Fantastische verhalen over Tallulah Bankhead zijn er genoeg

Tallulah Bankhead behoort, hoewel ze al meer dan veertig jaar dood is, sinds kort tot mijn intieme vrienden. Het is wonderlijk hoe diep bevriend je kunt raken met de doden, zelfs met doden op een ander continent en van een andere levenswandel....

Laat ik eerst uitleggen wat ik deed voordat ik Tallulah Bankhead kende. Tijdens saaie vergaderingen, in ellendige werksituaties, in hormonale crises, in onaantrekkelijk gezelschap of tijdens andere treurige omstandigheden dacht ik vroeger altijd aan Lewis Carroll. Aan zijn boek Alice in Wonderland, en met name aan de passage waarin de Zevenslaper aan Alice het verhaal vertelt van drie meisjes die in een stroopput leefden.

‘Waar leefden ze van?’ vroeg Alice. ‘Van stroop’, zei de Zevenslaper. ‘Dat kan toch nooit’, merkte Alice vriendelijk op, ‘dan zouden ze toch ziek worden.’ ‘Dat waren ze ook’, zei de Zevenslaper, ‘erg ziek.’ Op dit punt aangekomen moest ik inwendig altijd heel erg lachen, en dan was ik weer helemaal opgevrolijkt. Tientallen jaren lang heeft dit citaat – ‘dan zouden ze toch ziek worden’, ‘dat waren ze ook, erg ziek’- me door moeilijke momenten heen gesleept.

Ruim een half jaar geleden dook Tallulah Bankhead opeens in mijn blikveld op; ik zag haar een kleine rol spelen in een film. Bankhead was namelijk actrice, al noemt Wikipedia haar met evenveel nadruk een ‘bon vivant’. Dat laatste slaat dan voornamelijk op haar uitbundige liefdesleven dat, voortgestuwd door grote hoeveelheden cocaïne, aan alle mannen in Hollywood een plaats bood, en aan Greta Garbo en Marlene Dietrich daarbij.

Omdat Bankhead me interesseerde, ging ik online naar haar op zoek. Ik begon bij Wikipedia, en hoewel je de artikelen daar beslist met een korrel zout moet nemen, was de mythologiserende werking van het medium in het geval van Bankhead geen enkel probleem. Je moet fantastische verhalen over een bon vivant nu eenmaal niet kapot checken, en fantastische verhalen waren er genoeg.

Het verhaal dat de charismatische persoonlijkheid van Tallulah model had gestaan voor Cruella De Vil. Het verhaal dat ze naakt arriveerde op een soiree. Het verhaal dat ze werd opgenomen in het ziekenhuis en dat de kranten kopten: ‘Tallulah Hospitalized, Hospital Tallulahized.’ Allemaal amusant, maar het was niet voldoende voor een blijvende belangstelling mijnerzijds.

Toen zocht ik verder, las nog fantastischer verhalen, ontwarde vreemde verbintenissen en merkwaardige verwikkelingen, en kwam ten slotte uit bij één enkele, korte zin. Tallulah Bankhead ontmoet een vroegere minnaar, die ze jaren niet heeft gezien, trekt haar wenkbrauw naar ik aanneem iets hoger op en spreekt een zin uit die je nauwelijks in het Nederlands kunt vertalen. ‘I thought I told you to wait in the car.’

Daar moest ik zo verschrikkelijk om lachen dat ik mijn zoektocht abrupt staakte. Ik hoef verder niets te weten over Tallulah Bankhead om haar voor de rest van mijn leven volledig toegedaan te zijn. Minstens één keer per dag heb ik de afgelopen maanden dat citaat – ‘I tocht I tolt Ou to waait in the kar’- voor me uit gemompeld, en iedere keer knapte ik er weer van op.

De kwestie is, en daarom begin ik over Tallulah Bankhead, dat in mij het verlangen groeit lid te worden van een kerkgenootschap. Aangezien ik niet gelovig ben, ligt die gang niet helemaal voor de hand, en dus heb ik me afgevraagd waar het verlangen in hemelsnaam vandaan komt. Het simpele antwoord is dat het een verlangen is naar binding, gemeenschap, saamhorigheid.

Dat simpele antwoord kan ook verklaren waarom ik dode actrices opzoek op het internet. Waarom ik in de eenentwintigste eeuw rondloop met de negentiende eeuwse Alice in Wonderland in mijn hoofd. Het verklaart bovendien allerlei andere ontwikkelingen in de wereld, om precies te zijn, bijna alle andere ontwikkelingen. Waarom mensen bereid zijn tot burenhulp en vrijwilligerswerk, waarom ze bevrienden en ontvrienden, waarom ze onwillig zijn jegens passanten. Alles streeft naar verwantschap en het besef niet alleen te zijn in dit universum.

Een moeilijker antwoord op de vraag, waarom ik tegenwoordig steeds bijna in een kerk beland, heeft te maken met het begrip heiligheid. Als ik een voorspelling mag doen voor het komende decennium, dan voorspel ik, na decennia van kwantificering en notering, een verdere opleving van heiligheid en belangrijkheid.

Helemaal zonder gevaren is die ontwikkeling niet. Het verlangen naar heiligheid verklaart waarom een wellevende en eenzame Nigeriaanse jongeman besluit puur te gaan leven, waarom hij aansluiting zoekt bij andere puur levende mensen, en waarom hij, nu hij toch bezig is puur te leven, probeert een vliegtuig met honderden passagiers op te blazen.

Zelf betrap ik me erop dat ik mijn verlangen naar heiligheid ook graag zou onderbrengen op een vaste plaats. Ergens buiten de rommeligheid van alledag. In een gebouw met kaarsen. Maar na enig nadenken heb ik besloten het niet te doen: niet alleen omdat ik voor het toetreden tot een kerkgenootschap een geloof nodig heb dat ik niet bezit, maar ook omdat ik vind dat die heiligheid toch ergens een plek verdient tussen de rommeligheid van alledag.

Het komende jaar klamp ik me dus gewoon weer vast aan Alice in Wonderland en Tallulah Bankhead, als ankers in het universum. Het zou Tallulah waarschijnlijk niet bevallen, maar zoals gezegd, ze is dood en heeft in dezen weinig in te brengen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden