Extremistisch optimistisch

De grote belofte van de wereldmuziek, de Malinese zangeres Fatoumata Diawara (30), schreef een vredeslied en verrichtte daarmee een klein wonder. Tot een week geleden regeerde de angst in Bamako, nu klinkt er weer muziek.

Dat de Malinese zangeres Fatoumata Diawara niet van de zwaarmoedige soort was, wisten we al. Het was al te horen op haar breed bejubelde debuutalbum Fatou (2011) en is te zien aan de manier waarop ze zich inmiddels wereldwijd, met gitaar, over de podia beweegt.

Maar dat het 'supertalent van de wereldmuziek', nét terug uit de Malinese hoofdstad Bamako, in het Parijse restaurant Le Roi Du Café zit te stuiteren van de energie en het enthousiasme, dat wekt toch enige bevreemding. 'Ik zie het helemaal zitten met Mali', zegt ze, als een half pond rood vlees voor haar op tafel is gezet. 'Het gaat goed komen.'

Net gebeld met familie misschien, het laatste nieuws vernomen over de bevrijding van Timboektoe? 'Zeker, ik bel elke dag en de bevrijding van Timboektoe was goed nieuws.' Maar maakt de zangeres, die al jaren in Parijs woont en werkt, zich dan geen zorgen over de afloop van het conflict in haar thuisland? Over de aanwezigheid van de Franse troepen in de voormalige kolonie, het mogelijk ondergronds gaan van de moslimextremisten, de dreiging van een lange periode van terreur en aanslagen? 'Nee. Want ik weet nu dat Mali wordt beschermd door de voorvaderen, door de geesten van de Mandinka. Dat dit land nooit, en zeker niet door een stel criminelen dat zich islamist noemt, kapot gemaakt kan worden.'

Diawara registreert de nu toch enigszins verbijsterde blik aan de overkant van het minuscule restauranttafeltje en doet er nog een schepje bovenop. 'Ik ga weer in Bamako wonen. Tijd om terug te keren naar het vaderland, zoals alle Malinese artiesten ooit terugkeren naar Bamako. Ik wil erbij zijn als we het land gaan opbouwen, want het kan geweldig worden.'

Fatoumata Diawara (30) heeft bijna twee weken geleden een klein Malinees wonder verricht en misschien valt daaruit haar ongeremde positivisme te verklaren. In de beroemde muziekstudio Bogolan in Bamako nam de zangeres het lied Mali-ko op, 'vrede voor Mali', met ruim veertig Malinese topartiesten. Een soort Band Aid of USA for Africa, maar dan bedoeld voor gebruik binnen de eigen grenzen van het sinds vorig jaar door rebellie, oorlog en islamitisch extremisme geplaagde land. 'Mali voor Mali', aldus Diawara.

'Ik was in Bamako en zag dat het mis ging. De bevolking krijgt nauwelijks informatie over het conflict en wat zich precies in het Noorden afspeelt. Aan de politiek heb je op het moment niets. Ik merkte dat de Toearegs (het Berbervolk uit de noordelijke woestijngebieden van Mali, red.) de schuld kregen van alle ellende. Zij rebelleerden, zij hadden de extremisten gesteund. Maar ik wist, door het nieuws te volgen in Parijs en door mijn contacten in de Malinese muziekwereld, dat ook de Toearegs slachtoffer waren van de islamisten. Ook Toearegs zijn de noordelijke gebieden uitgevlucht, hebben een veilig heenkomen gezocht in bijvoorbeeld Bamako. Maar wat ik op straat hoorde, ook van vrienden van me die zoiets vroeger nooit zouden hebben gezegd: de Toearegs hebben ons in deze oorlog gestort. Zij zullen moeten boeten.'

Een levensgevaarlijke opvatting volgens de zangeres, zowel voor de Toearegs als voor de natie Mali. Dus vatte Diawara het plan op voor een vredeslied, dat vooral één ding nadrukkelijk moest uitdragen. 'Dat Mali een ondeelbaar land is en dat we er samen uit moeten komen.'

Ze opereerde snel en effectief, want er zat wat haar betreft haast achter de gezongen mededelingen die ze wilde doen. 'Veertig muzikanten uitnodigen en dan samen een lied bedenken? Dat werkt niet, gaat dagen duren. Dat kon ik dus beter eerst even zelf doen. Ik schreef een melodie, voor iedereen een paar tekstregels en vroeg toen alle Malinese muzikanten die ik ken naar Bogolan te komen voor de opnamen.'

Best dapper: een lied opnemen in een land waar extremistische moslimstrijders een paar maanden geleden aankondigden alle muziek te zullen uitbannen. Waar doodsbedreiging zijn geuit aan het adres van muzikanten en waar volgens nieuwsbronnen in het Noorden al gitaren en versterkers uit huizen zijn gesleept en in de fik gestoken. 'Maar kom je aan de muziek, dan kom je aan het hart van Mali', zegt Diawara. 'De muziek is de oerbron van dit land. Een van de oudste instrumenten op aarde, de kora, komt uit West-Afrika. De geesten van de voorvaderen spreken in de muziek, in het geluid van de kora en de n'goni, de kleine Malinese gitaar. Hier is de muziek geboren en nog altijd is de muziek van levensbelang in Mali. Hier word je opgevoed door muziek, je leert in liedjes over je geschiedenis, of over seksualiteit, over emancipatie van vrouwen, over politiek, de voorvaderen.'

En nu dus, in Mali-ko, zou Mali te horen krijgen dat er geen verdeeldheid mag ontstaan tussen de bloedgroepen in het land. Belangrijke boodschap, en studio Bogolan liep vol. 'Iedereen die ik had uitgenodigd, kwam opdagen. Op twee grote sterren na. Wie? Is dat belangrijk? Goed: Salif Keita en Rokia Traoré. Ze waren wel in Bamako, toevallig, maar ze zullen hun redenen hebben gehad. Ze waren niet beschikbaar. Ik wil het er verder niet over hebben.'

Want kijk vooral even wie er wél aantreden in Mali-ko. Het genie van de kora: Toumani Diabaté. De Malinese ster Oumou Sangaré. Het blinde Malinese duo Amadou & Mariam. Vieux Farka Touré, meestergitarist en zoon van Mali's blueslegende Ali Farka Touré. De weergaloze bespeler van de n'goni: Bassekou Kouyaté. De hiphopper Amkoullel. En, vanzelfsprekend, een greep uit Mali's woestijncultuur; een handvol Toeareggitaristen, de door hart en ziel snijdende Berberse zangeres en 'diva van Timboektoe' Khaira Arby.

Zo klinkt Mali-ko als een amalgaam van de muzikale cultuur van het land, van eeuwenoud koraspel, tot scheurende elektrische blues, Toearegzang in het Tamasheq, hiphop en pop. Het perfecte antwoord op de islamistische kolder over 'muziek van satan', zegt Diawara. 'Mali-ko laat horen dat de Malinese muziek nog altijd in beweging is en dat de gitaarmuziek en Berberse zang uit de woestijn ook Malinese cultuur is. We hebben hetzelfde ritme, de muziek is ons Malinese paspoort. Ik heb erbij staan janken toen het lied in twee dagen was opgenomen. Het heeft mij eerlijk gezegd ook de ogen geopend.' Ze wil er verder niet te veel over los laten, maar haar volgende album, dat ergens eind 2013 moet verschijnen, zal heel anders gaan klinken dan haar debuutplaat Fatou. 'Wacht maar. De woestijn zal erin doorklinken.'

De reacties op Mali-ko waren nogal hartverwarmend, zegt Diawara. Kritiek vanuit bevolkingsgroepen die de Toeareg wantrouwen? Geen. Airplay en aandacht in de media? Overdonderend. 'Ik had het niet durven dromen, maar Mali-ko is iedere dag op de tv, klinkt op straat in Bamako, waar tot een week geleden de mensen nog angstig rondliepen en waar de muziek was verdwenen uit de nachtclubs en de studio's. We brachten de muziek terug in het leven. Alsof iedereen er in een barre periode op had zitten wachten. Mali was richtingloos geworden, niemand wist waar het land naartoe moest. De muziek moest, zoals het eeuwen geleden al gebeurde, de weg wijzen.'

En die weg voert volgens Diawara naar niet minder dan een nieuw en glorieus Mali. 'Dat de strijd tussen religies, tussen christenen en moslims, niets oplevert, is inmiddels wel duidelijk geworden in Mali. Ik voorspel dat we als land terugkeren naar de spiritualiteit van het oude rijk, naar het animisme. Naar de overtuigingen van de voorvaderen.'

Ze heeft dat kunnen optekenen na persoonlijk onderhoud met de geesten van de Mandinka. 'Ze zijn opgestaan en beschermen ons.' Dat Franse en Afrikaanse legereenheden daarbij een handje helpen, is volgens Diawara mooi meegenomen.

Noem het een ietwat zweverig betoog van de zangeres, ze gaat er momenteel wel de wereld mee over. Ze sprak over Mali-ko en de 'Mandinka-spirit' op de BBC, gaf interviews weg aan Amerikaanse tijdschriften als Newsweek.

Dat gaat lekker, vindt ze zelf ook: 'Spread the news'. En Diawara verwacht dan ook veel van de stichting die ze in Bamako in het leven heeft geroepen en waarbij alle opbrengsten van de cd-single Mali-ko terecht komen. Een cd die ze verkoopt na concerten, tijdens een net gestarte uitgebreide tournee door Europa en de Verenigde Staten. 'Met het geld helpen we de vluchtelingen bij de repatriëring naar hun dorpen en steden in het Noorden, als het geweld daar definitief is uitgebannen. De kinderen moeten als de bliksem weer naar school, we hebben ze nodig.'

De oorlog in Mali, de vijandelijkheden tussen de bevolkingsgroepen, de lange periode van onzekerheid en het opgelaaide optimisme van de afgelopen dagen - toen er ineens weer muziek te horen viel - heeft voor Diawara iets essentieels aangetoond. 'Alleen de muziek kan Mali in balans houden. Wie de kunst probeert te stoppen, komt ons tegen.'

FotoIvo van der Bent

In eigen land Mali was Fatoumata Diawara (30) kindster, danseres, actrice en musicalster, voordat zij in 2011 internationaal doorbrak als zangeres, met een eigen repertoire aan onweerstaanbare Afrikaanse liedjes. Haar album Fatou uit 2011 werd internationaal geprezen, als onder meer 'het beste van een nieuwe generatie Afrikaanse singer-songwriters' (

, The Telegraph). Diawara speelde vorig jaar vrijwel onophoudelijk in Europa. In de Verenigde Staten werd Fatoumata Diawara vorig jaar ontdekt en dit jaar doet zij daar een uitgebreide tournee.

Geschiedenis van de Malinese muziek

In Mali is muziek van levensbelang. De Malinese gitarist Ali Farka Touré was de eerste die ook in het Westen doorbrak, na hem volgden er velen.

De grote Malinese gitarist Ali Farka Touré (1939-2006, foto rechts) vond zijn blues naar eigen zeggen uit na een aanval van waanzin en een daaropvolgend visioen. Zijn droge, schurende woestijnmuziek uit de regio rond Timboektoe werd begin jaren tachtig ontdekt in het Westen en verspreid over het hele Afrikaanse continent. Aan Ali Farka Touré werd, als een van de eerste Afrikaanse artiesten, het westerse label 'wereldmuziek' gehangen. Muziek in Mali, afkomstig van het volk van de Mandinka tot de Toeareg, is in het land van levensbelang. Reizende lofdichters, of griotten, brengen er zoals in meer West-Afrikaanse landen levenswijsheden over en bezingen de nobele daden van rijke geslachten. In het Westen werd, na Ali Farka Touré, de zanger en albino Salif Keita een grote ster, met als vrouwelijke evenknie de zangeres Oumou Sangaré. De laatste jaren doet een nieuwe generatie vernieuwende Malinese musici van zich spreken. De n'goniband van Bassekou Kouyaté speelt een ruige, bijna rockende Afrikaanse gitaarvariant op houten banjo's. Uit de noordelijke woestijnstreken werden de Toearegbands Tinariwen, Toumast en Tamikrest bekend, met dreinende en meeslepende elektrische rock en blues, geleend van John Lee Hooker, Mark Knopfler en Jimi Hendrix. Deze bands speelden hier de popfestivals plat, van het Britse Glastonbury tot Lowlands.

In Nederland valt deze maand nogal wat Malinese muziek te beleven.

Bassekou Kouyaté en zijn band Ngoni Ba speelden gisteren met de Toearegband Tamikrest in het Utrechtse Rasa, maar de bands zijn de komende weken uitgebreid te zien in onze buurlanden. Salif Keita speelt op zondag 10 februari in het Amsterdamse Paradiso, en Fatoumata Diawara doet vanaf 25 februari vier shows in Nederland, in Rotterdam, Utrecht, Amsterdam en Eindhoven.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden