Fantaseren over een supermens

Op een zomermiddag zat ik in een bioscoopzaal vol kinderen. We keken naar Het geheim van Mega Mindy...

Als u lid bent van die akelige, culturele elite waarover tegenwoordig zoveel te doen is, dan leest u misschien alleen maar Musil en Mulisch, en dan weet u helemaal niet wie Mega Mindy is. Welnu, volgens de bronnen die ik erop na heb geslagen is zij een ‘braaf meisje’ dat zich ontpopt tot een ‘in roze speelpakje geklede superheldin’.

Ze rijdt in een Mega Mobiel en beschikt over Mega Krachten, die ze gebruikt om een einde te maken aan onrecht.

Hoe boeiend de film ook was, halverwege dwaalden mijn gedachten opeens af, omdat ik iets geheimzinnigs voelde in het donker: het was alsof mijn kleren strakker gingen zitten en alsof ik nog filosofischer en ingewikkelder werd dan anders. Ik hield een ogenblik mijn adem in, dacht zo diep mogelijk na en snapte toen wat er was gebeurd. Ik was Meta Mindy geworden!

Als u lid bent van die akelige, laagopgeleide onderklasse waar tegenwoordig zoveel over te doen is, dan beseft u misschien niet ogenblikkelijk wie Meta Mindy is. Welnu, Meta Mindy bewoont geen wereld waarin alles Megagroot en Megasterk is, maar een wereld waarin alles zich afspeelt op metaniveau, een abstractieniveau hoger dan de gewone dingen. Taal is daar metataal: taal die gaat over taal; en alle kennis is er metakennis: kennis die gaat over kennis.

Toen ik thuiskwam uit de bioscoop, en wel eens wilde weten of er nog meer Meta Mindy’s in de wereld waren, vond ik er eentje op de website van een naamloze cartoonist.

Meta Mindy zat met een roze pakje en een roze maskertje in een fauteuil voor de televisie en keek naar een programma waarin zijzelf in een fauteuil voor de televisie zat, kijkend naar een programma waarin zijzelf in een fauteuil voor de televisie zat,

Tot zover Meta Mindy. Laten we nu haar boodschap maar eens serieus nemen en inderdaad met de nodige abstractie en distantie naar onszelf kijken. En dan het liefst naar onszelf zoals we ons graag zien, in de rol van Supermens, Superman, Mega Mindy, Übermensch.

Begenadigd met superieure krachten en uitzonderlijke talenten, supersterk, megavermogend, überintellectueel, en hoog verheven boven alle overige stervelingen.

Waarom zouden we dan wel precies op dit moment naar Superman kijken? Omdat er de laatste tijd nogal eens plaatjes van hem opduiken in tijdschriften en kranten. Op die plaatjes wordt ofwel de elite afgebeeld als een superheld die het gewone volk moet redden, of er wordt juist een supersterke volksheld opgevoerd die hardhandig een einde zal maken aan alle elitaire en softe misstanden in dit land.

Meestal ziet die Superman er precies zo uit als de stripheld uit 1938, afkomstig van de verre planeet Krypton, getooid met een rode cape en een rode zwembroek over een blauwe catsuit. Daardoor zou je gemakkelijk kunnen denken dat de superheld een popfiguur is en hooguit zeventig jaar oud, maar in feite staat hij in een eeuwenoude traditie. De fantasie over de supermens is al zo oud als de mensheid zelf.

Door een stom toeval kreeg ik deze zomer het toneelstuk Man and Superman van George Bernard Shaw onder ogen, uit 1903. De plot van het stuk doet er niet erg toe, Shaw schreef het vooral als vehikel voor zijn ideeën: theorieën over de democratie, over de tegenstelling tussen de voorhoede en de massa, over vrouwenrechten, over sociale hervormingen en armoede.

Zo beschreven klinkt Man and Superman misschien niet erg opwindend, maar vreemd genoeg knapt zo’n stuk flink op van alle sociaal onwenselijke oneliners waarmee Shaw rondstrooit. Beroemd is bijvoorbeeld zijn bewering dat je anderen niet moeten behandelen zoals jezelf behandeld wilt worden, omdat ze wel eens een andere smaak zouden kunnen hebben. ‘Do not do unto others as you would them do unto you. They might not have the same taste.’

Het cynisme dat hier doorklinkt is het cynisme van de realistische socialist Shaw. Hij is teleurgesteld in de democratie, omdat de bevolking niet klaar blijkt te zijn om te regeren en gedachteloos aanloopt achter de eerste de beste die haar amuseert, bang maakt, voor de gek houdt of op een andere manier boeit. De hoop is daarom gevestigd op een vrijgevochten en geniaal supermens, die boven de conventionele moraal uitstijgt en zelfstandig de samenleving hervormt.

De hoofdpersoon in Man and Superman, John Tanner, is een rijke en vooruitstrevende jongeman met hoogstaande principes, die een vrouw zoekt om samen zulke supermensen mee te maken.

Toch legt hij het uiteindelijk af tegen een simpel jong meisje. Zij wil nu eenmaal met hem trouwen, en tegen die levenskracht kan zelfs een intellectueel niet op.

Het aardige is dat Shaw er in 1903 ook niet helemaal uitkomt. Hij zou wel willen dat Superman de boel komt oplossen, met een superieure greep en lak aan alle regels, maar hij buigt toch voor de realiteit en voor de sjofelheid die de mens nu eenmaal aankleeft.

Weliswaar roepen mensen door alle eeuwen heen om een superheld, weliswaar klinkt de term aanlokkelijk – ‘Superman is een goede kreet; en een goede kreet is de halve strijd’– maar niemand wil echt dat er iets verandert.

De Duivel krijgt wellicht het laatste woord van Shaw. ‘Pas op met de roep om een Supermens’, zegt hij. ‘Het leidt tot minachting voor de Mens.’ Amen, zegt Meta Mindy, en zij trekt haar roze pakje uit. Ze gaat de was maar eens strijken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden