'Fair trade' is een westers speeltje

Ontwikkelingsgeld valt vaak in verkeerde handen, dus doen we tegenwoordig zelf wat we kunnen. Als we een ticket 'derde wereld' kunnen betalen, bezoeken we een schooltje met medeneming van een donatie. Maar als we dat niet kunnen betalen, dan shoppen we in elk geval bewust. We willen best iets meer betalen als dat andere mensen helpt, en we mijden Shell en 'slaafchocola'.


Maar de fair trade is vol voetangels en klemmen. Kan de Nederlander echt aan wereldwijde rechtvaardigheid werken door een ander merk te kopen? Iedereen kent de plaatjes van lachende boerenvrouwen die een eerlijke prijs krijgen voor hun koffie en hun kinderen naar school kunnen sturen. Maar hoeveel kunnen er echt kleinschalig en milieuvriendelijk werken en toch een goede prijs ontvangen? Volgens de koffiehuisketen Starbucks is dat 2 procent. Achtennegentig procent van de koffie die Starbucks inkoopt, moet gewoon van grote plantages komen, anders wordt koffie echt onbetaalbaar voor iedereen.


En dan wordt die 2 procent er ook nog niet eens zo heel veel beter van. De boerencoöperatie in Guatemala die aan een fair trade keten verkoopt, verdient met al dat duurzame werk een inkomen dat niet meer dan gemiddeld is voor dat land. Hoeveel hoger of lager zou het inkomen liggen van een 'gewone' koffieboer die aan een 'gewone' koffie-inkoper verkoopt?


'Het kleinschalige spreekt de westerling aan', zegt de succesvolle zakenman Bhabhalazi Bulunga, wiens familie boert in KwaZulu Natal in Zuid-Afrika. 'Zo'n gelukkige zwarte familie staat leuk op foto's. Maar het is op enkele gevallen na fictie. We hebben in Afrika grote boerderijen nodig, moderne technologie. Pas als dat overal bestaat, kan elke boer zijn kinderen naar school sturen.'


Bulunga is de 'solidaire' westerse bezoeker beu. 'De boeren verstoppen zich als ze een fair trade type aan zien komen', zegt lokaal onderzoeksjournalist Eric Mwamba. 'Voor je het weet, hebben ze gezien dat je kind meehelpt met plukken en staat je product gebrandmerkt als 'slaafchocola'. Als dat gebeurt, is de hele familie zijn brood kwijt.'


In Ivoorkust wordt door duizenden families landbouw bedreven. En, net als vroeger in Nederland, helpen de kinderen mee op het land. Armoedige omstandigheden en gebrek aan scholen - waardoor veel kinderen inderdaad niet vaak genoeg naar school gaan - zijn niet de schuld van de boeren, of zelfs van hun inkopers, maar van de Ivoriaanse regering, die tot voor kort belastingen tot 80 procent hief op de exportopbrengst van koffie en cacao. De regering deed daar van alles mee, behalve de voorzieningen in de landbouwgebieden verbeteren. Daar komt met de nieuwe regering gelukkig een beetje verandering in.


Heeft het wel zin om producten te boycotten omdat ze in sweatshops worden gemaakt, of door kinderen uit de aarde worden gegraven? Zelfs qua 'bloeddiamanten' waag ik dat zo langzamerhand te betwijfelen. 'Uiteindelijk bereik je dat ze diamanten alleen nog maar inkopen in Canada en Rusland', zei mij ooit een kenner. Ook ten tijde van de boycot van apartheid in Zuid-Afrika werd door velen in het bedrijfsleven aangevoerd dat het misschien niet handig was om vanwege een slecht regime de inkomsten van een heel land de grond in te boren. De solidariteitsorganisaties bleven toen voor een boycot, omdat de zwarte bevrijdingsbeweging er zelf om vroeg. Dat was een sterk argument.


Maar waar wordt vandaag de dag nu in een land zelf om een boycot gevraagd? Zelfs in Zimbabwe willen ZANU PF en MDC allebei diamanten verkopen. En een boycot van Shell producten zou de situatie in Nigeria absoluut niet verbeteren.


Strijd tegen uitbuiters moet gevoerd worden, maar die uitbuiters zijn divers: Nigeriaanse corrupte heersers die helemaal niet geïnteresseerd zijn in corporate social responsibility bij de bedrijven die hun Mercedessen financieren; bendeleiders in Congo die diamantgravende kinderen te eten geven en huisvesten op de manier van Fagin in Oliver Twist; hardwerkende boeren die hun eigen kinderen inschakelen op het land omdat ze geen keus hebben. Deze sociale realiteit wordt naar voren gebracht in Afrikaanse media, waar onderzoeksjournalistiek in opkomst is (getuige onder andere de site www.fairreporters.org).


Tot in het begin van de twintigste eeuw werkten in Nederland kinderen in de mijnen. Daar kwam verandering in door protest, organisatie, stakingen. Vakbonden stonden aan de wieg van de sociale rechtsstaat. Hadden onze Domela Nieuwenhuizen, David Wijnkoops en Troelstra's gewild dat machtiger landen onze mijnproducten zouden boycotten? Of dat enkele lokale bedrijfjes een speciale behandeling zouden krijgen, op voorwaarde dat ze zich klein zouden houden?


Effectieve steun moet passen bij de realiteit van de omgeving waarin de goedwillende westerling intervenieert. Ze moet bovendien gebaseerd zijn op het besef dat sociale krachten in het land zelf bepalen waar het in dat land naartoe gaat. Het kritisch consumeren van bijvoorbeeld antibiotica-vrije kippen is goed in onze context. Maar je verandert er weinig mee in Liberia.


Met de aanschaf van fair trade producten menen we in de AH ontwikkelingssamenwerking te bedrijven. Maar de Afrikaanse boeren zijn maar zelden gediend van de interventies van goed bedoelende westerlingen.


Evelien Groenink is voormalig directeur van het Forum for African Investigative Reporters.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden