Fabrieksvloermuziek

Het debuutalbum van Factory Floor is de hemel ingeprezen. Vier jaar werken aan het juiste, imperfecte kille geluid. Waarom?

De oude fabrieksvloer is een studio geworden. Er staan analoge synthesizers, gitaren en microfoons. In een kleine, afgesloten ruimte staat een stoffig mengpaneel. 'Die kochten we voor tweehonderd pond van Dave Stewart. Die heeft er zijn vroege Eurythmics-hits nog aan gemixt', zegt Nik Colk Void. Ze is de zangeres en gitariste van Factory Floor, het Londense trio dat eigenzinnige grauwe soundscapes koppelt aan hypnotiserende dansbeats. Vorige maand kwam de band - die live al een stevige reputatie heeft opgebouwd - na vier jaar eindelijk met hun debuutalbum.


Dat Factory Floor is een spannende, intense plaat geworden met straffe, kille beats. Die spanning komt voor een groot deel doordat het niet de drumcomputer van bandlid Dominic Butler is die het tempo bepaalt. Maar het 'echte' drumstel van Gabe Gurnsey, die met de synths in gevecht lijkt te gaan. Het is voor de luisteraar even zoeken naar de te volgen beat. Maar het loont. Je wordt steeds meer de lange, ogenschijnlijk monotone nummers ingezogen. Zoals het hypnotiserende Here Again of Two Different Ways. Het is dansmuziek ontdaan van euforie of blijdschap.


De basis voor Factory Floor, stelt drummer Gurnsey aan de keukentafel in de studio, 'is geen house, techno of andere dansmuziek maar duistere, soms Teutoonse industrial. Je mag er op dansen, maar het is niet bedoeld als entertainment alleen.'


Een pakkende melodielijn of een gewoon liedje, daaraan doet Factory Floor niet. Void mag dan wel zingen, maar: 'Ik gebruik mijn stem graag om de muziek te ontregelen. En de gitaar mag best lelijk schuren en krassen.' Vooral Dominic Butler, die de meeste synthesizers bespeelt, is lang bezig geweest het juiste, kille en kale geluid te vinden.


Aan de wanden van de fabriek hangen posters van Throbbing Gristle, de Britse band die eind jaren zeventig zo ongeveer de uitvinder was van de harde, sinistere elektronische sound die 'industriële muziek' is gaan heten. 'Ja, we hebben iets met elektronische muziek uit die tijd, toen synthesizers spotgoedkoop werden en iedereen er maar wat op los experimenteerde', zegt Void. 'Throbbing Gristle en New Order maakten de muziek die ons drieën bindt, ook al hebben we die periode niet bewust meegemaakt. Net als nu was het in die jaren tachtig een economisch barre tijd. Maar ook heel creatief. Je kon met synthesizers iets neerzetten wat er nog niet was. Eindeloos een beat herhalen zodat je in trance raakte.'


Gurnsey: 'Geen muziek waar je een pilletje bij moest slikken om je lekker bij te voelen. Het was de muziek zelf die werkte als drug.'


Void: 'Wat zo mooi was aan de postpunk was dat in alle kraakpanden talloze kids elkaar vonden in het experimenteren met nieuwe speeltjes. De gitaar werd even bijzaak.'


Al pratend wiegt Void een kinderwagen heen en weer. Zoontje Morgan is 4 maanden. 'Een van de redenen waarom de plaat zo vaak is uitgesteld', lacht ze. Een andere reden is dat het maken van platen geen prioriteit was voor Factory Floor. Het trio bracht op kleine labels een paar singles uit om de aandacht te trekken, maar beschouwde optreden altijd als de essentie van hun bestaan.


Die optredens bleven, door goede connecties in de kunstwereld, niet beperkt tot concertzalen. Op uitnodiging van Chris & Cosey, van het door Factory Floor zo bewonderde Throbbing Gristle, stond de band in het Londense Institute of Contemporary Arts. Daarna volgde ook Tate Modern.


Gurnsey: 'We stonden geboekt voor drie uur in The Tanks, de rauw-industriële olieopslagplaatsen van de fabriek die het Londense museum ooit was . Geen ramen, wel visuals.


'We begonnen te spelen en zagen het publiek zichzelf gaandeweg verliezen in de muziek. De kleren gingen uit, echt waar.'


Dat is precies wat Factory Floor beoogt: iets teweegbrengen in het hoofd van de luisteraar zodat deze even het gevoel krijgt los te komen van de werkelijkheid. Dat een live optreden van Factory Floor een dwingende gebeurtenis kan zijn, bleek ook deze zomer op Lowlands. Gurnsey: 'We weten nooit precies wat er gaat gebeuren. Soms bestaat een optreden maar uit één nummer dat tot een uur wordt opgerekt. Dominic begint meestal met een beat, daar ga ik dan tegenin tot we een soort balans vinden en dan komt Nik erbij. Krassend op gitaar of zingend.' Void: 'Ik zorg voor de versiering, probeer geen betekenis aan mijn teksten te geven. Het gaat om de klanken.'


In tegenstelling tot grote voorbeelden als Throbbing Gristle en Cabaret Voltaire ontbreekt de politieke context bij Factory Floor. Heel bewust, zegt Void. 'Begin jaren tachtig dacht iedereen nog dat je met politieke leuzen in muziek iets kon bereiken. Wij denken dat absoluut niet. Muziek kan op zichzelf subversief genoeg zijn. Ze laat je in het beste geval anders naar de wereld kijken. Daarvoor zijn geen woorden.'


Factory Floor vroeg aanvankelijk een van hun helden, drummer Stephen Morris van New Order, om hun album op te nemen. Ze stuurde een demo per post met als enige adresgegevens: Stephen Morris, Macclesfield. 'Blijkbaar kent iedereen hem in dat stadje, ook de postbodes', zegt Gurnsey.


Morris nodigde hen uit, maakte een remix van een van hun nummers en liet hen in zijn studio repeteren, steeds weer andere microfoons aandragend. 'We hadden hem gekozen, omdat hij de architect is van het baanbrekende elektronische popgeluid van New Order en de sequencers en computers voor hun album Blue Monday had geprogrammeerd.'


Void: 'Hij vond echt dat wat wij maakten mindblowing was.' Toch koos Factory Floor ervoor hun plaat zelf op te nemen. Pas op het laatste moment riep het trio de hulp in van een engineer om alles af te mixen. Gurnsey: 'We hebben hier in deze ruimte lange dagen gemaakt, maandenlang, om alles perfect te krijgen. Dat had in een studio met een gehuurde producer miljoenen gekost. Wat het moeilijkste was? Om alles vooral niet perfect of mooi te laten klinken. Factory Floor moet een beetje blijven schuren.'


Carter Tutti Void


De bewondering van Factory Floor voor Chris & Cosey (in de jaren zeventig medeoprichters van de grensdoorbrekende Britse band Throbbing Gristle) bleek wederzijds. Nadat Chris Carter en Cosey Fanni Tutti Factory Floor zagen spelen, nodigden ze zangeres en gitariste Nik Colk Void uit om met hen te spelen. Als trio traden ze in mei 2011 op in The Roundhouse in Londen. De registratie ervan werd in 2012 uitgebracht op het fraaie, veelgeprezen album Transverse. De samenwerking krijgt dit jaar een vervolg. De naam van de nieuwe band: Carter Tutti Void.


Factory Floor speelt 10 oktober in Rotown, Rotterdam en 30 oktober in Bitterzoet, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden