Familieperikelen laaien op rondom moeders urn

Nachtwake..

Karin Veraart

UTRECHT Als Charlotte met veel misbaar op zoek gaat naar vakantiefoto’s en in blinde woede de godganse inhoud van een wandmeubel door de woonkamer slingert, schrik je toch echt even. Het ongelukkig samenzijn tussen twee broers en hun echtgenotes is dan al een heel tijdje gaande en we hebben al behoorlijk wat aan onverkwikkelijk familiegedoe langs zien komen, maar deze scène spant wel weer de kroon.

Het is kenmerkend voor deze Nachtwake (Lars Norén, 1983) van regisseuse Paula Bangels: de personages schakelen van dronken gemompel en gekluns naar heftige uitvallen en lijfelijke strijd, elke keer is het oppassen geblazen. Vooral die onverwachte uitbarstingen zijn vaak sterk: angstaanjagend en herkenbaar tegelijk. Bangels brengt zo kleuringen aan in het taalbolwerk van Norén, en biedt een zeker (lichamelijk) tegenwicht. Dat werkt, ook door de behendige manier waarop de acteurs met die taal blijven omgaan.

Aldus zien we een stelletje maatschappelijk redelijk geslaagde maar persoonlijk behoorlijk gefrustreerde mensen van middelbare leeftijd, tezamen op een punt in hun leven dat onherroepelijk tot enige contemplatie stemt: de dood van hun (schoon-)moeder. Het was niet direct zo bedacht, maar rondom de urn houden ze alsnog en feitelijk onvrijwillig een heel eigen nachtwake. Waarna er maar weinig nog hetzelfde zal zijn.

Charlotte (Katrien de Becker) als ongecontroleerde furie all over the place, de veel beheerster Monica (Eva van der Gucht) niet minder aanwezig, maar steeds wat terzijde; de mannen (Mathias Sercu als John, Jan van Looveren als Allan) veelal in het centrum – ze hebben zo hun eigen positie op de scène en ook dat is aardig om te zien.

Wat ze elkaar soms toevoegen zou je voorstellingsvermogen te boven kunnen gaan, en misschien om die reden heeft Bangels gekozen voor een verder wel erg realistische benadering die eigen verbeelding geen plek laat – en dat wreekt zich soms.

Plaats van handeling is het appartement van Charlotte en haar man John, tussen een nogal lelijk bijeengeraapt zootje meubels, waarin het keukenblok een vrij prominente plaats inneemt. Hier wordt voortdurend koffie gezet, gesnackt, vooral véél cognac geschonken, soep opgewarmd, iemand maakt tosti’s.

In de verte roept deze enscenering herinnering op aan de Norén die voormalig Paardenkathedraalregisseur Dirk Tanghe een paar jaar terug deed: Night and Day, eveneens een drankovergoten familie-ellende in een keuken. Dat is Norén, natuurlijk, maar opvallend is wel dat nu deze voorstelling lijdt aan hetzelfde euvel als die van toen: je verveelt je niet, maar bij geen van de personages raak je werkelijk betrokken, ondanks de beklemmende materie.

Als er sprake is van verkleden, komen ze op in een andere outfit, gaat het over een speelgoedauto dan is er een voor handen, ook een fotoboek komt uiteindelijk tevoorschijn. De voorstelling zou in dit opzicht wel met wat minder toekunnen, en absoluut met wat meer ruimte voor eigen invulling en fantasie.

Karin Veraart

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden