Fantastische bewegingsexplosie in ?7,8?

Wonderworld..

ROTTERDAM Hij is de onbetwiste clown van de avond, ‘mister Min Li!’ Onder aanvoering van een voice-over voert hij de 101 posities uit die het klassieke ballet zou tellen.

Eerst nog gewoon na elkaar, maar dan in wisselende combinaties en tempi. Natuurlijk gaat er hier en daar iets mis (‘Let’s keep this classical’, commandeert de stem) en eindigt hij gevloerd, in positie 101 dus. Door zijn soepele en stoïcijnse uitvoering wordt Ballet 101 van Eric Gauthier meer dan een flauwe grap.

Gauthiers stuk is een van de negen korte choreografieën van Wonderworld, het nieuwe programma van Scapino Ballet Rotterdam. Samen met (doorgaans minder gevestigde) choreografen van binnen en buiten het gezelschap, uit Nederland en van verder, zette artistiek leider Ed Wubbe deze variatie op de jaarlijkse seizoensknaller Twools (‘75 minuten non-stop dans’) in elkaar.

In zo’n snelle potpourri zit altijd wel iets moois, en het voordeel is dat de choreografen niet kunnen verzanden in te lange, holle verhalen.

Soms blijft vooral een beeld, beweging of gedachte hangen. Zoals Bryndis Brynjolfsdottir, die rondstapt als een kruising tussen spin, giraffe en zeeanemoon. Of Besim Hoti, een gast uit de Scapino-workshop Urban meets Modern Dance die bewijst dat zijn golvende en schokkende bewegingen net als de noten van Bach van diep van binnen komen. En niet te vergeten die rechterarmen in de creatie van Neel Verdoorn, die maar blijven ronddraaien, alsof hiermee de rest van het lichaam moet worden aangeslingerd.

Opvallend waren Christophe Garcia en Wubbe zelf. Met zijn al uit Twools bekende Les gens du coin, waarin de dansers in een hoek (leuk decorstuk!) opgepropt als vogels in een nest allemaal dezelfde bewegingen maken, roept Garcia ‘Van Warmerdamse’-beelden op. Wubbe tekende voor een mooi helder, klassiek geïnspireerd dubbelduet (ook op Bach), waarin grilligheid en beheersing, twijfel en standvastigheid elkaars tegenpolen zijn. Een uitgelezen kans om de mannelijke blikvangers van Scapino – Jan Kooijman en Mischa van Leeuwen – in de schijnwerpers te zien.

De echte verrassing kwam van Georg Reischl. Met een typische danscue als titel (‘7, 8’, en op die laatste tel begin je) creëert hij een fantastische bewegingsexplosie.

Binnen een halve kring van zwarte pionnen gaan negen figuren op hippe sneakers los. Met golvende, vloeiende bewegingen, elkaar klappend of vingerknippend aanmoedigend. Het heeft iets van folklore, maar ook van een eigentijds gevecht. En dan toch weer anders.

Want uiteindelijk doet Reischl wat hij altijd doet, hoewel dit keer met de juiste spanningsboog en met de cirkel als een goed uitpakkende beperking van de ruimte. Hij creëert een schemerzone, waar zijn taal, zijn dansers de dienst uitmaken. Ze herhalen, vergroten, versnellen, en versmelten met de beats van Michiel Jansen. Zelfs de vraag waartoe ze elkaar eigenlijk precies aanmoedigen, doet er al snel niet meer toe.Mirjam van der Linden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden