Fassbinders stuk verscheurde Nederland

Zelden eerder en nimmer nadien heeft een kunstenaar Nederland zo verscheurd als Rainer Werner Fassbinder vijftien jaar geleden deed met zijn toneelstuk Het vuil, de stad en de dood....

Dat dilemma werd het best verwoord door columnist Nico Scheepmaker. 'Ik vind dat alles moet kunnen en mogen, ook een opvoering van het toneelstuk Het vuil, de stad en de dood van Rainer Werner Fassbinder. Maar ik vind ook dat je niet alles zou moeten willen mogen, bijvoorbeeld de opvoering van Rainer Werner Fassbinders Het vuil, de stad en de dood.'

Die poging tot nuancering werd in de heftige discussies al nauwelijks meer gehoord. Joods Nederland liep geëmotioneerd te hoop tegen het stereotype van 'de rijke jood' dat door Fassbinder ten tonele werd gevoerd, ook al was dat een rijke jood tussen aanhalingstekens.

Maar progressief Nederland vond dat alles moest kunnen, zeker dat stuk van Fassbinder. Voor het eerst na de oorlog was het leed der joodse bevolking niet de leidraad in een intern conflict, en dat leek een bevrijding. Oud-politicus Sytze Faber waagde het zelfs rabbijn Soetendorp een 'platte volksmenner' te noemen.

Hans Westra, toen en nu directeur van de Anne Frank Stichting: 'Het was de polarisatie ten top.' Ronny Naftaniel, toen en nu directeur van het Israëlisch informaticentrum CIDI: 'Er was geen gesprek meer mogelijk.' Gerrit Bussink, toen en nu vertaler, herinnert zich nog goed hoe ene Johan Doesburg zich bij hem meldde. Doesburg zou afstuderen als regisseur aan de Amsterdamse theaterschool en had lucht gekregen van Fassbinders stuk dat in Duitsland zoveel opschudding had veroorzaakt vanwege het daarin geuite antisemitisme. 'Johan, ambitieus als hij is, en overtuigd als hij van zichzelf kan zijn, vond dat we dat moesten doen.' Of Gerrit Bussink snel een vertaling van Der Müll, die Stadt und der Tod kon maken.

Dat kon, maar wilde Gerrit Bussink dat wel kunnen? Ja, luidde zijn antwoord na eerste lezing. 'Ik vond het stuk niet antisemitisch, al kon ik wel heel goed de angst begrijpen, die het losmaakte.'

Rainer Werner Fassbinder schreef Het vuil, de stad en de dood in 1975, naar de anekdote wil, op twee intercontinentale vluchten. Hij noemde het zelf zijn Frankfurt-Stück. In die stad was Fassbinder toen directeur van het Theater am Turm. Het romantische West End moest in de jaren zeventig wijken voor kil kantorenbeton, en daartegen keerde Fassbinder zich in Het vuil, de stad en de dood. Bussink: 'Het is een stuk over kapotte mensen in een kapotte stad, een samenballing van het levenloze.'

A., die de rijke jood wordt genoemd, is projectontwikkelaar in Frankfurt en vaart op een nietsonziende manier wel bij die kaalslag. Bij wijze van wraakoefening huurt hij de diensten in van Roma B, een hoer wier vader een ex-nazi is. Roma B. en 'de rijke jood' zijn twee personen die zonder illusies door het leven gaan. Als Roma B. daaraan een einde wil maken, wurgt hij haar met zijn stropdas. Dankzij de goede relaties met het gemeentebestuur ontloopt 'de rijke jood' zijn straf.

Gerrit Bussink noemt het een typisch Fassbinder-stuk: rauw, abrupt en provocerend, vooral dat laatste. Heel erg provocerend.

De wereldpremière van Der Mull, die Stadt und der Tod (oder Frankenstein am Main) is voorzien op 20 augustus 1975, maar er breekt rebellie uit in de cast. Fassbinder neemt ontslag, en het stuk wordt van het repertoire gehaald.

In 1984, twee jaar na Fassbinders dood, onderneemt de Alte Oper in Frankfurt een tweede poging, maar deze strandt opnieuw op politiek en joods verzet. 'Na Auschwitz kunnen we ons geen misverstanden en naïviteit veroorloven', zegt de verantwoordelijk wethouder.

Twaalf jaar na voltooiing wordt Het vuil, de stad en de dood voor het eerst opgevoerd. Het gebeurt in New York, zonder veel ophef. In 1987 staat ook een Nederlandse opvoering op de rol, nadat een jaar eerder al een openbare lezing zonder problemen was verlopen. De première is gepland op 20 november in het Rotterdamse theater Lantaren.

Begin die maand vraagt de Stichting Bestrijding Antisemitisme het gemeentebestuur van Rotterdam opvoering te verbieden. Volgens de stichting is regisseur Doesburg slechts op sensatie uit.

Burgemeester Peper voelt niets voor 'culturele censuur', maar het verzet groeit. Minister Korthals Altes van Justitie vindt het onvoorstelbaar dat 'dit toneelstuk' belangrijker zou zijn dan het welzijn van de joodse bevolking.

Niettemin is op 18 november de eerste try-out van Het vuil, de stad en de dood in De Lantaren voorzien. Vanuit Amsterdam vertrekken twee bussen met demonstranten. Onder hen een groep jonge joden die zich heeft verzameld in het actiecomité Alle Cohens aan Dek.

Bij aanvang blijken tegenstanders van opvoering de helft van de kaartjes te hebben gekocht. Ze bezetten het podium. Acteur Jules Croiset roept: 'Ik sta hier met de hoed van de toneelspeler en de keppel van de jood om te zeggen dat ik diep beledigd ben door dit stuk.'

(In december zal Croiset de Fassbinder-affaire naar een climax voeren. Hij zet zijn eigen ontvoering in scène om de angst van joden voor neofascistisch geweld te rechtvaardigen. Croiset duikt onder in België, krast een hakenkruis op zijn borst en duikt weer op bij de politie in Brussel om aangifte te doen. Een maand later bekent Croiset alles verzonnen te hebben. 'Er was iets geknapt in mijn koppie', zal hij in 1990 tegen De Telegraaf zeggen .

De try-out wordt afgelast. De volgende dag wordt besloten dat op zaterdag 21 november een besloten voorstelling zal volgen. De joodse organisaties kunnen dan in betrekkelijke rust zelf een oordeel vellen.

De besloten voorstelling, met alle vormen van veiligheidsmaatregelen omgeven, brengt de partijen niet nader tot elkaar, en op maandag 23 november verklaren de makers van opvoering af te zien. 'Binnen de huidige maatschappelijke context stellen we vast dat het stuk zich niet in het volle licht van de publieke opinie laat spelen omdat een spraakmakend deel van de publieke opinie tekst en voorstelling reeds op voorhand en ongezien heeft veroordeeld.'

Dat laatste heeft Gerrit Bussink het meest gefrustreerd. 'Ik heb de discussies meegemaakt toen uitgeverij Bzztôh de tekst zou publiceren. Er viel nauwelijks te praten omdat de tegenstanders het stuk niet hadden gelezen en ook niet wilden lezen. Het enige dat ze wilden, was beantwoorden aan de gevoelens van de achterban. Ik vond dat heel verdrietig. Mensen als Naftaniel en rabbijn Soetendorp hadden toch ook een bepaalde verantwoordelijkheid. Ze hadden de discussie kunnen sturen. In plaats daarvan wakkerden ze alleen maar de angstgevoelens aan.'

Ronny Naftaniel: 'Er zit een oud-nazi die de vreselijkste dingen roept. Dat mag van mij, dat hoort zelfs. Ik ben helemaal niet tegen toneelstukken met een anti-joods geluid. Maar het probleem zat hem in de figuur van de jood, in wie Bubis herkend kon worden.' Ignatz Bubis was in de jaren zeventig voorzitter van de Jüdische Gemeinde in Frankfurt.

Hans Westra van de Anne Frank Stichting: 'Wat in Frankfurt niet kon, dat moest in Nederland ook niet kunnen. Dat was naar buiten toe ons standpunt. Maar intern waren we ook verdeeld. Een deel vond het stuk puur antisemitisch. Een ander deel, onder wie ik, was een stuk genuanceerder. Maar vergeet niet dat in die tijd nog een grote angst bestond voor de dreiging van extreem-rechts.'

Omdat Bubis drie jaar geleden stierf, de dreiging van extreem-rechts minder urgent lijkt en het oorlogsleed ook bijna geleden is, staat niets een opvoering in de weg. De tekst heeft Bussink aangepast aan deze tijd, maar hij is niet tegemoet gekomen aan joodse gevoeligheden. 'Nul. Dat zou ik ook geweigerd hebben. Dan kom je aan Fassbinder en dat mag niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden