Falend monetarisme noopt tot eerherstel macro-economie Voor buiten hun oevers tredende kapitaalstromen is nauwelijk nog renderende investering te vinden

Lange tijd leken de monetaristen het gelijk aan hun zijde te hebben. Nu de keerzijde van het door hen gepropageerde economisch beleid steeds duidelijk zichtbaar wordt, meent Ed Lof dat het tijd is geworden voor een herwaardering van de ideeën van Keynes....

ED LOF

'IK HEB nog nooit iets vergelijkbaars meegemaakt', aldus voorzitter Alan Greenspan van de Federal Reserve Board (de Amerikaanse centrale-bankraad). Greenspan is misschien 's werelds meest gerespecteerde econoom en volgens velen de enige die in staat is de zich aftekenende crisis af te wenden. Economen en beleidsmakers komen met verschillende interpretaties, prognoses en remedies, maar de plotselinge dreiging dat de vorig jaar in Azië uitgebroken malaise overslaat naar het Westen lijkt niet te rijmen met de gangbare economische inzichten.

Economische inzinkingen plegen een vast patroon te volgen: periodes van hoogconjunctuur komen aan hun eind doordat op een gegeven moment de lonen en prijzen gaan stijgen en de rente oploopt (banken eisen een inflatievergoeding en de centrale bank verhoogt de rente waartegen banken bij haar kunnen lenen).

Bedrijven en particulieren gaan minder lenen, de bestedingen lopen terug, de productie daalt en de werkloosheid stijgt: een recessie. Die leidt er weer toe dat de prijzen zich stabiliseren en de rente terugzakt, en zo ontstaat de conjunctuurgolf.

Wat er nu gebeurt, past absoluut niet in dit patroon: terwijl de economie zich in het Westen, en tot voor kort wereldwijd, voorspoedig ontwikkelde, bleef de inflatie afnemen en daalden de rentetarieven tot niveaus die decennialang niet meer vertoond waren.

Toen het vorig jaar misging in een paar Aziatische landen, werd de verklaring gezocht bij lokale banken die te lichtzinnig grote kredieten hadden verstrekt. De oplossing was financiële sanering en disciplinering, maar westers voorbeeld. Maar intussen grijpt de crisis steeds verder om zich heen en wankelt zelfs het westerse financiële stelsel. Wat is er aan de hand?

Volgens de heersende opvattingen waren de hoge groei en de lage inflatie van het recente verleden vooral te danken aan verstandig monetair en budgettair beleid. In de jaren zestig en zeventig was de inflatie zover opgelopen dat deze onbeheersbaar dreigde te worden, en hoog bleef toen de economie inzakte. Deze 'stagflatie' werd begin jaren tachtig doorbroken door restrictief monetair beleid naar de inzichten van vooral Nobelprijswinnaar Milton Friedman. Een cruciaal onderdeel van de remedie was ook dat overheden hun uitbundige financieringstekorten terugdrongen, en ervan afzagen de werkloosheid te bestrijden met extra uitgaven.

Dit monetaristische recept stoelde echter niet alleen op wetenschappelijk inzicht, maar ook op een ideologie: die van de zelfregulerende markten. Dat is een ideologie omdat markten alleen maar goed kunnen functioneren binnen een institutioneel kader, dat bijvoorbeeld eigendomsrechten beschermt, economische machtsvorming aan banden legt, een sociaal vangnet biedt en milieu-eisen stelt. Anders zijn de 'blinde krachten van de vrije markt' weinig anders dan het recht van de sterkste in de natuur.

Maar juist degenen die het meest profiteren van vrije markten - de sterksten, zeg maar - hebben vaak weinig op met dat soort instituties. Vandaar dat er een sterke stroming in de economische wetenschap bestaat die volhoudt dat elke vorm van overheidsinterventie de welvaart schaadt.

Deze stroming kenmerkt zich door twee axioma's. De ene is dat alles wat er in de economie gebeurt, te verklaren is uit het gedrag van individuen: producenten, consumenten, spaarders, enzovoort. De andere is dat aanbod zijn eigen vraag schept. Geef ondernemers alle ruimte en er ontstaat vanzelf evenwicht tussen vraag en aanbod van goederen, arbeidskrachten en kapitaal. Overcapaciteit, werkloosheid en inflatie kunnen alleen ontstaan doordat overheden of anderen (zoals vakbonden) de marktwerking verstoren.

Het theoretisch bouwwerk voor dit utopische wereldbeeld werd voltooid in de tweede helft van de negentiende eeuw en beheerste een halve eeuw lang het economisch denken. Recessies losten zichzelf op doordat de lonen daalden totdat werkgevers weer extra mensen gingen aannemen. Maar in de jaren dertig van deze eeuw brak er een recessie uit die zichzelf niet oploste en almaar dieper werd, en sloeg de twijfel toe over het zelfregulerende vermogen van de markt.

Het raadsel werd opgelost door John Maynard Keynes, die erop wees dat de bestedingen om allerlei redenen kunnen achterblijven bij het aanbod, waardoor chronische werkloosheid kan optreden. Een van de oorzaken daarvan was dat mensen vaak geld achter de hand houden, onder meer voor speculatieve doeleinden. De implicatie was dat er gestuurd moet worden om de economie in het rechte spoor te houden, bijvoorbeeld door bestedingstekorten en -overschotten te compenseren via de overheidsuitgaven of inkomensbeleid.

De leer van Keynes legde de grondslag voor een nieuwe tak van de economie: de macro-economie. Voortaan behoorde de studie van het gedrag van bedrijven en individuen, en van specifieke markten, tot het domein van de micro-economie, terwijl de macro-economie zich bezighield met vraagstukken van algemeen evenwicht tussen grootheden als productie en bestedingen of besparingen en investeringen.

Het laatste kon immers niet uit het eerste verklaard worden, omdat de keuze die voor een individu of bedrijf het beste resultaat oplevert, niet automatisch het beste resultaat oplevert voor de gemeenschap. Sparen voor later kan individueel gezien verstandig zijn, maar als iedereen meer gaat sparen, zakt de economie in en heeft uiteindelijk iedereen minder.

Lagere lonen bij één bedrijf vergroten de winst, maar lagere lonen voor iedereen leiden tot lagere omzetten en winsten. Eén land kan baat hebben bij een devaluatie of het afschermen van zijn markt, maar als veel landen dat doen, stagneren de wereldhandel en de wereldeconomie.

In de naoorlogse jaren werd de keynesiaanse leer gemeengoed, en brak een periode van ongekende voorspoed aan. Keynes werd geroemd als de redder van het kapitalistisch stelsel: een voortwoekerende crisis zou waarschijnlijk in veel meer landen totalitaire en dirigistische regimes aan de macht hebben gebracht.

Desondanks bleef de macro-economie in bepaalde kringen een links stigma aankleven. Dat was deels te wijten aan politici die de leer als excuus gebruikten voor steeds hogere overheidsuitgaven, wat bijdroeg tot de oplopende inflatie. Maar er is een belangrijker verklaring: als je toegeeft dat markten niet automatisch tot evenwicht leiden, moet je accepteren dat de overheid moet ingrijpen, ook bijvoorbeeld in de inkomensverdeling. En dat is niet iedereen welgevallig.

Keynes behoorde tot de grondleggers van de monetaire theorie, maar het monetarisme dat in de jaren tachtig omarmd werd, was van een andere orde. Friedmans onderzoek naar de samenhang tussen de geldhoeveelheid en de inflatie droeg bij tot het vermogen tot monetaire fine-tuning door centrale banken.

Maar zijn volgelingen werden vooral aangesproken door zijn opvatting dat de overheid zich verder afzijdig diende te houden. Het was geen toeval dat de opkomst van het monetarisme samenviel met die van de 'aanbodzijde-economie', volgens welke de economische groei sterk zou toenemen als bedrijven en kapitaalverschaffers maar werden gevrijwaard van hoge belastingen en regulering: de terugtredende overheid. Het gedachtegoed woei ook over naar Nederland, waar het opgeld deed onder de slogan 'winst is werk'.

Nu waren er op dat moment goede redenen om de groei van de overheidsuitgaven en de regelgeving te beteugelen, maar de 'neoliberale revolutie' ging veel verder. In feite betekende deze een terugkeer tot het pre-keynesiaanse geloof dat de markt automatisch tot macro-economisch evenwicht leidt. Macro-economie raakte in diskrediet, wat ook leidde tot een sterk afnemende belangstelling voor deze studierichting.

Hoe was het mogelijk dat economen zich zo in de hoek lieten zetten? Misschien doordat zoveel economen in dienst zijn van grote bedrijven, financiële instellingen en dergelijke, en wat economen beter weten dan bijvoorbeeld artsen (zonder daarvoor immuun te zijn) is dat mensen zich in hun opvattingen sterk laten leiden door hun eigenbelang. Bovendien moeten universiteiten en instituten het steeds meer hebben van particuliere geldschieters.

Vooral in de VS (dat op economisch gebied nu eenmaal toonaangevend is - trek de Nobelprijzen er maar op na) vindt veel economisch onderzoek plaats bij zogenoemde denktanks die geheel gefinancierd worden door conservatieve belangengroepen.

De neoliberale revolutie was vooral een Angelsaksische aangelegenheid en de rest van Europa toonde weinig animo voor 'Amerikaanse toestanden'. Maar het meest sprekende voorbeeld van de neiging het monetarisme en de terugtredende overheid aan elkaar te koppelen, is het Verdrag van Maastricht waarin als eis voor toetreding tot de muntunie budgetnormen werden opgenomen die weinig te maken hadden met monetaire discipline en bovendien het voeren van macro-economisch beleid anders dan monetair beleid, bij voorbaat uitsloten.

De gevolgen van de neoliberale revolutie waren eigenlijk heel voorspelbaar, al duurde het lang voordat de critici hun gelijk kregen. De lagere belastingen en de door de aanvankelijk stijgende werkloosheid onder druk staande lonen leidden tot hogere winsten en investeringen, waardoor de groei zich herstelde. Dit herstel ging echter gepaard met een toenemende inkomensongelijkheid, vooral in de VS waar het extra inkomen vrijwel geheel terechtkwam bij de rijkste 20 procent van de bevolking.

In de jaren negentig begonnen zich zorgelijke neveneffecten te manifesteren. De aandelenkoersen en prijzen van andere beleggingsobjecten stegen veel sneller dan de reële economie wettigde. Er onstond een ware hausse in min of meer speculatieve beleggingen in opkomende markten, waar een aanzienlijke overcapaciteit ontstond. En hoewel ook de consumptieve bestedingen hoog bleven, werden deze voor een steeds groter deel gefinancierd met geleend geld.

Het waren de typische symptomen van een kapitaaloverschot: ondernemingen en welgestelden zwommen in het geld terwijl de afzetperspectieven beperkt werden door de stagnerende koopkracht van werknemers.

Dat gold trouwens nog meer voor landen als Zuid-Korea en Indonesië, die net als eerder Japan, dit bestedingstekort lang konden compenseren door vooral voor de export te produceren.

Dergelijke ontwikkelingen onttrokken zich echter aan de opmerkzaamheid van de monetaire autoriteiten, die zich zorgen bleven maken over een mogelijke heropleving van de inflatie - zelfs toen die gedaald was tot ongeveer de statistische foutenmarge (zo'n anderhalf procent).

Intussen raakte de eigenlijke monetaire theorie in diskrediet doordat het verband tussen de geldgroei en de inflatie ontrafelde: terwijl de geldhoeveelheid snel toenam bleef de inflatie teruglopen, wat correspondeerde met het indertijd door Keynes gesignaleerde verschijnsel dat steeds meer geld uit de 'reële' economie verdwijnt om voor speculatieve doeleinden te worden ingezet.

Beleggers bleven enthousiast reageren op elke rentedaling, ook nu die daling niets meer te maken heeft met stabiele prijzen maar is toe te schrijven aan het feit dat voor de buiten hun oevers tredende kapitaalstromen nauwelijks meer renderende investering te vinden zijn.

De grote angst is nu dat als steeds meer mensen en bedrijven hun schulden niet meer kunnen betalen, banken juist veel te voorzichtig zullen worden in hun kredietverlening waardoor de problemen alleen maar erger worden. De resulterende daling van de bestedingen kan zelfs leiden tot deflatie, waarbij niemand meer een cent leent.

Hoge inflatie (meer dan een procent of acht) kan schadelijke gevolgen hebben voor de economie. Deflatie kan nog veel destructiever zijn, zoals in de jaren dertig bleek. Maar terwijl het terugdringen van inflatie een bloederig proces is dat veel onschuldige slachtoffers maakt, is deflatie heel makkelijk te verhelpen: door meer geld in omloop te brengen, desnoods - zoals Friedman ooit suggereerde - door het uit helicopters uit te strooien.

Maar zou dat ook gebeuren? De monetaire orthodoxie wil dat de economie alleen gestimuleerd kan worden door renteverlaging. Maar wanneer afzetten krimpen, fabrieken gesloten worden en prijzen dalen, kan zelfs een rente van een half procent (zoals nu in Japan) bedrijven niet tot investeringen bewegen.

En bij groeiende werkloosheid en onzekerheid zijn ook consumenten niet genegen geld te lenen om dingen te kopen die volgende maand misschien goedkoper zullen zijn. De monetaire remedie werkt alleen tegen oververhitting, niet tegen onderkoeling.

Maar afgezien van Greenspan van de Fed hebben centrale bankiers die les nog niet geleerd, evenmin als het IMF dat de door overcapaciteit en onderconsumptie veroorzaakte liquiditeitscrises in Zuid-Korea en Thailand bestreed met dezelfde maatregelen als de door overbesteding veroorzaakte solvabiliteitscrises eerder in Latijns Amerika.

Intussen is die liquiditeitscrisis, het abrupte opdrogen van de kapitaalstroom, overgeslagen naar andere opkomende economieën en beginnen ook Westerse banken hun kredietverlening in te perken. Een groot land met een sterke economie als de VS zou de paniek een halt moeten kunnen toeroepen, maar als de beurzen echt instorten en beleggers in de problemen komen, zal Amerika zelf ook in een recessie terechtkomen.

Dan kan alleen Europa nog voor tegenwicht zorgen. Maar president Duisenberg van de Europese Centrale Bank ziet niets in verlaging van de rente om de bestedingen een duwtje te geven. Misschien is het daarvoor ook te vroeg - maar nogal wat Eurowatchers vrezen dat als de economie inderdaad omslaat en de overheidstekorten weer oplopen, het stabiliteitspact extra bezuinigingen zal afdwingen die de recessie alleen maar zullen verergeren. Net als in de jaren dertig.

Ed Lof is econoom en journalist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden