Fatsoen en censuur zijn de vijanden van de vooruitgang

Wat is het grootste probleem van ons land en hoe gaan we dat oplossen? Die vragen stellen de Volkskrant en De Balie aan bijzondere denkers en doeners. Donderdagavond kwam het antwoord van Yoeri Albrecht, directeur van De Balie: 'Kunst, wetenschap, politiek en journalistiek verzaken hun taak als hoeders van het vrije denken.'

'Fatsoen moet je doen', was de mantra van oud-premier Balkenende. In dat woordje 'fatsoen' schuilt een gevaar voor de samenleving. Er is de laatste jaren veel geschreven en veel geschreeuwd over de vrijheid van meningsuiting. Mijn zorg om de vrije, vrijzinnige, onafhankelijke gedach-te wordt nogal eens verward met het geschreeuw op internet. Op internet mag en kan alles gezegd worden, en dus gebeurt dat ook. Te vaak is dat vuilspuiterij. Alles en iedereen wordt bedolven onder een dikke laag koude en taaie verbale stront. Dat is een kwalijke zaak. Ook bij de aankondiging van deze lezing op internet waren er weer reaguurdertjes die mij op grond van niets meer dan de titel alvast voor nazi uitmaakten.


Voor dat gescheld wil ik zeker geen lans breken. Wellevendheid is een groot goed. Schelden is meestal dom en hoewel we vroeger op het schoolplein riepen: 'Ha, ha schelden doet geen pijn', weet iedereen die weleens in een shit-storm op internet of in de pers is terechtgekomen, dat schelden wel degelijk pijn kan doen, erge pijn.


En zeker doodsbedreigingen zijn voorbij alles waar ik het hier over wil hebben. Dreigen met geweld en met de dood is strafbaar. Daar moeten OM en politie bijgehaald worden. Bedreigingen maken ieder debat onmogelijk. Dat we die bedreigingen ook heel serieus moeten nemen, blijkt wel uit de politieke moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Beiden vermoord omdat ze meningen ventileerden die hun moordenaars niet aanstonden.


Het gaat me hier dus niet om het recht om te schelden. Dat is er niet. Weliswaar bestaat er in Nederland geen recht om niet beledigd te worden, er bestaat ook zeker niet het recht om te beledigen. Het gaat me om iets anders: om de noodzaak van het vrije denken als motor van progressiviteit, van vooruitgang. Alleen bij vrijheid van gedachten en meningsuiting kunnen nieuwe ideeën ontstaan. Zonder nieuwe ideeën is de samenleving gedoemd te verstenen en te verarmen. Controle, censuur en fatsoen zijn de directe vijand van de vooruitgang. Aan vooruitgang en vernieuwing moet vorm worden gegeven vanuit vier centra: kunst, wetenschap, politiek en journalistiek. Alle vier verzaken ze op dit moment hun taak als hoeders van vrijheid en vrijdenken op een vaak zorgwekkende manier. De vrijheid van woord en debat is de enige garantie tegen stilstand en achteruitgang.


De wurggreep die het fatsoensdenken heeft op de vooruitgang zal ik aan de hand van enkele historische voorbeelden onderstrepen.


De vader van de psychologie, de Zwitserse denker Carl Gustav Jung, onderscheidt enkele duidelijke sprongen in de ontwikkeling van het menselijke collectieve bewustzijn. Die bewustzijnssprongen zijn waar te nemen bij de komst van de Griekse filosofie, bij het ontstaan van het christendom en bij de opkomst van het wetenschappelijke denken. De drie figuren die je als exemplarisch en essentieel voor die drie stappen zou kunnen aanwijzen, werden alle drie geconfronteerd met de fatsoensrakkerij van types die zich door hun nieuwe inzichten beledigd voelden. Die drie personen zijn Socrates, Jezus en Galileo Galilei. Alle drie werden zij voor de rechter gedaagd wegens belediging. Twee van hen moesten dat zelfs met de dood bekopen.


De Atheense filosoof Socrates - de grondlegger van de westerse filosofie, de leermeester van onder anderen Plato en het middelpunt van de geestelijke wende van de Grieken - werd na een proces gedwongen de gifbeker te drinken. Hij had zich volgens zijn rechters en stadgenoten schuldig gemaakt aan het introduceren van nieuwe goden en het bederven van de jeugd.


Maar ook Jezus, de profeet van de naastenliefde en de andere wang, werd op beschuldiging van godslastering door het Sanhedrin en Pontius Pilatus ter dood veroordeeld. Let wel: de grondlegger van het christelijk geloof werd ter dood gebracht vanwege blasfemie. Een boodschap die ironisch genoeg aan veel van zijn volgelingen in de eeuwen daarna niet besteed is geweest.


Want de Inquisitie veroordeelde onder anderen Galileo Galilei - een van de grondleggers van de moderne natuurwetenschap - en dwong hem zijn bewijzen voor het copernicaanse model van het zonnestelsel (met de zon in het centrum) te herroepen. Volgens de kerk was het namelijk in strijd met het geloof om niet de aarde, maar de zon in het midden te stellen. Daar zit een zekere ironie in. Galilei kon het vege lijf slechts redden door verraad aan zijn onderzoek te plegen en zijn stellingen te herroepen. Hoewel hij wel gemompeld schijnt te hebben: 'En toch beweegt zij', waarmee hij de aarde bedoelde, die om de zon draait zoals hij met zijn sterrenkijkers zelf had waargenomen. Maar dat was een onfatsoenlijke waarneming geweest.


Dit zijn voorbeelden uit een ver verleden die weinig relevant lijken voor onze tijd. Maar dat blijkt tegen te vallen. Salman Rushdie is zijn leven nog altijd niet zeker. En op dit moment wil bijvoorbeeld de Organisatie van Islamitische Samenwerking, een wereldwijde organisatie van islamitische landen met 57 leden, blasfemie en vooral het belasteren van de profeet strafbaar laten stellen door de VN. Zelfs secretaris-generaal Ban Ki-moon van de VN, die toch beter zou moeten weten, staat hier niet onwelwillend tegenover. Het dagblad Trouw schreef daarover: Hij heeft aangegeven wel iets te zien in het verbieden van meningsuitingen die zijn 'bedoeld om te provoceren of te vernederen'.


Maar wat is vernederend? De Balie voert met regelmaat theaterstukken op met een actuele thematiek. Zo schreef Eddy Terstall in opdracht van De Balie een toneelstuk over de dood van Theo van Gogh. Daarin eindigde een naakte vrouw met een doornenkroon aan een kruis.


Niet lang daarna stelde iemand mij voor een toneelstuk op te voeren waarin een proces gevoerd werd tegen Mohammed wegens kinderverkrachting en pedofilie. Ik heb dat niet gedaan. Ik vond dat te gevaarlijk, vooral voor de mensen die bij De Balie werken en voor wie ik medeverantwoordelijk ben.


Dat was misschien een laffe beslissing en zeker een waarmee ik het moeilijk heb. Helaas was het waarschijnlijk ook een verstandige beslissing. Maar verstandig voor wie? Ik heb nagelaten op deze manier de discussie te voeren over het gebruik, op veel plekken in de wereld, om kleine meisjes uit te huwelijken en in een zogenaamd huwelijk te laten verkrachten. Ik heb vrouwen en meisjes, die door paternalistische, misogyne varkens worden gedood, misbruikt en verminkt, in de steek gelaten. Dat zit me niet lekker en daarvoor schaam ik me. Maar ik ben hier de struisvogel.


Deze vorm van zelfcensuur is gevaarlijk. Als we niet meer vrij zijn om onderzoek te doen naar heilige boeken en om vastgeroeste gebruiken tegen te spreken en omver te werpen, zeggen we in feite vaarwel tegen de kernwaarden van onze open samenleving. En daarmee ontnemen we onszelf ook de motor van verdere wetenschappelijke ontdekkingen en dus van verdere voorspoed en economische vooruitgang.


Het is altijd makkelijk om naar anderen te wijzen. Naar gelovigen en landen ver weg. Het is lekker makkelijk om te wijzen op de beperkingen die het stamcelonderzoek in de VS vanuit christelijke hoek ondervindt. Stamcelonderzoek is volgens sommige Amerikaanse christenen kennelijk onfatsoenlijk, terwijl het in mijn ogen onfatsoenlijk is om mensen te laten sterven aan ziekten die met behulp van stamcelonderzoek wellicht te genezen zouden zijn. Dit soort voorbeelden over religie doen het goed in Nederland, te goed. En die zijn dus te makkelijk.


Het fatsoensdenken gaat veel verder. In hoeverre is onze samenleving nog in staat tot het organiseren van tegenmacht? Niet alleen Rushdie is zijn leven niet zeker. Ook de klokkenluiders Edward Snowden en Julian Assange worden vervolgd en onschadelijk gemaakt. En dat in een tijd waarin iedere geïnformeerde burger zou behoren te weten dat overheden en hun communicatiedeskundigen niet op hun blauwe ogen zijn te vertrouwen. Dat Snowden de meest verschrikkelijke ongrondwettelijke wantoestanden in de overheidsspionage blootlegde, doet nauwelijks meer ter zake, want spindoctors zijn er in geslaagd de discussie te verleggen naar het feit dat hij zijn informatie pikte. En pikken is onfatsoenlijk.


Waar het in feite om gaat is dat wij, de elite die de staat draagt, de kiezers, de journalisten en de wetenschappers, onze plicht verzaken. De fatsoensrakkers en machtigen zijn misschien de varkens, maar wij zijn de struisvogels. We spreken met meel in de mond, we draaien om de brij heen, we vergoelijken en bagatelliseren, we doen kort gezegd onze plicht niet. Want wij pennenlikkers zijn degenen die het moeten doen. We accepteren dat een kritische directeur van het Centraal Planbureau het veld moet ruimen om vervangen te worden door een vriendelijke ja-knikker. We accepteren de grootst mogelijke onzin van gezagsdragers, omdat de waarheid even te onhandig is om als waarheid genoemd te worden.


In feite waren de varkens helemaal geen probleem geweest als wij onze liefde voor het vrije woord trouw waren gebleven. De Franse filosoof Julian Benda schreef in de jaren dertig zijn waarschuwend boek La Trahison des Clercs, over het verraad van de intellectuelen. Kishore Mahbubani , de intellectueel uit Singapore, heeft het ons onder de neus gewreven: wij verloochenen de bronnen van ons eigen succes: vrijheid, meritocratie en intellectueel debat.


De maatschappij heeft maar een paar plaatsen waar nieuwe ontwikkelingen gedacht en gevormd kunnen worden. Dat zijn er eigenlijk maar vier, de kunsten, de wetenschap, de politiek en de pers. En als je ze zo opsomt, zie je meteen het probleem. Allemaal bevinden ze zich meer of minder in een identiteitscrisis.


Maar als deze fatsoenlijke Grote Vier vaker, overtuigder en oprechter de vrije gedachten, het tegengeluid, de tegenkracht zouden laten horen, belonen en vertolken, zouden we niet in deze crisis verkeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden