Falende neocons

Er zijn publicisten die hun geesteskind voorzien van een pakkend doch verwarrend etiket en vervolgens jaren bezig zijn om de gerezen misverstanden de wereld uit te helpen....

Paul Brill

Zo'n publicist is Francis Fukuyama. Begin jaren negentig verkondigde hij in een opzienbarend artikel - en later in een boek - 'het einde van de geschiedenis'. Sindsdien heeft hij al vele malen moeten uitleggen dat hij dit louter in hegeliaanse zin bedoelde, namelijk dat er na de onttakeling van het Sovjet-communisme geen ideologie meer is die zoveel intellectuele en politieke spankracht heeft dat ze de liberale democratie naar de kroon kan steken.

Ook in zijn nieuwste boek, After the Neocons - America at the Crossroads (waarvan een Nederlandse vertaling is verschenen onder de titel Na het neoconservatisme), neemt hij de gelegenheid te baat om een 'verkeerde interpretatie' van zijn eerdere werk te weerspreken. Ten onrechte hebben velen geconcludeerd dat hij de triomf van de liberale democratie toeschrijft aan een universeel verlangen naar vrijheid. Nee, de ware universele trend is het verlangen om in een moderne samenleving te leven, met haar technologisch vernuft en hoge levensstandaard. De liberale democratie is als het ware een bijproduct van het moderniseringsproces, iets wat allengs een universele aspiratie wordt.

Het is een enigszins curieuze 'correctie', waarmee Fukuyama twee vliegen in één klap lijkt te willen slaan. Door het primaat van de economie te accentueren redt hij als het ware de notie van 'het einde van de geschiedenis', want het moslim-fundamentalisme wordt herleid tot een probleem dat voortvloeit uit falende modernisering en dat dus geen nieuwe ideologische uitdaging van formaat vormt. Tegelijk geeft hij aan dat hij weliswaar een tijdlang samen met de neoconservatieven is opgetrokken, maar dat er vanaf het begin een verschil is geweest tussen zijn marxistisch getinte visie op de toestand van de wereld en de 'leninistische' benadering van zijn (ex)wapenbroeders, die menen dat de loop der geschiedenis zeer wel een handje kan worden geholpen.

Maar laten we niet te snel een tactische manoeuvre vermoeden. Want After America at the Crossroads is eerst en vooral een consciëntieuze analyse van de oorsprong en opkomst van het neoconservatisme. Aanbevolen lectuur voor iedereen die meent dat de neoconservatieven een stelletje machtswellustelingen zijn of, nog erger, joodse complotteurs die de Amerikaanse buitenlandse politiek tot een instrument van de staat Israël hebben willen maken, zoals op allerhande weblogs maar al te vaak valt te lezen.

Het neoconservatisme, waarvan de grondleggers merendeels afkomstig zijn uit de linkse hoek, is uitgegroeid tot een eigenstandige denkrichting in het debat over de Amerikaanse buitenlandse politiek. Een richting die concurreert met drie gevestigde stromingen: het liberale internationalisme (dominant tijdens de regering-Clinton), het realisme (waarmee oud-bewindslieden als Henry Kissinger en James Baker worden geassocieerd) en het 'jacksoniaans nationalisme' (genoemd naar Andrew Jackson, de zevende president van de Verenigde Staten). Het neoconservatisme onderscheidt zich vooral door de opvatting dat het karakter van een regime van grote betekenis is voor vrede en veiligheid en dat de buitenlandse politiek de grondwaarden van de liberaal-democratische samenleving dient uit te dragen.

Door de ineenstorting van het Sovjet-imperium, onvoorzien en eigenlijk ook niet nagestreefd door de andere stromingen, kregen de neoconservatieven de wind in de zeilen. De wind werd een storm door de schok van 11/9/2001: de regering-Bush verruilde de betrekkelijke afzijdigheid die ze tot dan toe had geëtaleerd, voor de offensieve democratiseringsmissie naar neoconservatief model.

Maar in hun zendingsdrang zagen de neocons een aantal dingen over het hoofd, waaronder een van hun eigen principes. Ze overschatten de universele werking van de dynamiek die zich in Oost-Europa had geopenbaard; ze dachten dat de democratie overal zo snel zou kunnen ontluiken, als de wil er maar was om de status quo te doorbreken. In hun wantrouwen jegens internationale instituties en hun misnoegen over slappe bondgenoten veronachtzaamden ze de noodzakelijke legitimering van Amerikaans optreden en onderschatten ze de weerstand die ook goedbedoelde machtsuitoefening oproept. Bovenal vergaten ze wat ze zelf altijd hadden gepredikt: dat de maakbaarheid van een maatschappij gering is en dat derhalve van zoiets als nation-building niet veel mag worden verwacht.

Je kunt je afvragen of Fukuyama dit alles niet ook al had kunnen bevroeden toen hij zeven jaar geleden zijn naam zette onder een gloedvolle oproep aan president Clinton om onverwijld te opteren voor regime change in Irak. Hij stapt nogal makkelijk heen over zijn intellectuele verbintenis met het neoconservatisme. Maar dat maakt zijn kritiek op het neoconservatieve project zoals het onder de regering-Bush vorm heeft gekregen, er natuurlijk niet minder relevant op.

Er valt weinig af te dingen op de conclusie dat Washington de vestiging van een nieuwe orde in Irak vreselijk heeft onderschat en dat de interventie in alle opzichten een dramatische verliespost is geworden, die het algehele aanzien van de VS veel schade berokkent.

Veel minder overtuigend is Fukuyama wanneer hij een alternatief probeert te schetsen voor de manier waarop de VS zich nu in de wereld manifesteren. Dat wil zeggen: zijn pleidooi voor een 'realistisch wilsonianisme' is in aanzet sympathiek en interessant. De term geeft al aan dat hij mikt op een kruisbestuiving tussen het activistische idealisme van president Wilson (die de stoot gaf tot de oprichting van de Volkenbond) en de berekende machtspolitiek van de realistische school. Maar bij het definiëren van de voornaamste gevaren waarmee Amerika en het Westen worden geconfronteerd, maakt hij een vreemde schuiver.

Dit heeft alles te maken met het keurslijf van het 'einde van de geschiedenis'-concept. Want daarin is nu eenmaal geen plaats voor een serieuze ideologische uitdaging voor de liberale democratie. Dus bagatelliseert Fukuyama de betekenis van de politieke islam en karakteriseert hij het moslim-fundamentalisme veeleer als een uitvloeisel van achterstelling en vervreemding dan als een beweging die met overtuiging de politieke - en soms zelfs de feitelijke - strijd aangaat. Het terrorisme moet uiteraard worden bestreden, maar naar zijn oordeel vormt het geen majeure, Laat staan een existentiële bedreiging.

Nu kan het geen kwaad om buitensporige angstvisioenen te relativeren, zoals het ook dienstig is om erop te wijzen dat de bestrijding van het moslim-fundamentalisme niet mag verworden tot een algehele confrontatie met de islam. Maar Fukuyama herschikt zelfs de werkelijkheid om het fundamentalistisch gevaar te minimaliseren. Zo schetst hij West-Europa als de regio die de komende jaren het meest te duchten heeft van het terrorisme, en wel van inheemse makelij. Hij wijst dan op de aanslagen in met name Londen en Madrid, gepleegd door islamitische jongeren die in Europa zijn opgegroeid, maar zich er wezenlijk niet thuis voelen.

Dat is evenwel de halve waarheid. Want het islamitisch terrorisme heeft wel degelijk een Arabische kern, de meeste aanslagen worden ook gepleegd in islamitische landen, en de voormannen van Al Qa'ida en aanverwante groepen zijn doorgaans geen proletarische verschoppelingen, maar veeleer figuren uit de hogere klasse die hebben gekozen voor een strijd op leven en dood met de liberale democratie.

Fukuyama heeft opvallend weinig te melden over hun gedachtegoed en hoe het zich verhoudt tot de totalitaire verleiding van fascisme en communisme. Bijgevolg gaat hij ook goeddeels voorbij aan de vraag wat de liberale democratie daar tegenover kan c.q. moet stellen. Zijn beleidsaanbevelingen bewegen zich vooral op het niveau van het diplomatieke pas- en meetwerk. Strategische vergezichten ontbreken. Zijn realistisch wilsonianisme zou in analystisch opzicht beslist zijn gebaat met een scherper realisme, en beginselmatig met meer wilsoniaanse verbeeldingskracht.

Paul Brill

Francis Fukuyama: Na het neoconservatismeVertaald uit het Engels door Nico Groen Contact256 pagina's 24,90ISBN 90 254 2805 3

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden