Fascinatie van een genereus man

Niet uit ijdelheid, maar uit nieuwsgierigheid verzamelt Alfred Bader.

In het voetspoor van Rembrandt. Rembrandthuis, Amsterdam. T/m 8 januari. rembrandthuis.nl

Kun je aan een schilderijencollectie het karakter van de eigenaar aflezen? De verleiding is groot om dat te proberen, als je door het Rembrandthuis in Amsterdam wandelt. Negentien schilderijen hangen daar uit de collectie van Alfred en Isabel Bader. Een bescheiden staalkaart van zestig jaar verzamelen, dat in totaal 200 schilderijen opbracht.


Bader was 27 jaar toen hij in 1951 zijn eerste old master kocht. En niet een beroemde schilder. Een Joos van Craesbeeck, inderdaad, die u niet kent. Een kop van een man die verbaasd kijkt. Het hangt niet in de tentoonstelling, maar staat wel in de catalogus van de collectie. Bader zet klaarblijkelijk niet in op grote namen, hij is geen statuskoper. Dat wordt ook zichtbaar bij de andere schilderijen: vaak onbekende meesters uit de buurt van Rembrandt.


Sommige verzamelaars beginnen zo: ze zijn rijk geworden. En gaan schilderijtjes kopen. Ze kopen zich in een circuit in waar ze, als ze een kunstenaar van naam hebben gekocht, van status zijn verzekerd. Niet zo bij Bader. Hij moest het eerste schilderij in termijnen afbetalen. Hij nam risico, en duidelijk niet voor de status, maar uit fascinatie.


Wat voor een fascinatie, dat geeft de tentoonstelling prijs. Meesters uit de Gouden Eeuw, veel gezichten, weinig mythologische verhalen. De barokke, donkere Hollandse schilderkunst. Bader zelf is een Hongaar die zijn jeugd in Wenen doorbracht, tot de Kristallnacht hem ertoe dreef als 14-jarige te vluchten naar Engeland. Daar werd hij ongelukkigerwijs als potentieel staatsgevaarlijk verscheept naar een gevangenkamp in Quebec. Na enige tijd kwam men tot de conclusie dat deze groep van veelal joodse gevangenen niet de grootste vijand van de geallieerden was. Bader werd toegelaten tot Queen's University in Ontario als scheikundestudent. Die gastvrijheid heeft hij, vermogend geworden door zijn chemische bedrijf Aldrich (later Sigma), inmiddels beloond - de universiteit heeft al de helft van zijn collectie gekregen, de rest volgt.


Hij vond dat de studenten hun kennis moeten ontwikkelen met echte schilderijen. Dus hebben ze daar nu in huis: Rembrandt, Lievens, Teniers, Saftleven, Moeyaert, Sweerts. De Badercollectie ruikt niet naar ijdelheid, maar naar nieuwsgierigheid en generositeit.


In een begeleidende tekst schrijft David de Witt, conservator van de Badercollectie: 'Rembrandts stijl raakte een ethische snaar bij Bader. Het directe en expressieve naturalisme weerspiegelt een algemeen menselijke belangstelling.' Baders keuzes reflecteren een beeld dat het Hollands publiek wel moet bevallen. Relatieve tolerantie, soberheid, een menselijke blik, vrij van al te veel idealisering.


Of dat klopt met hoe het toen was, is hier niet relevant; het is de keuze van een verzamelaar. Belangrijk is dat Bader het Rembrandthuis toestond zijn visie openbaar te maken. We zien in de tentoonstelling een paar prachtige koppen door Rembrandt. De bekende oude vrouw van Lievens (ook door Rembrandt afgebeeld), ingetogen landschappen van Van Ruisdael en Koninck en enkele bijbelverhalen. Er bestaat wereldwijd hooguit een twintigtal verzamelaars van Hollandse kunst van dit hoge niveau. Vrijwel niemand van hen gaat zo open te werk als Bader.


Voor hem zijn schilderijen onderzoeksprojectjes. Jaarlijks nodigt Bader Rembrandtexperts thuis uit om de discussie gaande te houden. Zoals een schilder met zijn kwast zoekt naar zijn beeld, zo lijkt Bader via de schilderijen terug te willen graven. Waarnaar? Naar de bedoeling van de schilder, misschien. Naar de kern van diens talent, verborgen in de verf. Of zoekt Bader naar zijn eigen verleden? Naar de kern van de menselijke weg, wellicht, verborgen in diens handelen.


-----------------------------------------------------------------


Tronie

Toen Bader in 1979 de kop van een oude man kocht (hieronder), dacht hij dat het een Rembrandt was, mogelijk een portret van diens vader. Maar vlak daarvoor had het Rembrandt Research Project het afgewezen. In 1996 bleek dat het anders lag: een ets van Jan van Vliet van dit schilderij, waarop Rembrandt als bedenker wordt vernoemd, bleek in samenwerking met Rembrandt gemaakt.


Conclusie: het schilderij is een echte Rembrandt. Sterker nog, bleek in 2005: een sleutelstuk in zijn oeuvre. Samen met de 'vondst' van twee andere koppen ontstond een nieuwe theorie: dit zijn tronies. Koppen, niet bedoeld als portret, maar om gemoed en lichtval op gezichten te bestuderen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden