaak te dienen. 'Ambtenaren lijken het publiek domein als hun eigendom te beschouwen', zegt Van Oosten. 'En burgers die bezwaar maken tegen deze voorstelling van zaken, worden weggezet als zeurpieten en dilettanten.

'De ambtenaar heeft tenslotte reuze zijn best gedaan, en is beter in de materie ingevoerd. Inspraak wordt de burger pas gegund aan het einde van het proces van besluitvorming – als alles feitelijk al rond is. Beroep bij de rechter wordt dan nog slechts marginaal getoetst. Dat wil zeggen: er wordt alleen gekeken of de bestuurders de procedures stipt hebben gevolgd. Maar er wordt geen gelegenheid meer geboden voor een inhoudelijke beoordeling van een besluit.'

Van Oosten attendeert ambtenaren en bestuurders op de gevolgen van hun optreden voor de individuele burger, en verleent juridische bijstand aan de slachtoffers van ambtelijke dwalingen. Hiervoor is hij, zo'n vier jaar geleden, rechten gaan studeren en heeft hij – nog voor zijn afstuderen – het Bureau Rechtsbescherming in het leven geroepen. Daarnaast voert hij de redactie over De Zeurkrant, een onregelmatig verschijnend periodiek waarin hij bestuurlijke missers aan de kaak stelt.

Met deze bezigheden heeft de solistisch optredende Van Oosten de gramschap van de tegenpartij over zichzelf afgeroepen. Op zijn publicaties en vragen wordt maar zelden gereageerd. En de Utrechtse ambtenaren die dit najaar met hem in debat wilden gaan over 'de vierde macht', moesten onder dwang van hun meerderen op dit voornemen terugkomen.

Relaties met de plaatselijke politiek heeft hij vrijwel niet meer. Eerder dit jaar figureerde hij enige maanden achter de schermen van Leefbaar Utrecht – een partij die op zijn minst het voordeel van de twijfel genoot omdat ze, aldus Van Oosten, 'nog geen ambtelijke achtergrond heeft'. Maar inmiddels hebben ook de leefbaren hem 'geexcommuniceerd'.

Aanleiding van de breuk was het voornemen van wethouder Lenting om 'vertrouwelijke informatie over het stationsgebied te verstrekken' aan zijn geestverwanten van Leefbaar Utrecht. Van Oosten wilde daar, naar eigen zeggen, niet bij zijn omdat hem dat zou beletten om eventueel tegen de plannen te opponeren.

Het beoogde onderonsje druiste in tegen de geest van het dualisme: bestuurders en volksvertegenwoordigers hebben gescheiden verantwoordelijkheden. Het frappeerde Van Oosten hoe snel Leefbaar Utrecht zich de mores van de zittende politieke partijen eigen maakte.

Maar grossiert Van Oosten met zijn werkwijze ook niet in self fulfilling prophecy's? Leidde de naamgeving van De Zeurkrant niet op voorhand tot marginalisering van dit initiatief? Van Oosten geeft toe dat hij heeft geanticipeerd op de stereotiepe reactie van de gevestigde orde op mondige burgers. 'Ik heb mijn krantje een geuzennaam gegeven voordat anderen dat doen.'

Aan zijn positiebepaling tegenover de boze, onverbeterlijke overheden is een grillige levensweg voorafgegaan. Van Oosten bracht de meest memorabele jaren van zijn jeugd door in Brussel, waar zijn vader als diplomaat bij de Europese organen was gedetacheerd. Wat hem daarvan nog heugt? De brede straten van Brussel. De Europese school, waar geschiedenis in het Duits werd gedoceerd, en biologie in het Frans. En, uiteraard, het elan waarmee de Europese eenwording werd ingeluid.

'Je kunt je dat nu bijna niet meer voorstellen, maar toen was Europa nog een groots en meeslepend ideaal waarmee de wereldvrede was gediend en de welvaart van komende generaties was gewaarborgd. Er werd eindeloos vergaderd, maar de deelnemers vonden het prachtig. Zij waren aan het opbouwen. Zij drukten hun stempel op de toekomst.

'Inmiddels weten we dat veel van die idealen in hun tegendeel zijn verkeerd. We hebben er een peperdure bestuurslaag bij gekregen, de bio-industrie is tot wasdom gekomen, de landbouw is op een ongelooflijke schaal gesaneerd, en we hebben de Derde Wereld op een onoverbrugbare achterstand gezet. Mijn bezwaren tegen ideologieën en grote maatschappelijke projecten zijn er door aangewakkerd.'

Die bezwaren worden loepzuiver vertolkt door de filosoof Karl Popper, van wiens oeuvre Van Oosten, tot zijn spijt, pas in de jaren tachtig kennis nam. 'Popper temperde de hooggespannen verwachtingen die zijn tijdgenoten koesterden van de maakbaarheid van de samenleving. Zijn hoofdstelling was dat de mens, na alle mislukte ideologische experimenten, bescheiden moest zijn in zijn aspiraties de wereld te verbeteren.'Na de Brusselse jaren was Van Oosten getuige van de linkse revolutie in Nederland, achtereenvolgens als student van de sociale academie De Horst in Driebergen, student sociologie aan de Vrije Universiteit, buurtwerker in de Utrechtse wijk Zuilen ('een volledig zinloze bezigheid'), en medewerker van een stedenbouwkundig bureau in Amersfoort. Tussendoor zat hij ook nog even in de gemeenteraad van Langedijk. Voor de PvdA: de partij waarin hij was opgegroeid, maar waarmee hij begin jaren zeventig definitief brak.

In deze hoedanigheden heeft Van Oosten inzichten opgedaan die wat hem betreft nog altijd relevant zijn. Hij heeft ondervonden hoe cynisch bestuurders zijn, en hoe hardvochtig de leden van de linkse familie met elkaar omgaan. Hij heeft vastgesteld dat aan de grote stedenbouwkundige ingrepen, waaraan vrijwel geen enkele gemeente in Nederland is ontkomen, een deugdelijke argumentatie ontbreekt, maar dat de sloopbrigade – aangevuurd door de PvdA – desondanks heilig in de 'planmatige stadsontwikkeling' is blijven geloven. En hij heeft gezien hoe de voorhoede van Nieuw Links vooral het banale eigenbelang diende.

'Het stoort me nog altijd enorm dat zo'n Marcel van Dam als een respectabel persoon wordt gezien. Het is toch eigenlijk ongehoord dat zo'n man na die schandalige Exota-affaire nog de brutaliteit heeft om in het nieuws te willen blijven figureren. Telkens als ik hem zie denk ik: zwijg, en haal je hoofd van het scherm.'

Van Oosten heeft meer fatsoen ondervonden naarmate hij zich verder buiten de machtscentra begaf. Van 1982 tot '89 doceerde hij op Nijenrode (dat toen nog geen universiteit was) wetenschapsfilosofie. Daaraan beleefde hij zelf meer genoegen dan zijn studenten. 'Die willen zeep verkopen. Filosofie is wezensvreemd aan hun nutsdenken.' Toch verdiende hij met deze keurige betrekking 4200 gulden 'schoon' per maand. In het licht van de betrekkelijk geringe behoefte een 'schandalig hoog bedrag', aldus Van Oosten. Hieraan verbond hij de conclusie dat hij ontslag moest nemen.

Ter compensatie van het gemis aan tastbare resultaten op Nijenrode werd Van Oosten vervolgens aannemer/klusjesman. 'Ik voel mij nog steeds tevreden als ik langs een huis fiets waar ik een dakkapel op heb gezet. In mijn milieu werd altijd nogal neerbuigendgedaan over zelfstandige ondernemers. Ik heb ondervonden hoe onterecht dat dédain was. Het is een grote prestatie om zakelijk op eigen benen te staan. Het is beslist makkelijker om een hoge ambtenaar te zijn.'

Hij acht ondernemers hoog, niet alleen vanwege de offers die zij zich moeten getroosten om zich te kunnen handhaven, maar ook vanwege hun voorbeeldige omgangsvormen en onderlinge solidariteit. 'Dat is nog mijn grootste eye-opener geweest: men gaat in het bedrijfsleven veel humaner met elkaar om dan binnen de overheid, de politiek of het wereldje van zorg en welzijn.'

Hoe dat komt? 'Ik denk dat de zelfstandige ondernemer zich veel beter realiseert dat hij er belang bij heeft dat anderen ook aan hun trekken komen. Bij de overheid en in de politiek gaat het toch vooral om publieke steun, en die kun je in hoge mate manipuleren met slogans en leugens, en door de inzet van charismatische politici.'

Het is, zoals gezegd, een gegeven dat van alle tijden en van alle culturen is. Maar de burger is er mooi klaar mee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden