Column

Fallujah is symbool van veerkracht en onmacht

De week van Paul Brill

Fallujah - ik moet er begin jaren tachtig langs zijn gekomen tijdens een monsterlijk lange busreis van Amman naar Bagdad, op weg naar de frontlinie in de Iraaks-Iraanse oorlog. Het knooppunt aan de rivier de Eufraat had toen al ruim 300 duizend inwoners, zoiets als Utrecht, dus de stad kan me moeilijk zijn ontgaan. Misschien zijn we er zelfs even gestopt. Maar ik heb er totaal geen herinnering aan.

Irakese overheidstroepen ten zuiden van Fallujah tijdens een operatie om het gebied te heroveren op Islamitische Staat. 3 juni 2016. Beeld afp

Tot mijn grote spijt, want Fallujah zou later een prominente rol spelen in de lotgevallen van Irak. In 2004 was de stad het toneel van de eerste grote soennitische opstand na de val van het regime van Saddam Hoessein. In twee heftige gevechtsrondes maakten Amerikaanse mariniers, geholpen door een Iraakse legereenheid die voornamelijk symbolische betekenis had, een einde aan het verzet. De tol was hoog en de verwoesting groot. Meer dan 1.500 opstandelingen vonden de dood, aan Amerikaanse kant sneuvelde een honderdtal mariniers. Het aantal burgerslachtoffers is nooit precies vastgesteld, maar zal zeker enkele tientallen hebben bedragen. De helft van alle huizen in de stad was zwaar beschadigd.

En toch krabbelde Fallujah overeind. Er werd herbouwd en de meeste gevluchte inwoners keerden terug. Toen de stad twee jaar geleden in handen van IS-strijders viel, woonden er weer ruim 300 duizend mensen. Vanwege de ongenaakbare IS-bezetting en in het zicht van de huidige belegering zijn velen voor de tweede keer gevlucht, maar nog steeds bevinden zich zo'n 50 duizend mensen binnen de stadsgrenzen.

Fallujah staat symbool voor zowel de veerkracht als de hulpeloosheid van Irak. Het was een klein wonder dat de stad zich in korte tijd wist te herstellen, maar de nieuwe rampspoed was in zekere zin een accident waiting to happen. Het land lijkt onmachtig om de diepe tegenstellingen - die er altijd al waren, maar gedurende het Saddam-tijdperk ten koste van duizenden doden werden toegedekt - te boven te komen.

Er is in het Midden-Oosten, maar ook in het Westen geen gebrek aan commentatoren die de verantwoordelijkheid daarvoor onverminderd in de schoenen van George W. Bush schuiven. Die heeft met zijn invasie en zijn democratiseringsproject de doos van Pandora geopend.

De gehoopte Iraakse democratie naar westers model was inderdaad een fata morgana en bij het najagen ervan werden pijnlijke misstappen gemaakt. Maar ik vind dat anno 2016 de hoofdverantwoordelijkheid voor de wanorde toch echt bij de Irakezen zelf ligt. Zij etaleren een kolossaal onvermogen om de sektarische strijdbijl te begraven.

Ik schrijf 'de Irakezen', maar de verantwoordelijkheid kent natuurlijk gradaties. Het ergste kwaad komt voor rekening van de sjiitische leiders en hun sponsors in Teheran. Zij hebben van de val van de door soennieten gedomineerde dictatuur een sjiitische machtsovername gemaakt, die ook nog eens gepaard gaat met bloedige botsingen tussen rivaliserende facties.

De grootste boosdoener is ex-premier Nouri al-Maliki, die de staat tot een voertuig van zijn eigen sjiitische achterban maakte, waardoor soennieten en Koerden vergaand vervreemd raakten van het centrale gezag in Bagdad. Zijn opvolger, de huidige premier Haider Jawad al-Abadi, wil het over een andere boeg gooien, maar is duidelijk niet in staat om zijn wil op te leggen aan de diverse sjiitische groeperingen en hun milities.

En laten we zeker ook niet de destabiliserende rol van Iran over het hoofd zien. Teheran heeft een dubbel belang in zijn buurland: zorgen dat het een stevige vinger in de pap heeft in Bagdad en tegelijk verhinderen dat Irak ooit weer een sterke staat wordt die Irans regionale hegemonie zou kunnen aantasten. Dat lukt tot nu toe uitstekend.

Nouri al-Maliki in gesprek met president Obama in 2013. Beeld epa

Ook het nucleaire akkoord met de Verenigde Staten brengt daarin kennelijk geen verandering. Het dwarszitten van de Amerikanen blijft een belangrijke ingrediënt van de Iraanse politiek, zoals ook blijkt uit de toenadering tot de Afghaanse Taliban. Toen deze nog aan de macht waren in Kabul, had het een haar gescheeld of Iran was het oostelijke buurland binnengevallen. Maar nu worden Talibanstrijders hulp en toevlucht geboden. Ook hier spint Iran garen bij onderhuidse intriges, die de instabiliteit in stand houden.

Van de Iraanse strategische heroriëntatie waarop sommigen hoopten, is dus vooralsnog geen sprake. De VS blijven een vijand van formaat voor de ayatollahs. En de vijand van die vijand is hun vriend. Nou ja op z'n Midden-Oosters: een frenemy, een vrijand.

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant. Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.