Fabelachtige alleseters

Het Juilliard String Quartet komt naar Nederland. Violist Joris van Rijn, concertmeester bij het Radio Filharmonisch Orkest, bespreekt drie opnamen van het prestigieuze ensemble.

De oer-opname van het Juilliard String Quartet is voor violist Joris van Rijn (37) een cd met de strijkkwartetten van Janacek en Alban Berg uit 1975. Het was de eerste cd die hij kocht van het fameuze kwartet. 'Rode letters op een donkere achtergrond', herinnert hij zich. 'Het stond altijd op. Ik vond het zo mooi, dat ik de kwartetten zelf ook ben gaan spelen.'


In 2000 won Van Rijn - tegenwoordig concertmeester van het Radio Filharmonisch Orkest en primarius (eerste violist) van het Ruysdael Kwartet - een beurs om aan de prestigieuze Juilliard School in New York te studeren. Daar kreeg hij met een strijkkwartet elke week les van de oprichter en eerste violist van het Juilliard String Quartet, Robert Mann. Deze was toen drie jaar gestopt bij het kwartet, maar gaf nog wel les - als 80-jarige.


Mann richtte in 1946 samen met de toenmalige directeur van de Juilliard School of Music William Schuman het kwartet op, met het doel hedendaagse muziek meer op de kaart te zetten. 'Bekende muziek spelen alsof het nieuw is en nieuwe muziek alsof het bekend is', was het devies. Het kwartet werd al snel wereldberoemd, en hoewel alle vier de musici in de loop der jaren zijn vervangen door nieuwe leden, wordt het nog steeds beschouwd als een van de belangrijkste kwartetten ter wereld.


De groep nam minstens honderd platen op, met meer dan zestig speciaal voor haar gecomponeerde stukken. In 2011 ontving het kwartet de Lifetime Achievement Award van de Grammy's, als eerste klassiek ensemble ooit. Deze week is het Juilliard String Quartet voor drie concerten in Nederland.


'Het zijn muzikale alleseters van fabelachtig niveau', zegt Van Rijn. Na de oorlog werd een aantal strijkkwartetten opgericht die immens beroemd werden: het Guarneri-kwartet, Amadeus, LaSalle. 'Van hen was het Juilliard het meest vernieuwend', zegt van Rijn. 'Het koos voor bijzondere muziek die toen verre van bekend was. Zoals alle zes de strijkkwartetten van Bartók, en van atonale componisten als Schönberg en Berg.' Inmiddels klassiek repertoire voor strijkkwartetten, dankzij het Juilliard. 'En ook in de klank waren ze vooruitstrevender. Het Amadeus speelt alles intiem en mooi, alles cantabile. Het Juilliard kiest soms ook voor een masculiene toon, rauw en lelijk. Tegenwoordig heeft bijna niemand meer de overtuiging dat muziek altijd mooi gespeeld moet worden, maar in de jaren vijftig en zestig was dat heel vooruitstrevend.'


Om te begrijpen wat het Juilliard al zo lang succesvol maakt, geeft Van Rijn commentaar bij drie opnamen van muziek die het ensemble deze week in Nederland speelt.


Schubert - Strijkkwartet nr. 15 in Gmaj D.887 opus 161 (Sony, 1980)

'Dit is typisch Juilliard', zegt Van Rijn. 'Het klinkt altijd als vier solisten, terwijl veel jonge kwartetten streven naar een gezamenlijke klank, als één orgaan.' Toch is het Juilliard een eenheid. 'Maar het klinkt voor de luisteraar van nu wel wollig, een beetje ouderwets.'


Dat komt ook door de Romantische speelwijze. Sinds de jaren zeventig zijn veel musici op zoek naar de klank zoals dat in de tijd van de componist moet hebben geklonken. Muziek vóór de Romantiek speel je met een milder vibrato, of zonder. Het Amsterdam String Quartet nam Haydn op oude instrumenten op, met darmsnaren. Juilliard is daar minder mee bezig, zegt Van Rijn. 'De spelers kiezen liever voor een warme klank, een esthetische benadering. Elke noot krijgt vibrato.'


Het kwartet is hoorbaar gewend aan het spelen in grote zalen, merkt hij op. 'Hoor je die echo in de cellopartij? Hij speelt niet echt zachter dan de viool, zoals er staat, maar maakt het verschil in de klankkleur. Hij geeft slechts de suggestie van dynamiek. 'Piano' is nooit echt zacht.' Als je in een grote zaal speelt, ben je namelijk niet meer hoorbaar. De opnametechniek van vroeger is daar ook schuldig aan: met oude apparatuur vallen de hoogste en laagste tonen altijd een beetje weg, dus went een cello zich eraan harder te spelen dan de partituur voorschrijft. Tegenwoordig wordt kamermuziek van heel dichtbij opgenomen en kan een viool fluisteren.


Bach - Der Kunst der Fuge, liveopname op de Soka University, oktober 2013

'Ah, dit is een veel modernere uitvoering', zegt Van Rijn meteen. De samenstelling is op deze opname dan ook anders: primarius Joseph Lin is er in 2011 bijgekomen en altviolist Roger Tapping begon in september 2013. 'Ze spelen authentieker, de noten worden niet tot het einde uitgevibreerd', valt hem op. De jonge primarius is daar bewuster mee bezig dan cellist Krosnick, die al sinds 1974 op zijn plek zit. 'Maar ook hier zijn het vier solisten.' Alle vier spelen ze als gelijken, in plaats van een solist op de voorgrond (die luider speelt) en drie spelers die de bodem daaronder vormen, zodat de muziek transparant wordt. 'Maar toch ademt de muziek, dat is mooi.'


Als de altviolist een glissando maakt, een glijdende noot, lacht Van Rijn. Dat is een Romantische verfraaiing, die past niet in de vroegere muziek van Bach. 'Zo'n stilistisch uitstapje is kenmerkend voor het Juilliard. Maar het blijft smaakvol. Ze bewaken de grote lijnen.'


Webern - Fünf Sätze für Streichquartette, opus 5 (Soundmark, 1950-1952)

Van Rijn luistert met een bewonderende glimlach. 'Ze spelen zo gelijk. Echt goed. Alle snelle nootjes spelen ze perfect, terwijl je steeds vaker opnamen hoort waarin dit meer een krioelend klankeffect is dan dat het exact wordt gespeeld.' De spelers weten veel verschillende kleuren aan te brengen, vindt hij. Maar ensembles van nu spelen dit extremer, met meer dynamische verschillen. 'Je moet je tegenwoordig sterk profileren om op te vallen. Zoveel ensembles nemen platen op.' Het Juilliard kiest voor een natuurlijker benadering. 'Dat we nu anders over muziek denken, wil niet zeggen dat ik dit niet mooi vind', verzekert de violist. 'Juilliard heeft een sterk klankideaal, en dat is volheid.'


Van Rijn heeft nog een verzoeknummer: de Lyrische Suite van Alban Berg, van zijn oer-cd. Bij het derde deel hapt hij naar adem. 'Dit is altijd mijn standaard geweest. Je hoort ieder nootje, hoe snel ook - fantastisch. Dit is toch niet te spelen?'


The Juilliard String Quartet, 25/1 Muziekgebouw aan 't IJ Amsterdam, 26/1 Stadsgehoorzaal Leiden, 28/1 Theaters Tilburg.


Levende legende


Juilliard Quartet-oprichter Robert Mann was een legendarisch figuur aan de Juilliard School of Music, zegt violist Joris van Rijn. Mann gaf Van Rijn en zijn kwartet wekelijks les. 'Als we niet genoeg tijd hadden gehad om te studeren, stuurde hij ons gewoon weg. Ik heb wel wat beters te doen, zei hij dan. Hij was altijd erg bezig met zijn hoge leeftijd en wat hij nog allemaal wilde bereiken.' Mann wordt dit jaar 94.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden