FARC haalt nog geen half procent van de stemmen bij parlementsverkiezingen Colombia

De FARC heeft zondag een grote nederlaag geleden in de Colombiaanse parlementsverkiezingen. De oud-guerrillero's legden vorig jaar hun wapens neer, vastbesloten hun strijd voor een socialistisch Colombia op democratische wijze voort te zetten. Maar de Colombianen blijken geen enkele sympathie te hebben voor de voormalige rebellen.

Ivan Marquez van de FARC brengt zijn stem uit. Foto afp

De FARC behaalde nog geen half procent van de stemmen, een nog slechter resultaat dan vooraf was voorspeld. Zelfs in FARC-bolwerk Caquetá, waar 1500 oud-guerrillero's wonen, kreeg de partij een schamele 1647 stemmen. Hoewel de FARC met deze uitslag niet eens de kiesdrempel haalt, krijgt de partij vijf zetels in beide Kamers. Die garantie op politieke invloed vormt onderdeel van het vredesverdrag dat de rebellen in 2016 sloten met de regering.

Volksvertegenwoordigers

De nieuwe volksvertegenwoordigers zijn onder meer Iván Márquez, Pablo Catatumbo en Jesús Santrich. Deze mannen stonden decennialang aan het hoofd van de guerrillabeweging die duizenden burgers ontvoerde, vele dodelijke aanslagen pleegde, en een grote rol speelde in de drugshandel. Hoewel de FARC-leiders zich nog voor hun misdaden moeten verantwoorden voor het vredestribunaal, mogen ze al wel als parlementariër aan de slag. En dat is veel Colombianen een doorn in het oog.

Iets meer dan de helft van de bevolking stemde in het najaar van 2016 in een referendum tegen het vredesverdrag. Dat ging een paar weken later en na enkele aanpassingen alsnog van kracht. Nog altijd is Colombia tot op het bot verdeeld over de vrede en de implementatie ervan. Tegenstanders van het akkoord lijken daarbij aan het langste eind te trekken en boekten zondag grote winst. De partij van president Juan Manuel Santos leed juist enorm verlies. Santos kreeg in 2016 de Nobelprijs voor de Vrede vanwege zijn akkoord met de FARC.

De rechtse oud-president Álvaro Uribe, van oudsher aartsvijand van de FARC, werd zondag met een recordaantal van 866 duizend stemmen herkozen als senator. Ook zijn partij Centro Democrático (CD) behaalde een klinkende overwinning, evenals twee andere rechtse partijen. Dat biedt hoop voor rechts bij de presidentsverkiezingen, waarvan de eerste ronde op 27 mei plaats vindt. Als geen van de kandidaten een absolute meerderheid haalt, is op 17 juni de run-off.

Internationale investeerders

De grootste kanshebber op rechts is Ivan Duque, de door Uribe aangewezen kandidaat van CD. Duque belooft ruim baan voor internationale investeerders, en wil de politieke participatie van de voormalige FARC strijders aan banden leggen. Hij is kritisch over sociale programma's voor voormalige coca-boeren, die volgens het vredesverdrag hulp moeten krijgen om over te stappen naar andere gewassen.

Duque's belangrijkste tegenstander is Gustavo Petro, de linkse oud-burgemeester van Bogotá. Preto wil de armoede en ongelijkheid aanpakken door hogere belastingen te heffen aan de rijken. Ook is hij van plan de vervuilende olie- en mijnindustrie aan te pakken en de toegang tot land voor arme boeren te verbeteren. Petro was in zijn jonge jaren actief voor de linkse guerrillabeweging M-19, en doet het volgens de peilingen vooral goed onder jongeren.

De FARC zou eigenlijk ook een gooi doen naar het presidentschap met als kandidaat Rodrigo Londoño, beter bekend als Timochenko. Londoño werd tijdens zijn campagne regelmatig uitgescholden en met eieren bekogeld. Vorige week onderging de 64-jarige FARC leider een hartoperatie en heeft zich daarna 'om gezondheidsredenen' teruggetrokken. De FARC komt niet met een andere kandidaat.