Familie, voetbal en dan de zaak

Zondag zit de Amsterdamse diamantair Benno Leeser (51) bij Ajax-Feyenoord in de Arena bij ‘een vriendje’ in de skybox. Maar hij juicht voor Feyenoord....

Benno Leeser heeft het al vaker moeten uitleggen. Ja, hij is geboren en getogen in Amsterdam. Ja, zijn vader Rolf (bekend van de damesmodezaken) voetbalde nog in Ajax 1. Zelf is de president-directeur van Gassan Diamonds al vijftien jaar voorzitter van de businessclub van Feyenoord.

De redenen kan hij zo opsommen: ‘Mijn vader gooide me altijd op als Ajax een doelpunt maakte. Daar had ik een grote hekel aan. En Rinus Michels, de beste vriend van mijn ouders, zei als hij bij ons thuis was tegen mij: ‘Zeg maar Ajax bah, Feyenoord hup.’ Om mijn vader te pesten. Daar schijn ik ook wat aan overgehouden te hebben. Toen ik 5 was, was ik bij de beslissende wedstrijd om het landskampioenschap tussen Ajax en Feyenoord. Feyenoord verloor met 5-1, dat vond ik zielig.’

Zelf heeft Leeser ‘redelijk goed’ gevoetbald bij AFC in Amsterdam. Hij stond niet bepaald bekend om zijn fluwelen techniek. ‘Ik was verdedigende middenvelder, ik moest het van inzet hebben. Ik was aanvoerder van de A1. Met dat team wonnen we drie keer in één seizoen van Ajax.’

Kijk eens aan.

‘Dat deed mijn hart wel goed.’

Heeft u echt een hekel aan Ajax?

‘De laatste keer dat ik in de Arena was, was bij Ajax-PSV. Toen zag ik de slogan: Ik ben rood, ik ben wit, ik ben Ajacied. Nou jongens, dacht ik, dit is niet helemaal mijn stijl.’

Waarom niet?

‘Omdat ik zelf bij zo’n reclamecampagne denk: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Ik ben iets meer basic.’

Het zijn barre tijden voor de Feyenoordfan.

‘Het is niet makkelijk, maar dat hebben we vaker meegemaakt. Daar word je een grote jongen van.’

Wat moet er bij die club gebeuren?

‘Tja, wat moet er gebeuren? Ik was graag in het bestuur gekomen, maar ik ben niet gekozen. Volgens mij mede omdat ik niet hoor bij het old boys-netwerk van de heer Blankert (oud-voorzitter van NOC*NSF, lid van de commissie die een nieuw bestuur samenstelde, red.).

‘Dat vind ik jammer, want ik denk dat het tijd was voor een aantal mensen om... We hadden best een goede groep kunnen formeren die er vol tegen aan zou gaan. Dat had ik graag gedaan.’

Is het nog een mogelijkheid, ooit?

’Geen idee. Je moet gevraagd worden, dus mag je niet al te openbaar solliciteren. Dat doe ik nu al half.’

Er zijn financiële problemen bij Feyenoord. Kan de businessclub daar iets aan doen?

‘We spelen daar wel een rol in, maar dat gaat om veel kleinere bedragen dan die tegenwoordig nodig zijn voor een voetbalclub.’

U zou de club niet kunnen redden?

‘Nee, nee.’

Zou u dat willen?

‘Nee. Ik ben geen voorstander van het Chelsea-model’ (Engelse club met een steenrijke voorzitter. red.).

Waarom niet?

‘Dat past niet bij Feyenoord. Daar is het, nogmaals, meer doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. En het is een risico, afhankelijk worden van één persoon.’

U heeft wel eens gezegd dat sport voor u belangrijker is dan werk.

‘Nou ja, mijn volgorde is altijd: familie, voetballen, zaak.’

Zou u niet liever alleen maar bij Feyenoord willen werken?

‘Voorlopig moet ik nog werken om in mijn onderhoud te voorzien.’

Leeser praat graag in voetbaltermen over zijn baan als president-directeur van Gassan Diamonds, het bedrijf dat zijn opa Samuel Gassan heeft opgericht. De paralellen zijn duidelijk, vindt hij. ‘Ik was van jongsafaan aanvoerder van het voetbalelftal, dat zit in mijn karakter. Ik heb een bepaald organisatievermogen, ik heb een drive, ik werk hard. Ik wil de mensen om me heen beter maken.

‘Een voetbalcoach kan de tactiek neerzetten, maar hij is niks zonder de spelers. Dat geldt voor de directeur ook. Zonder de mensen op de vloer ben ik niks. Die moet je de verantwoordelijkheid durven geven. Je moet niet alles zelf doen.’

Heeft het vak van diamantair u altijd aangetrokken?

‘Retail heeft me altijd enorm aangesproken. Ik zou oorspronkelijk bij mijn vader gaan werken, in de mode. Toen mijn ouders scheidden, had ik geen zin om met de nieuwe vrouw van mijn vader te gaan werken. Mijn grootvader vroeg toen nogmaals of ik het wilde proberen bij Gassan Diamonds, daar was geen opvolging. Toen heb ik gezegd: ik wil het wel proberen, maar ik wil na een jaar nee kunnen zeggen – zonder familiedrama’s. Ruim 33 jaar later zit ik hier nog.’

Wat maakt het vak dan zo mooi?

‘Ik vind het leuk om aan het eind van de dag te kunnen tellen wat er is verkocht.’

Bent u daar goed in, verkopen?

‘Ik ben een echte retailer, denk ik.’

Bent u dat in aanleg, of bent u dat door de jaren heen geworden?

‘Ik heb die ervaring van huis uit. Ik weet dat mijn vader en moeder de omzetten aan elkaar doorgaven zonder dat wij het mochten weten. Dat ging met codes, die hadden mijn broer en ik snel door; dan wisten wij of het een goede of een slechte dag was.’

Na de havo bent u meteen gaan werken.

‘Ik wou helemaal niet studeren. Studeren kwam niet in mijn vocabulaire voor.’

Hoe kwam dat?

‘Ik hou van doen. Ik heb nog wel eens een marketingcursus gedaan, maar ik denk dat de praktijk de beste leerschool is.’

In het diamantenvak zijn ook veel praktische functies. Heeft u nooit slijper willen worden?

‘Nee. Iets met mijn handen doen past niet bij me; ik heb écht twee linkerhanden en ik mis het geduld. De eigenschappen die ik zoek in een slijper, heb ik beslist niet.’

Houdt u van diamanten?

‘Ja. Ik vind diamanten op zich wel heel mooi.’

U heeft het na 33 jaar nog niet gezien met die steentjes?

‘Ik vind diamanten prachtig. En we hebben horloges, pennen en aanstekers toegevoegd aan ons assortiment. Horloges vind ik veel meer een mannenartikel dan diamanten. Diamanten zijn heel mooi bij mijn vrouw, voor mijzelf vind ik het niet echt...’

Dragen mannen geen diamanten?

‘Tegenwoordig worden wat meer herenringen gedragen, maar die zal ik zelf niet dragen.’

U heeft vijfhonderd mensen in dienst. Neemt u iedereen zelf aan?

‘Nee, maar degene die ze aanneemt, heb ik zelf opgeleid. We doen het een beetje op een onorthodoxe manier; heel snel. Gedeeltelijk zal dat het ongeduldige aan me zijn, aan de andere kant denk ik dat ik het heel snel zie. Een eerste indruk is vaak genoeg. Waar ik met name op let is of de sollicitant durft te praten. Een bepaalde drive vind ik belangrijk. Ik heb zelf niet kunnen studeren, dus daar zet ik me misschien een beetje tegen af. Ik geloof met name in willen.’

Minder dan in een opleiding?

‘Ja. Alhoewel, opleiding wordt tegenwoordig wel belangrijker, maar ik geloof zelf enorm in de drive, in durven. Ik denk dat wij een product hebben dat van A tot Z goed moet zijn. Een glimlach is daar heel belangrijk bij. Dat is voor de toekomst ons grootste probleem, in z’n totaliteit: om genoeg goed personeel te kunnen vinden.’

Waarom?

‘Dat heeft te maken met mentaliteit. Als ik in het Verre Oosten kom, zie ik dat men veel meer servicegeoriënteerd is dan hier.’

Hoe zijn wij dat kwijtgeraakt?

‘Als ik bijvoorbeeld business of first reis in het Verre Oosten, dan krijg je als eerste je koffer. Ik heb hier nog wel eens het idee dat als je businessclass reist, je als láátste je koffer krijgt. Ik denk dat dat niet goed is; die mensen hebben uiteindelijk meer betaald en hebben recht op extra service. Dat kennen we in Nederland minder.’

Is dat afgunst?

‘Half afgunst, half: doe maar gewoon, dat is al gek genoeg. Daar ben ik het soms mee eens, maar aan de andere kant vind ik: als je meer betaalt, heb je recht op iets extra’s.’

Hoe ziet een dag van Benno Leeser er uit?

‘Een dag van mij begint redelijk op tijd, ik kijk eerst wat we dag daarvoor verkocht hebben. Dan houd ik in de gaten van welke leveranciers er hoeveel is verkocht en houd ik de marge in de gaten, of die goed is. Dan houd ik het financiële plaatje bij, wat we ontvangen hebben, wat we moeten betalen. Daarna zijn er vergaderingen en komt een aantal klanten langs. Al help ik zelden nog individuele klanten.’

In welke gevallen nog wel?

‘Dat ligt er aan. Wat ik doe, met name voor toeristen, is dat ik hier en daar een handje geef. Zeker de betere Amerikaan, die vindt het heel leuk als hij koopt van de kleinzoon van de oprichter van het bedrijf. Daar maak ik op een gezonde manier gebruik van.’

Toch nog even, welke klant helpt u persoonlijk?

‘Dat ligt eraan.’

Heeft dat te maken met de grootte van de uitgave?

‘Nee hoor, dat zeg ik ook tegen mijn mensen. Soms is het belangrijker dat we voor de zoon van een grote klant zijn Swatch goed regelen. Dat maakt meer indruk dan het bedrag waarvoor de persoon zelf koopt. De kinderen en kleinkinderen moeten ook goed geholpen worden. Dat vertelt zich ook door.’

Binnenkort komt een film uit over de enorme diefstal in 2001, toen een medewerker een magnetrondoos vol diamanten – met een waarde van 20 miljoen gulden – naar buiten tilde. Wat vindt u daarvan?

‘Ik vind het niet leuk. Maar ik kan het niet tegenhouden. Ze hebben gevraagd of ze hier opnamen mochten maken, maar daar hebben wij uiteraard nee tegen gezegd. Hier intern heeft de diefstal een aantal mensen geestelijke problemen bezorgd. Daarom werken we niet mee. En het had ook helemaal mis kunnen gaan, het voortbestaan van het bedrijf waar vijfhonderd mensen werken werd bedreigd.’

Heeft de diefstal u veranderd?

‘Als mens? Nee, eigenlijk niet. Het was voor ons het begin van een mindere periode, we kregen meteen daarna 11 september en in 2003 de ziekte Sars, waardoor minder mensen het vliegtuig pakten. Het goede van slechte tijden is dat je: A je vrienden leert kennen en B: het goede nog beter weet te waarderen.

‘En je leert ervan. Het blijft iets dat je nooit van je leven hoopt mee te maken, maar toen het gebeurde, moesten we er zo goed mogelijk mee omgaan. Wat wij achteraf gezien wel goed hebben gedaan, is dat we meteen met de billen bloot zijn gegaan in de pers, daardoor hebben we het minder mysterieus gemaakt. Als je het onder het tapijt probeert te schuiven, word je afgemaakt. En terecht.

‘Er is een bekende voetballer die ook ooit één jaar bij een goede club heeft gespeeld, die zegt: Elk nadeel heb z’n voordeel. Het heeft ons publicitair wel meer op de kaart gezet. Daar moet ik heel eerlijk in zijn.

‘Het is misschien niet de beste associatie met de naam Gassan, maar omdat wij het wel redelijk hebben opgepakt, zeg ik heel eerlijk dat ik er vandaag de dag ook nog wel eens een klant door krijg.’

Is het de grootste blunder geweest in uw carrière bij dit bedrijf?

‘Tja. Ik weet dat ik ooit, toen ik hier net werkte, tegen iemand zei waar zijn vrouw bij was: je hebt voor dat en dat bedrag gekocht. Dat is natuurlijk niet netjes, als die vrouw precies weet wat het kost. Dus zo maakt ieder mens z’n beginnersfouten. Het is belangrijk dat je van je fouten leert.’

Wat heeft ú van ervan geleerd?

‘Altijd zorgen dat je niet te afhankelijk bent van banken. In je expansiedrift moet je uitkijken dat je genoeg eigen middelen hebt.’

En qua beveiliging, is dat strenger geworden?

‘Daar spreken we nooit over. Maar het zou gek zijn als we bepaalde dingen niet zouden hebben nagekeken.’

Heeft u zich wel eens afgevraagd hoe u die werknemer zo verkeerd hebt kunnen inschatten?

‘Ja. Maar goed, dat kan ik morgen nog een keer doen. Nogmaals: die ene persoon had dit nooit kunnen doen, als we met z’n allen continu alert waren geweest.’

Heeft u nog grote plannen voor de komende tijd?

‘We hebben op het vliegveld van Singapore vijf jaar een horlogewinkel gehad. Die moest dicht. Ik zou in dat land graag weer een winkel hebben.’

Waarom daar?

‘Op Singapore is het heel prettig werken. Na vier jaar werd een horloge gestolen van 240 Singapore dollars. Waarop de directeur daar ter plekke zei: al het personeel moet nu 20 dollar betalen. Ik zei dat het mij niet nodig leek, dat is het risico van de ondernemer. Maar hij antwoordde: This is Singapore, stealing is not normal here. They have to pay it, I am the boss.

‘Ik zie me dat in Nederland met de vakbonden nog niet helemaal doen. Maar goed, daar ging het zo.’

Maar is dat een prettige manier van werken?

‘Het is nogal zwart-wit. Maar het betekent wel dat je je veiliger voelt als je in Singapore op straat loopt. Het geeft het service-idee aan. En de discipline. Die mentaliteit vind ik goed. Al is dit een wat extreem voorbeeld.’

En die mentaliteit vindt u ook terug bij Feyenoord?

‘Die geen-woorden-maar-daden-mentaliteit vind ik wel een prettige, ja.’

Wat wordt het zondag tegen Ajax?

‘Met dit elftal wint Feyenoord makkelijker bij Ajax dan dat ze uit bij RKC winnen. Als Feyenoord het spel niet hoeft te maken, zijn er mogelijkheden.

‘Ik hoop op een nipte overwinning waarbij Ajax het betere van het spel had.’

Waar zit u?

‘Bij een vriendje waarschijnlijk, in een box.’

Hoe beweegt u zich door de Arena?

‘Dat is niet zo’n probleem. Maar juichen voor Feyenoord in de Arena doet altijd goed.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.