Familie in het buitenland helpt Somaliland de droogte door

Somaliland kampt met extreme droogte. Dat die nog niet heeft geleid tot een humanitaire ramp is te danken aan de sterke Somalische clancultuur. De familieleden die verspreid over de wereld wonen springen bij. 'Maar er er is een grens aan wat familie kan betekenen in zo'n crisis.'

Een man laadt door de droogte gestorven geiten op zijn kar om ze buiten Burao te verbranden en op die manier de uitbraak van ziekten te voorkomen.Beeld Sven Torfinn

Begin januari reed Ahmed Salebaan Awil voor het laatst met een auto vol levensmiddelen en water naar zijn familie in het door de droogte getroffen nomadengebied van Somaliland. Inmiddels is ook het laatste vee gestorven, zit de familie in een vluchtelingenkamp en is hij dus al weer bezig met de volgende inzameling. Dat zijn familie in het buitenland meebetaalt is 'vanzelfsprekend', zegt hij. 'Wij Somaliërs helpen elkaar altijd. Dat is onze cultuur.'

Bij de 2 miljoen Somaliërs wereldwijd die jaarlijks ruim 2,3 miljard euro overmaken naar familie in het thuisland staat de telefoon al maanden roodgloeiend. In Somaliland, de noordelijke onafhankelijke deelstaat van Somalië, is de aarde niet zo verschroeid geweest sinds de grote droogte van 1974. Het heeft al drie jaar niet geregend, de kleur groen is verdwenen uit het landschap. In het district Togdheer, een van de drie zwaarst getroffen regio's, is zeker 80 procent van het vee gestorven. Tussen de in het zand verspreide kadavers knagen de overgebleven vermagerde geiten aan verdorde struiken.

Als de nood te hoog wordt, zoals nu, belt Ahmed Salebaan Awil (28) zijn familieleden in Nederland, Engeland en de Verenigde Staten en sturen ze hem wat ze kunnen missen. 300 dollar leverde het laatste telefoontje op, met zijn eigen inbreng genoeg om voor een maand rijst, bloem, suiker en olie te kopen, vertelt hij in zijn kleurrijke kruidenierszaak in het handelsstadje Burao die hij heeft opgezet met hulp van zijn neef Nasir Ali uit Almere.

Salebaan Awil weet dat zijn Nederlandse neef, die een goede baan bij Xerox heeft, niet rijk is. 'Ik blijf aan mijn familie uitleggen dat hij ook zijn eigen onkosten heeft, maar het wil er niet in.' Met een vinger kun je je gezicht niet wassen, zo luidt een Somalische gezegde. En dus blijft Ali geld overmaken vanuit Nederland - 500 euro is er nu onderweg. 'Je laat je familie nu eenmaal nooit vallen, dat is inherent aan de Somalische clancultuur', zo legt hij eerder dit jaar uit op de winterse dag in een Haagse lunchroom.

Dat de enorme droogte die de hoorn van Afrika heeft getroffen en miljoenen nomaden met hongersnood bedreigt, in Somaliland nog niet is uitgelopen op een humanitaire ramp is te danken aan de sterke Somalische clancultuur. Die vereist dat 'de clan' - bepaald door de voorvaderen van de vader tot soms wel twintig generaties terug en al het mannelijke nageslacht - elkaar te allen tijde steunt.

De nabije 'clan' van Salebaan en Ali is een vertakking van de Isaaq, de voornaamste clan in Somaliland, en telt zo'n zeshonderd familieleden. Als klein jongetje in Somalië moest Ali al de namen van zijn ooms en neven uit zijn hoofd leren.

Verwoest land

Tankwagens met water rijden af en aan over de enige geasfalteerde weg vol kuilen in het door burgeroorlog verwoeste land. Af en toe worden ze ingehaald door vrachtwagens vol qat die in een zandwolk uit Ethiopië komen scheuren om de stimulerende blaadjes op tijd bij hun gebruikers te krijgen na het middaggebed.

De keienweg naar het dorpje in het subdistrict Qoryaale is veranderd in een woestijnlandschap, waarin het zand alle kanten uitstuift en de auto wegzakt. 'Het vee is niet meer te redden, maar als dit nog een paar maanden doorgaat sterven ook de mensen', zegt districtshoofd Bile Jaama Musa terwijl hij leunend op zijn krukken - hij verloor een been in de oorlog - vertwijfeld naar de dode dieren om hem heen staart.

Of april regen zal brengen is nog maar de vraag. Vanwege het klimaatfenomeen El Niño vertrouwen de nomaden niet meer op hun traditionele weersvoorspellingen, gebaseerd op de stand van de maan en sterren. 'Insjallah' - als God het wil, zeggen de nomaden dus maar als ze hun blik naar de hemel wenden en het laatste water uit de tientallen putten in de zanderige rivierbedding bij het dorp proberen te schrapen en in gele jerrycans aan hun ezels en kamelen hangen.

Tekst gaat verder onder de foto.

Ahmed Salebaan Awil (links) in zijn kruidenierswinkel in Burao. Zijn neef in Nederland stuurt geregeld geld waarmee hij inkopen kan doen voor zijn door droogte getroffen familie.Beeld Sven Torfinn

Buiten de dorpen is helemaal geen water te bekennen. Zelfs de kamelen bezwijken onder de extreme droogte, waardoor de nomaden diep in het binnenland zonder transport komen te zitten en volledig geïsoleerd dreigen te raken. Buiten een van die afgelegen hutjes herinnert een stapel botten aan betere tijden, alleen de kamelenkop is nog herkenbaar tussen de zwerm vliegen. Ondanks de zichtbare ramp is van een officiële noodsituatie nog geen sprake, de gebruikelijke hulporganisaties zijn in geen velden of wegen te bekennen.

'We hebben geen buitenlandse hulp nodig', vindt gouverneur Mahamoud Ali Ramah van het district Toghdeer. 'De regen komt heus wel weer, insjallah. Mensen hier zijn gewend dat vee sterft', vertelt de uit Amerika teruggekeerde gouverneur in zijn luxueuze residentie waar hij rust na de lunch en het middaggebed. 'Als je vijftig dieren overhoudt zijn het er binnen twee jaar weer 150.'

Volgens Ramah doet de overheid zijn best door water in de meest afgelegen gebieden water af te leveren. In de steden waar mensen naartoe vluchten die al hun vee hebben verloren, wacht bovendien hulp van familie. Niks aan de hand dus. 'Dit is de Somalische cultuur; we delen en helpen elkaar in tijden van schaarste. Insjallah', zegt hij en neemt een hijs van zijn Marlborosigaret - in de Verenigde Staten stond hij achter de lopende band van het bedrijf.

Vicieuze cirkel

De lakse houding van de overheid drijft lokale hulpverleners en ook de Somalische diaspora tot wanhoop. 'Het is een vicieuze cirkel', klaagt een Canadese Somaliër die op familiebezoek is in Burao. 'Omdat de overheid niets doet, moeten wij helpen. En omdat wij helpen, hoeft de overheid dus niets te doen.' Zelf wordt hij weleens gek van al die telefoontjes. 'Het is nooit genoeg en ze kunnen hier maar niet begrijpen dat het geld ons niet op de rug groeit. Ik heb een mooie baan bij Walmart, maar ik ben bepaald niet rijk.'

'We snappen dat de overheid beperkte middelen heeft, maar er is een grens aan wat familie kan betekenen in zo'n crisis', zegt ook Alsalan Awke van de lokale hulporganisatie Soydavo in Burao die hoopt op internationale hulp om de ontheemden in de stad te kunnen helpen. 'De droogte zat er allang aan te komen, maar de overheid heeft er niet op geanticipeerd. Ministers zijn nu pas het land in om de situatie in kaart te brengen. Tegen de tijd dat ze aan de bel trekken en de internationale hulp op gang komt is het voor velen te laat.'

Volgens Awke vertrouwt de overheid te veel op de Somalische clancultuur terwijl lang niet iedereen rijke familie in het buitenland heeft. De meeste nomaden moeten het doen met hulp binnen de eigen dorpsgemeenschap of van familie in de stad. Maar in een stad als Burao die volledig drijft op de handel van vee is de droogte ook hard aangekomen. Slagers, slachters, transporteurs en handelaren zitten duimen te draaien terwijl er elke dag meer families van het platteland aankomen die hun vee zijn kwijtgeraakt en om hun hulp vragen.

In het snelgroeiende kamp aan de rand van Burao delen de ontheemden nog alles met elkaar, maar het kan zo niet langer doorgaan, waarschuwt het kamphoofd. 'Er is geen water, geen voedsel en de hygiënische situatie in het kamp is ronduit alarmerend.'

In de laatste weken zijn meer dan driehonderd berooide families in het kamp neergestreken. Voor sommigen hebben familieleden nog het transport naar de stad voor het overgebleven vee betaald, maar die hulp kwam voor de meeste dieren te laat.

Wankelende geitjes

Voor een van de in de haast opgetrokken bolhutjes van takken en lappen staan vier magere geitjes te wankelen op hun poten. De vrouwen en hun kinderen die de dag ervoor zijn aangekomen, kijken onbewogen toe hoe eentje zijn laatste adem uitblaast.

Terwijl hij nog aan het stuiptrekken is, tillen ze hem op en leggen hem op de met vliegen omgeven hoop met dieren die eerder het lootje hebben gelegd. 'We hadden tweehonderd dieren, nu hebben we niets meer', verzucht de 21-jarige Rahma Abdi Mohamud terwijl vier zieke kleuters aan haar felrode gezichtssluier hangen. Wat er nu met hen moet gebeuren? 'Alleen Allah weet het.'

De familie van Nasir Ali is in een crisisfase terechtgekomen. 'We zamelen nu weer bij elkaar zo'n duizend euro in om nog deze week eten en water te laten brengen. Al het vee is dood en ze zitten nu in een kamp met andere vluchtelingen. Daar delen ze ook weer alles met elkaar. Dus wat je ook brengt, het is nooit genoeg. Het is om gek van te worden', lacht hij. 'Maar ja, we blijven elkaar toch helpen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden