Fanclub

De musici van Splendor, concertgebouw annex oefenruimte, runnen hun eigen toko: zelfbekostigd en zonder hiërarchie. Het jongensboekverhaal van een zelfgebouwd muziekpodium.

Om binnen te komen moet je je nog even langs de schilder dringen die de voordeur van een lik verf voorziet. En voorlopig komt het geluid in de grote zaal van het muziekcentrum van een eenzame solist: een bouwvakker die een schuurmachine laat zoemen over het parket. Componist David Dramm wijst trots op de nieuwe vloer: 'Mooi hè. Nu is het voor mijn gevoel ook echt een muziekzaal geworden, terwijl het gisteren nog een kale ruimte was.'


Daarvoor deed de Amsterdamse Nieuwe Uilenburgerstraat 116 dienst als fietsverhuurbedrijf, daarvoor was het een Caraïbische dansclub en lang, lang daarvoor was hier een badhuis. Maar vanaf volgende week is het pand een multifunctioneel paradijs voor avontuurlijke musici en dito muziekliefhebbers. Splendor opent dan zijn deuren. Dramm, die met 48 andere musici uit de klassieke wereld, jazz, hedendaagse muziek en pop en één tapdanser tot de kernleden van het initiatief hoort, leidt rond in wat hun clubhuis wordt: een broedplaats/concertgebouw/oefenruimte die geheel wordt geëxploiteerd en geprogrammeerd door de mensen die er gaan optreden.


Musici als sopraan Claron McFadden, pianiste Daria van den Bercken, trompettist André Heuvelman, violiste Lonneke van Straalen, componist/arrangeur Martin Fondse, componist/blazer Maarten Ornstein, sopraan Nora Fischer, altviolist en VPRO Boy Edgar Prijs winnaar Oene van Geel en saxofonist Ties Mellema, die allemaal bij gerenommeerde orkesten en/of ensembles hebben gespeeld, hebben zich aangesloten bij Splendor. Er komt muziek, maar Splendor heeft geen programmeur. Er hangen al luidsprekers, maar er is geen vast podium.


Dramm: 'Krijgen we ook niet. We zitten hier met vijftig buitenbeentjes die hun muziek allemaal op een andere manier willen presenteren. Een zo neutraal mogelijke oplossing was om dan maar geen vast podium te bouwen.' Natuurlijk, je mag er best een beetje symboliek in zien. Je mag ook zeggen dat daarmee de afstand tussen publiek en kunstenaar letterlijk wordt verkleind, een prettige bijkomstigheid. Want - typerend voor Splendor - kunstenaar en bezoeker moeten de interactie met elkaar aangaan. Splendor heeft dan ook geen aparte artiesteningang. Muzikanten en bezoekers gebruiken dezelfde deur. Of misschien is bezoekers niet het juiste woord. Een concertbezoeker is iemand die een kaartje koopt.


Dramm: 'We werken in eerste instantie niet met losse kaartverkoop, maar met een ledenbestand. Wie Splendor een warm hart toedraagt kan voor 100 euro per jaar lid worden en mag naar vijftig concerten.'


Het is het concept van crowdfunding toegepast op het exploiteren van een muziekpodium. Met het commitment van de inmiddels ongeveer achthonderd leden heeft Splendor nog voordat de deuren opengaan al een vast publiek opgebouwd. En dwars door de geur van nieuwe verf ruik je iets anders: draagvlak. Het toverwoord voor de muzieksector sinds de drastische bezuinigingen op cultuursubsidies in de periode 2013-2016 zijn ingezet. Orkesten en ensembles moesten zich er van vergewissen welk publiek ze eigenlijk bedienden en of dat er eigenlijk nog wel was. In tijden van steeds verdere afnemende subsidies, diende een groter beroep gedaan op de achterban, publiek en sponsoren voor financiering. Bestaansrecht en relevantie moesten meer worden ontleend aan de betrokkenheid van concertbezoekers. Daarmee is Splendor het blakende kindje van de culturele tijdgeest. Dramm: 'Maar het idee om het op deze manier te doen dateert nog van voor die tijd.'


Wilmar de Visser zag het in 2009 voor zich, vier jaar nadat het Amsterdamse centrum voor eigentijdse muziek de IJsbreker was verdwenen. Eeuwig zonde, vond de contrabassist van het Nederlands Blazers Ensemble en het Radio Filharmonisch. 'Mooi aan de IJsbreker was dat dezelfde ruimte waar je repeteerde ook dienst deed als concertzaal. Zo'n ruimte is bezield door de chemie tussen musici onderling en het publiek dat je, anders dan in een reguliere concertzaal, van heel nabij meemaakt. Het zou fantastisch zijn als musici weer zo iets eigens zouden hebben waar ze zelf bepaalden wat er werd gespeeld. Gewoon, omdat je iets wat je zelf vreselijk mooi vindt direct wilt delen met een publiek, zonder dat daar een programmeur of een maandenlange boekingsperiode tussen zit.


In de zomer van dat jaar raakte een hoofdstedelijk caféterras gevuld met gelijkgestemden. Er was bier, er was wijn en een niet te beteugelen dadendrang. Toen de middag avond werd, en de avond vervolgens nacht, was er zelfs een plan. Anderhalve maand later zat De Visser bij de stadsdeelraad om zich hard te maken voor een muzikantenbroedplaats annex podium. 'Maar zonder pand kom je er niet. Els Iping, de toenmalige stadsdeelvoorzitter, kwam met het voorstel iets te doen met het oude badhuis. De gemeente moest het toch al opknappen en wilde het verbouwen tot een bedrijfsverzamelgebouw. In september 2010 boden ze ons het gebouw aan. Toen we er met onze verbouwingsarchitect De Wild een kijkje hadden genomen, konden we maar één conclusie trekken: een juweeltje.'


Naast de grote zaal waar zo'n honderd man in kunnen, is er de kleinere zaal voor zo'n 65 bezoekers. Er zijn repetitieruimten in de kelder en op de tweede verdieping een zaal voor kinderconcerten en muzieklessen. Vlak naast de ingang is de bar/foyer. En geheel in de sfeer van nieuwe culturele zelfredzaamheid heeft Dramm ook leren tappen. 'Ja, we doen het echt allemaal zelf.' Er is een lift ingebouwd om het slagwerk naar boven te transporteren. Het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds stelde een vleugel beschikbaar en overal zijn er dubbele deuren en ramen.' Dramm: 'Dat moet in verband met de geluidsisolatie.' Dan met de ingehouden opwinding van een te onthullen verrassing: 'Wil je ons ventilatiesysteem zien?'


Achter een deur gaat een hok schuil waar je zonder scrupules nog een student in kwijt zou kunnen, als die niet al voor driekwart in beslag werd genomen door de roosters, buizen en leidingen van een brommend metalen monster. Dramm: 'Het is echt een beest van een installatie. Moet ook wel. Omdat de ramen niet open mogen, moet de luchtcirculatie tot in de puntjes verzorgd zijn. Zoiets kost veel geld, ja. Dat hebben we allemaal zelf betaald. De gemeente bekostigde de renovatie van het pand. Wij moesten er zelf voor zorgen dat het geschikt werd gemaakt voor zijn nieuwe functie. Er zit hier geen cent overheidssubsidie bij.'


De Visser: 'Toen het erop leek dat het plan doorgang kon vinden, ben ik mensen in mijn adressenboekje gaan bellen over hoe we de boel zouden kunnen betalen. Bram Rutten, de voormalige directeur van Centraal Beheer, maakte een begroting op een bierviltje en kwam met het idee van een stichting met leden die tegelijk donateurs zijn en per stuk 100 euro inbrengen. Om die te werven gaven onze musici onder de naam Splendor al vanaf 2011 locatieconcerten. We wisten dat we iets waardevols hadden toen er op ons eerste concert, met alleen mond-tot-mondreclame, al 450 bezoekers afkwamen. Maar het ledengeld financiert alleen de exploitatie. We hadden nog geen rekening gehouden met de enorme verbouwingskosten.'


De wording van Splendor kwam in een stroomversnelling toen de gemeente Splendor een deadline oplegde. Voor eind maart 2011 moest er voor de verbouwing een bankgarantie komen van 255 duizend euro, anders ging het hele feest niet door. 'En we hadden nog geen vijfde daarvan op de bank staan.' Het netwerk werd weer aangesproken en een bevriend advocatenkantoor opperde het idee van obligatiehouders, om vervolgens zelf actief te werven voor de muzikale vrienden.


Advocatenkantoren, notarissen, en welgestelde particulieren met hart voor de zaak werden benaderd om obligaties te kopen van 1.000 euro per stuk met een looptijd van tien jaar. De Visser: 'Zat je natuurlijk nog met het probleem van de rente. Die konden we godsonmogelijk zelf betalen. Dus kwamen we met het idee om die in de vorm van concerten uit te keren. Een obligatie levert je een concert van één Splendor-musicus op, vier een kwartet en als je maar genoeg obligaties hebt, kan je Beethovens Vijfde live door je woonkamer laten schallen.' Het geld stond eind maart op de rekening.


Dramm: 'Het sloeg aan, omdat we zelf het eerste risico hebben genomen. Dat kweekt een enorme goodwill. De vijftig kernleden zaten er voor de eerste 50 duizend euro in en we zeiden tegen aspirant-leden en mogelijke obligatiehouders 'weet dat je van harte welkom bent. En of jullie willen of niet: wij gaan ermee door.'


De manier waarop deze musici hun eigen toko gaan runnen is in Nederland op deze schaal ongekend.


Maar het gaat te ver te denken dat de Splendormethode een werkbaar alternatief is voor de manier waarop professionele podia worden gerund. 'We kunnen dit doen omdat de meeste van onze musici een deel van hun inkomsten al in andere muziekgezelschappen en op andere podia verdienen. Juist die al bestaande infrastructuur van orkesten maakt dit initiatief mogelijk. We zijn een aanvulling op het aanbod. We kunnen en willen niet concurreren met de reguliere podia. Wat we wel kunnen is op kleinere schaal een uitgaansgelegenheid, een clubhuis, bieden waar musici en publiek samenkomen. We gaan actief de dialoog aan met ons publiek, steken daar veel energie in en dat betaalt zich uit in een enorme sympathie.'


Begin december 2012 werd er begonnen met de verbouwing. Een feestelijk moment dat gevierd moest worden en dus gaven de musici een concert voor de bouwvakkers. De Visser: 'Stervenskoud was het, maar we hadden glühwein en chocolademelk.' Toen de Máxima-tranentrekker Adiós Nonino voorbijkwam, werd er hier en daar door eeltige werkmansvingers in de ogen gewreven. De Visser: 'Het klinkt misschien heel corny maar voor mij was dat het hele directe contact met je publiek, in je eigen omgeving, het bewijs dat dromen uit kunnen komen. Tuurlijk moet je in deze tijden zakelijk zijn en natuurlijk zitten we in een economische recessie. Maar dit is ook economie, de economie van het gedeelde gevoel. Kom je ook naar de opening?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden