Fabius voelde zich betrokken bij het wel en wee van al zijn manschappen

Fabius raakte als bevelhebber van de marechaussee betrokken bij twee belangrijke kwesties.

Als de klok tijdens Oud op Nieuw twaalf sloeg, stapte generaal-majoor Diederik Fabius in zijn auto en reed naar enkele grensposten om de werkende dames en heren marechaussee gelukkig nieuwjaar te wensen. Als bevelhebber van de marechaussee voelde hij zich betrokken bij het wel en wee van al zijn manschappen. Onder zijn leiding werd de Koninklijke Marechaussee het vierde krijgsmachtonderdeel van Defensie. Fabius overleed na een lang ziekbed op 21 februari in Genève, waar hij was opgenomen voor behandeling.

Hij werd geboren in een patriciërsfamilie in het Zeeuwse Oostkapelle. Zijn moeder was Alexandra Herculine barones van Heemstra, zijn vader Kaeso was burgemeester en secretaris van Oostkapelle, totdat hij in de oorlog werd gevangengezet in het beruchte Oranjehotel.

Straaljagerpiloot

Diederik Fabius ging naar de hbs in Bilthoven en koos daarna voor het Korps Mariniers. Hij was straaljagerpiloot bij de onderzeebootbestrijding op Curaçao en helikopterpiloot bij de opsporings- en reddingsdienst. Na de overstap naar de Koninklijke Marechaussee gaf hij in 1982 leiding aan de militaire politie van de vredesmacht in de Sinaï, die moest toezien op de naleving van de Camp David-akkoorden. In 1993 werd hij benoemd tot hoogste bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee. In die functie was hij tot 1999 werkzaam.

In de zomer van 1995 raakte Fabius als bevelhebber van de marechaussee betrokken bij de Srebrenicazaak, toen het ontwikkelen van een fotorolletje met bewijs van beelden van de Nederlandse betrokkenheid bij de slachting van Srebrenica was mislukt. Op de negatieven waarop Nederlandse militairen zouden hebben gezien hoe mannen en vrouwen werden gescheiden voorafgaand aan de slachting, bleek niets te staan. Het 'Kodak-team' van de marechaussee trachtte daarna zelf met getuigenverklaringen de weergaven op het fotorolletje te reconstrueren.

Fraude

Verder kwam hij onder vuur te liggen vanwege zijn rol bij twee ernstige ongelukken met landmijnen in de jaren tachtig op legerbasis 't Harde die acht militairen het leven kostten. Het onderzoeksteam onder leiding van Fabius stelde vast dat in de mijnen een productiefout zat. De Nationale Ombudsman bekritiseerde die conclusie. Klokkenluider Fred Spijkers beweerde dat de Nederlandse staat de ware oorzaken van die mijnongelukken wilde verhullen. Dit werd opgetekend door de journalist Alexander Nijeboer in het boek Een man tegen de staat. Hierin werden Fabius en teamleden beschuldigd van frauduleuze processen-verbaal. Het boek werd niet verboden zoals Fabius bij de rechter eiste, maar Nijeboer moest een aantal grievende passages over Fabius en zijn onderzoeksteam rectificeren.

Fabius was gehuwd met Constance Liliane van Lynden en had twee kinderen, Elisabeth en Diek. Hij woonde in de gemeente Hummelo en Keppel (nu Bronkhorst) in de Achterhoek. Daar had de familie een landgoed. Fabius had goede relaties met de koninklijke familie en met name met de Van Vollenhovens, omdat prins Pieter-Christiaan werkzaam was bij de Koninklijke Marechaussee. Hij was ook een van de gasten op diens bruiloft met Anita van Eijk.

Vanaf 1974 was hij lid van de gemeenteraad van Hummelo en Keppel voor de VVD, waarvoor hij korte tijd fractievoorzitter was. Na zijn vertrek als bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee was Fabius nog vijftien jaar tijd actief als raadsadviseur internationale migratie-aangelegenheden van de minister van Justitie.

Diederik Fabius.Beeld .
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden