FALLISCHE VERBANDEN

Hij is van origine schilder, maar maakte talloze films en video's. De Britse kunstenaar Isaac Julien (1960) is dit jaar 'Artist in Focus' op het filmfestival in Rotterdam....

'Wat? Madonna?'

Isaac Julien schrikt van de opmerking dat zijn film Looking for Langston sprekend op Madonna's videoclip Vogue lijkt. Beleefd maar resoluut ontkent hij in geaffecteerd Engels elke overeenkomst. Maar hij kan er wel om lachen. Als een drilpudding schudt zijn hele lijf ervan. Het personeel van de lunchroom in het hippe complex The Sketch lacht verontschuldigend mee. Ze kennen 'Mr. Julien'. In de lounge achterin, vlakbij de eivormige toiletten, exposeerde hij drie maanden geleden nog lichtbeelden boven de witte leren sofa's. En natuurlijk mogen we boven even kijken naar het 'duurste restaurant van Londen', dat tot zijn grote spijt is volgeboekt. 'Daar spreken we de volgende keer af.'

Het klassieke restaurant had het decor kunnen zijn van Juliens gefilmde hommage aan de Afro-American dichter Langston Hughes ('Kent u hem niet? Hij staat op een Amerikaanse postzegel'). Het homo-erotisch getinte Looking for Langston speelt zich af in een nachtclub-achtige entourage, waarin mannelijke acteurs gestileerd dansen in smoking, met een champagneglas in de linker- en een sigaret in de rechterhand.

Het was naast een ode aan de Amerikaanse dichter ook een huldebetuiging aan de Harlem Renaissance, de opkomst van een zelfbewuste, zwarte cultuur in New York in de jaren twintig. Voor Julien zelf betekende het een doorbraak: de film won zo'n vijftien prijzen.

Ondertussen is Isaac Julien (1960) al lang geen onbekende meer. Hij maakte documentaires voor de BBC, regiseerde MTV-videoclips van Peter Gabriel en Youssou N'Dour, doceert African American Studies op de Harvard University en werd drie jaar geleden nog genomineerd voor de Turner Prize.

En dan zijn er natuurlijk zijn talloze films en video's, waarmee hij dit jaar Artist in Focus is op het Rotterdamse Filmfestival. En dat terwijl Julien van origine een schilder is, opgeleid aan de destijds befaamde St Martin's School of Art in Londen, waar ook Gilbert & George, Richard Long en Jan Dibbets hebben gestudeerd.

Die schildercarri duurde overigens niet lang. Wat niet kwam door zijn werk, maar door Juliens afkeer van de kopers. 'Ik raakte getraumatiseerd door het publiek. Verkocht schilderijen aan vrouwen met grote hoeden, zoals die rondlopen bij de Royal Ascot-paardenraces. Ik kon er niet meer tegen.'

Hij noemt zich een 'product van '68', het jaar van de studentenopstanden, hoewel hij toen pas acht jaar oud was. Maar het moet gezegd: Julien was er snel bij. In contact gekomen met andere cineasten in het Londense East End, stortte hij zich beginjaren tachtig op de film. Hij was medeoprichter van Sankofa, een collectief van zwarte filmers en videomakers.

Al op 23-jarige leeftijd maakte hij zijn eerste vijfenveertig minuten durende documentaire video: Who Killed Colin Roach? Drie jaar later zijn eerste anderhalf uur durende fiction feature (avondvullende speelfilm) The Passion of Remembrance, op 16 mm, over 'black feminism and black gay politics'.

In die tijd draaide Julien alles nog in zwart-wit. Black and white - dat was niet voor niets. Het ging om strijd en erkenning. Grote invloed op Julien had dan ook de Blaxploitation, het genre van 'small budget, big action and bigger Afro movies' uit de jaren zeventig. Het was de ultieme vorm van verzet - Black Power - tegen het blanke establishment. Of zoals James Ponlewazik in Time Magazine schreef: 'Blaxploitation didn't have a dream, it had a shotgun.' Deze films werden overigens, heel pragmatisch, deels gefinancierd door het destijds noodlijdende Hollywood, dat door deze goedlopende black cinema het hoofd boven water kon houden: er bleek een nieuw (zwart) publiek te zijn aangeboord.

Als tiener had Julien de films in Londen al gezien. Maar hij werd er pas echt door gegrepen toen hij les gaf op Harvard. Hij bestudeerde de films, als een stijlvorm en als maatschappelijk fenomeen, om er vorig jaar uiteindelijk een documentaire over te maken: Baadasssss Cinema.

Niet dat Julien zelf Blaxploitation-films maakt. Hij noemt zijn eigen werk eerder Post Black Art. Want inmiddels, zo zegt Julien, is de strijd voor erkenning gestreden. 'We hoeven ons niet meer te bewijzen. En we hoeven ons geen ''zwarte kunstenaars'' meer te noemen. We zijn gewoon kunstenaars.'

Als bewijs daarvoor haalt Julien verschillende covers van het toonaangevende Amerikaanse kunsttijdschrift Artforum aan, waarop de afgelopen jaren met regelmaat zwarte kunstenaars en tentoonstellingsmakers stonden afgedrukt, zoals de Engelse videomaker Steve McQueen en Okwui Enwezor, directeur van de laatste Documenta in Kassel. Chris Ofili kreeg de Turner Prize, voor een Black Madonna-schiderij.

Afkomst speelt geen rol meer als het gaat om erkenning, vindt Julien. Hij wijst op de misvatting rond de Young British Artists: ook die zijn minder blank dan iedereen denkt. De Chapman Brothers hebben Griekse voorouders. Tracey Emin heeft Turkse roots. Anish Kapoor komt uit India.

Julien zelf is in Engeland geboren. Zijn ouders emigreerden meer dan vijftig jaar geleden van St. Lucia, het 'slaveneiland' in de Carasche Zee, naar Londen. Geen werk, geen geld, dat waren de belangrijkste drijfveren. Zijn moeder weigert terug te keren. Ze is niet voor niets vertrokken. Ze gaat liever met vakantie naar ItaliDat haar zoon regelmatig naar de Caran vliegt vindt ze maar 'nostalgisch'.

Julien denkt daar anders over. Voor de laatste Documenta in Kassel (2002) maakte hij Paradise Omerus. De titel verwijst naar Derek Walcotts dichtwerk Omeros en de Odyssee van Homerus. Julien maakte van de beide vertellingen een Trans-Atlantisch omzwervingsepos, pendelend tussen St. Lucia en Londen, tussen kolonie en metropool. Aldus uitdrukking gevend aan de historische slavenhandel en eigentijdse migratie. Maar ook aan zijn eigen familiaire achtergrond en de twijfel waar hij nu precies thuishoort.

Paradise Omerus is sterk autobiografisch of 'semi-autobiografisch', zoals de meeste films van Julien. Zo heeft zijn moeder de voice-over ingesproken voor Vagabondia. Aanleiding voor Looking for Langston was, dat eind jaren tachtig veel van zijn vrienden stierven aan aids.

Maar Julien wil de persoonlijke motieven liever niet beklemtonen. Vragen erover omzeilt hij. Alles wat hij erover wil zeggen is afstandelijk en theoretisch. Het gaat niet over hem, maar over film. Hij is een genrefilmer die het medium zelf onderzoekt. Julien mt geen films, hij 'deconstrueert de cinematografische iconografie', legt 'fallische verbanden' en probeert 'meta-cinematische ervaringen' op te roepen.

Voor een breed publiek is zijn werk niet weggelegd. Net zo min als voor de grote filmdistributeurs. In 1991 maakte Julien Young Soul Rebels, een portret van de multiraciale muziek-scene in Londen tijdens de jaren tachtig. De film kreeg in Cannes weliswaar een prijs, maar bleef onopgemerkt door Hollywood. Het zou zijn laatste feature-film zijn: 'Het was inderdaad niet mijn beste.' Ondertussen lonkte de kunstwereld, waar hij oorspronkelijk vandaan kwam.

Dat de bioscoop te veel entertainment biedt en te zeer op het grote geld is gericht, tja, dat kan Julien nu wel zeggen. Maar hij moet ook toegeven dat hij destijds gewoon geen sponsors meer kon vinden voor zijn cinematografische experimenten.

'De filmindustrie heeft vooropgezette ideeover waar films over moeten gaan. Het is conservatief. De kunst is veel vrijer. Gelukkig maar, want mijn films zijn niet zo narratief.'

Je kunt zijn werk inderdaad nauwelijks op een coherent verhaal betrappen, met een begin en eind. Laat staan dat er een plot is. The Long Road to Mazatl(1999) is een homo-erotische western, waarin twee cowboys elkaar proberen te verleiden. In Vagabondia (2000) gaat een inbreker in het Sir John Soane's Museum in Londen plotseling dansen. The Attendant (1993) lijkt het dromerige relaas van een leer-fetisjist. Nee, veel ontwikkeling zit er niet in zijn films.

Belangrijker dan de gebeurtenissen is de typering van de personages - zwarte dichters, homoseksuele cowboys, leernichten, Creools sprekende migranten - en vooral de omgeving waarin de scs zich afspelen. Julien heeft een goed oog voor broeierige landschappen en interieurs. Maar ook voor de rijke kunstgeschiedenis. Veel van zijn films spelen zich af in een museum, het liefst gevuld met de weelderige sculpturen en schilderijen uit de barok.

En dan zijn er nog het uitgesproken camerawerk, de montage en beeldnabewerking. Trage shots, veel close-ups, vreemde camerastandpunten, scherpe zwart-wit-tegenstellingen en het tropische kleurgebruik, waarover Julien eens vertelde dat hij de kleuren 'ophoogde om een schilderkunstig aspect te bereiken'. De laatste jaren laat Julien zijn film- en videobeelden daarbij op splitscreens zien: twee of drie beelden tegelijk naast elkaar, soms tegen verschillende wanden. In zijn weelderige vocabulaire en hyperkleuren werkt dat nog hallucinerender.

Geen film dus maar kunst, geen bioscoopprojecties maar museale beeldinstallaties. En daarmee keert Julien, nu als kunstenaar op het filmfestival, toch weer terug in de filmwereld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden