Fabres bloederige visioen is kil en kunstmatig

Hij heeft het meermalen benadrukt, als opmaat voor zijn nieuwste voorstelling Je suis sang: 'Ik zie bloed als iets positiefs.' Volgens de Vlaamse kunstenaar Jan Fabre is bloed vruchtbaar en oeroud, geheimzinnig en alchemisch....

Des te vreemder dat juist deze groots gemonteerde productie zo kil overkomt. Het metaal van de messen en de mobiele operatietafels blikkert bij aanvang en de grijzekleur van ijzer zal de hele voorstelling blijven overheersen: koud, afstandelijk en bedacht. Al smeuren de achttien dansers regelmatig een rode vloeistof op hun kruis, hun voeten en hun huid, al douchen ze zich met liters bloedwijn, en sijpelt aan het slot het glanzende vocht onder de ijzeren schotten door, alle actie ketst af tegen de muren van het kale toneelhuis.

Fabre heeft zich ook geen gemakkelijk doel gesteld. Zijn hele kunstenaarsleven is hij gefascineerd door de voedende kracht van bloed. Vijfentwintig jaar geleden maakte hij My body, my blood, my landscape. Sindsdien zijn bijna al zijn voorstellingen odes aan de lichaamssappen. De laatste jaren viert hij op het podium steeds vaker het dionysisch ritueel van de kolkende driften.

En nu wil hij zijn visioen verbeelden:een mens die alleen nog maar uit bloed bestaat. Een lichaam waarvan de huid is opgeheven. Niet voor niets dragen de twee acteurs in statige groene jurken van operatiestof (Dirk Roofthooft en Anny Czupper) Franse teksten voor van de hand van 'dokter' Fabre waarin hij onderzoekend en snijdend door het lichaam reist. Van binnen zijn we veelkleurig (de organen, de aders), van buiten kennen we slechts één tint (de huid). Fabres muze Els Deceukelier citeert bezwerende teksten in het Latijn over de alchemie van het lichaam.

Zijn visioen kan Fabre natuurlijk niet realiseren. Toch bouwt hij er gestaag naar toe. De dansers beginnen in harnas (altijd aanwezig in Fabres idioom), verruilen de schilden voor maagdelijk witte bruidsjurken en kleden zich daarnain soepele sweaters met capuchon. Onderwijl staan ze echter steeds vaker en langer naakt op de scène. Ze bezoedelen hun handen, hun penissen, hun buiken, hun ellebogen met rode vlekken en bloederig verband om de suggestie te wekken dat het vloeibare binnenlichaam zichtbaar wordt.

Niemand hoeft zich daadwerkelijk te snijden op het podium, maar hier staan de kunstmatig bedachte alternatieven de zeggingskracht in de weg. Er wordt te vaak en te makkelijk gesmeten, gekneveld en gekliederd met blote lijven. De getoonde rituelen zoals de viering van de ontmaagding door de vrouwen en de besnijdenis van de mannen verliezen hun fijnzinnigheid door het heftig kronkelen van besmeurde lichamen.

Mooi is wel dat Fabre veel scènes inkleurt met beelden uit de (katholieke) Middeleeuwen. De capuchons doen denken aan monniks-en narrenkappen, de zwaarden aan kruistochten, de zweepslagen aan het lijden van Christus, de chirurgen aan alchemisten die voor het eerst een lichaam openleggen. De ondertitel van Je suis sang ('Ik ben bloed') luidt dan ook Conte de fées médiéval (een middeleeuws sprookje).

De voorstelling ontstond in 2001 tussen de antieke muren van het Palais des Papes in Avignon. Daar, in de openlucht met een bloederige historie als decor, zal Je suis sang beter tot zijn recht zijn gekomen dan hier in het binnentheater van De Singel in Antwerpen. Maar het blijft een onmogelijke opdracht om op het podium de levende mens van zijn huid te ontdoen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden