F. Springer

In 1946 arriveerde Carel Jan Schneider (14) vanuit wat toen nog juist Nederlands-Indië heette per boot op Ceylon. Hij bleef er een paar maanden, alvorens de reis naar het vaderland voort te zetten, en las er de verhalen van Somerset Maugham. Van hem, zei hij later, leerde hij de eerste beginselen van het vak: 'Verhaal opzetten, paar types bedenken, sterke plot. Dus echt de techniek van het vertellen.'


Toen had je eigenlijk al kunnen voorspellen dat F. Springer, Schneiders nom de plume, heel lang een onderschat auteur zou blijven. Of hij had ver voor Rotterdam van boord moeten gaan en in een andere taal moeten gaan schrijven.


'Verhaal opzetten, paar types bedenken, sterke plot': zo eenvoudig lag het helaas niet, volgens de pausen van het Hollandse schoonschrijven. 'Borreltafelpraat', vonden toonaangevende critici van de eerste boeken van Springer. Het werk miste diepte, de auteur faalde jammerlijk in het aanbrengen van een tweede betekenislaag, laat staan dat sprake was van een derde en een vierde. Exegesedrang is de gesel van onze literatuur. Favoriet Peter Buwalda greep met Bonita Avenue vorige week niet voor niets jammerlijk naast de AKO Literatuurprijs.


Soms, zoals in het geval van Harry Mulisch, treft de dood van een schrijver me omdat ik zo gewend was geraakt aan zijn prominente alomtegenwoordigheid, dat de hoop en het vermoeden rezen dat hij inderdaad - zoals ook hijzelf niet uitsloot - het geheim der onsterfelijkheid had ontdekt.


Soms, zoals bij Jan Wolkers, zijn het de herinneringen aan zijn persoonlijkheid die emotioneren - dat zijn boeken in herinnering veel beter waren dan bij herlezing deed niet terzake. Soms, zoals bij Gerard Reve, laat de dood van een schrijver me tamelijk koud.


Zijn voormalige collega Ben Bot vertelde dinsdag op de radio dat F. Springer zijn pseudoniem had opgedaan in de Margriet. Hij had voor dat blad een kort verhaal geschreven, dat was beloond met 25 gulden. Debuteren in Margriet: F. Springer was een bescheiden en relativerend mens.


Uit Springers mooiste boek, Bougainville, Een gedenkschrift: 'Als ik wil wegvluchten uit de rotzooi van elke dag', zei Tommie, 'noem ik die namen zachtjes op. Ik ben een eersteklas geoefende escapist. Cape Farewell in Nieuw-Zeeland, Alice Springs in Australië, Mandalay in Burma, Bougainville in de Stille Zuidzee, ach, Bougainville, Cox's Bazaar aan de Golf van Bengalen.' Hij was een dubbele escapist: hij vluchtte als diplomaat van standplaats naar standplaats, en in het schrijven.


Het is zeker dertig jaar geleden dat ik de novelle Schimmen rond de Parula las, maar het gruwelijke beeld van de zendeling die door de Papoea's verkeerd is begrepen en aan het kruis is genageld, ben ik nooit meer kwijtgeraakt. Dan heb je dus als verteller wel wat van Somerset Maugham opgestoken.


Hij verschafte ons in zijn boeken een blik op de wereld buiten de bekrompenheid van de Rijndelta, vaak tegen het décor van grote gebeurtenissen. We begonnen pas een beetje te zien hoe bijzonder hij dat deed, toen hij in 1977 door Vrij Nederland werd uitgeroepen tot een van de meest onderschatte auteurs.


F. Springer woonde na zijn pensionering in een appartement met uitzicht op Madurodam - een beetje Nederlandse literator had met de symboliek daarvan wel een extra laagje weten aan te brengen. Hij zei: 'De waarheid schuilt niet in de feiten, maar in het mooiste verhaal.'


De dood van F. Springer raakt me, omdat ik al zo lang van zijn verhalen houd en vertellers hier toch al dun zijn gezaaid.


Geen weemoediger plaatsnaam dan Bougainville. 'Bougainville', had ik willen zeggen, 'Bougainville, Bougainville.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden