Fantasiekaarten in een 17de-eeuws grachtenpand

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: kunst in de vorm van een stoombad en fantasiekaarten in een 17de-eeuws grachtenpand.

Bachelor's Delight van Jasmijn Visser Beeld Gert Jan van Rooi

Amsterdam, 20 oktober

Jasmijn Visser kende ik als tekenares van vreemde fantasiereeksen - machientjes die veranderden in andere machientjes, 20ste-eeuwse metamorfoses vol tanks, vliegtuigen en zendmasten - maar voor haar tentoonstelling in Museum Van Loon kondigde de website een 'mixed media installatie' aan. Dat kan van alles zijn, maar waarschijnlijk geen tekening.

Derhalve stelde ik mijn verwachtingen bij.

Meer dan drie maanden verbleef Visser in het koetshuis van het 17de-eeuwse grachtenpand. Misschien heeft ze in die tijd een keer zo'n koordje en het bordje 'Niet op zitten a.u.b.' opzij geschoven. Die verleiding zou ik nog geen week kunnen weerstaan, want dit grachtenpand is nog geheel in Gouden Eeuw-stijl gemeubileerd en gestoffeerd. In de zogenaamde Vogelkamer bewonderde ik de wandbespanningen vol exotische taferelen. 'Doe mij een jungle in blauw op wit', zal de heer of mevrouw des huizes hebben gezegd, en voilà: daar was de jungle. Dat het aapje een onwaarschijnlijk stel buikspieren en een vreemd dikke staart heeft: geen probleem. Dat het een ander soort aapje optilt dat wat pluis van een harige vrucht plukt (om te eten?), wat tamelijk onwaarschijnlijk is: ook prima.

INFO

Jasmijn Visser Bachelor's Delight t/m 8/11 2015, Museum Van Loon, Amsterdam

C'hu W139, Amsterdam, t/m 7/11, open: weekdagen: 8-11 en 18-21 uur
weekends: 8 - 11 en 15-21 uur

Een soortgelijk loopje met de werkelijkheid namen kaartenmakers in de Gouden Eeuw. Je kon best de vorm van een continent tekenen aan de hand van het relaas van iemand die daar was geweest. Vervolgens kon die kaart in de handen belanden van iemand die daar zijn moest, bijvoorbeeld Willem van Loon, een van de oprichters van de VOC. Visser bestudeerde de landkaarten van de familie, verbaasde zich over deze artistieke vrijheden en maakte zelf een 'digitale atlas'.

Nu is die atlas zeer curieus. Zij is eigenlijk amper als zodanig te herkennen, zo veel vrijheid permitteerde Visser zich. Drie pilvormige, horizontale videoschermen in drie kamers tonen vreemde blobvormige fantasielandkaarten waarin ook kleine details uit de tapijten rondkruipen. Als gezegd: curieus.

Om meer te begrijpen van Vissers project pikte ik een poster mee. Toen ik die eenmaal had uitgevouwen op mijn keukentafel, rommeltjes aan de kant, waande ik me in de kombuis van een schip en kon ik mee op reis in een wereld die bestond uit oude kaarten. Veel gebieden waren vaag, sommige berichten tegenstrijdig - was een stuk van het land van de antipoden een eiland of toch deel van een continent? Intrigerend allemaal, al werd me niet duidelijk wat deze wereldbeschrijving nu exact met die digitale atlas te maken had.

Amsterdam, 22 oktober

Gisterochtend vroeg: een redacteur aan de lijn. Een probleempje met de vrijdagkrant. Die zou een recensie over een tentoonstelling in W139 bevatten, maar de recensent had griep gekregen; kon ik dat even opvangen? Ik reageerde tam, het redactionele masseerwerk begon. De expositie, zei de redacteur, en nu klonk er diabolische geamuseerdheid in z'n stem, bestond uit een stoombad, als in: een bad gevuld met stoom, te betreden in Eva-kostuum uiteraard, haha - een goed moment voor mij, vond hij, om eens uit m'n comfortzone te stappen. Het deed me weifelen.

Ik ging niet uit de kleren.

Ik ging echt niet uit de kleren.

Oké, ik ging uit de kleren.

Maar voordat het zover was, keek ik op de website van W139 wat die expositie nu precies behelsde. Het bleek geen kinderspel. C'hu, zo las ik, gaat over algoritmische en biologische processen en 'lokaliseert de onzekerheid inherent aan complexe systemen in de non-lineaire structuur voorbij individuele perceptie...' und so weiter, und so weiter. Ik voelde niet de minste behoefte daar een mening over te hebben, maar besloot wel een paar goeie badslippers mee te nemen. Voetschimmels - ik ben er als de dood voor. Ook voor de non-lineaire variant.

C'hu, een expositie bestaande uit een stoombad. Beeld Chun-Han Chiang

Onderweg naar de Warmoesstraat bad ik dat die leuke conservator van dat ene museum niet ook toevallig in het stoombad zou zitten. Hij zat er niet. De ruimte was verlaten. Het was er behaaglijk en schemerig; in de hoeken bevonden zich een douche en een zogenaamde geluidsdouche: een grote kap waar je onder ging staan waarna een stem, die me deed denken aan Arnold Schwarzenegger, zei dat je met je armen moest zwaaien. Hoe sneller je dat deed, hoe meer geluid er klonk. Verder: het stoombad. Het leek op een iglo of op een van die tenten te gebruiken bij epidemieën. Een kleine ruimte in een grotere. Wat uit moest, ging uit. Ik stapte binnen.

Het was warm, uiteraard, en vochtig, vanzelfsprekend, maar zonder de eucalyptusgeur van Turkse baden die ik me goed herinner uit m'n jeugd; passanten buiten oogden als figuren in de mist. Was dit kunst? Wie zou het zeggen. Voelde het fijn? En of. Al na een minuut of wat voelde de naaktheid als mijn normale staat van zijn. Kleren, waar had ik ze überhaupt voor nodig gehad? Ik stapte rond, strekte m'n armen, draaide m'n nek, voelde zweetdruppels als kleine diertjes langs m'n rug naar beneden kruipen en eenmaal buiten voelde ik me beter dan ik me in tijden had gevoeld na het bezoeken van een expositie. Die comfortzone, concludeerde ik monter op m'n slippers, was een verneukeratief ding. Daarbuiten bleek het nog veel comfortabeler.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden