Exposities bij honderdste geboortedag van Johan Dijkstra Groninger klei kleurt grijs en groen

De oprichting van de Groninger Kunstkring 'De Ploeg', kort voor het einde van de Eerste Wereldoorlog, had alles te maken met de ontwikkeling van Groningen naar regionale metropool....

Van onze verslaggever

Wio Joustra

GRONINGEN

In De Ploeg 1918 - 1941, de Hoogtijdagen schrijft kunsthandelaar en Ploeg-kenner Cees Hofsteenge dat de kunstkring 'als het ware voorbereid was door een decennialange ontwikkeling in de stad Groningen, waardoor een sociaal en cultureel klimaat was geschapen waarin de oprichting van De Ploeg mogelijk werd gemaakt.'

Ook nu heerst in de stad Groningen een cultureel klimaat dat recht kan doen aan retrospectieven van de vroege leden van De Ploeg. Viel het Groninger Henk van Os, oud-directeur van het Rijksmuseum, nog op 'in welk een totaal isolement de revolutie in de kunst in Groningen zich heeft afgespeeld en welk een eenzaam bestaan modern kunstenaar zijn in Groningen moet zijn geweest', het Groninger Museum maakt daaraan een einde.

Nergens komt de 'onwaarschijnlijk grote diversiteit van de kunstproductie van De Ploeg' beter tot zijn recht dan in de omgeving die tot die explosie inspireerde. Het overzicht van Hendrik Nicolaas Werkman ligt nog vers in het geheugen. In de gangen hangt nog een selectie van het werk van Hendrik de Vries.

Het verhindert de stichting Johan Dijkstra en het Groninger Museum niet de tweede ambitieuze overzichtstentoonstelling van een Ploeg-lid binnen een jaar te organiseren. Johan Dijkstra stond samen met Jan Altink, Toon Benes, Willem Reinders en Jan Wiegers aan de wieg van De Ploeg. Als secretaris was het Dijkstra die de geboorte van de kunstenaarsvereniging wereldkundig maakte: 'D'r is hier ien stad 'n verainen opricht van kunstschilders - wie hopen dat er nog ais 'n verainen oet gruien mag, dei 'n noam het dei klinkt.'

Dat dat gebed werd verhoord, lag niet in de laatste plaats aan Dijkstra zelf. Hij was pointillist, expressionist en impressionistisch naturalist. De Vries schreef over Dijkstra dat hij tussen impressionisme en expressionisme stond, maar 'uiteindelijk moeten we toch spreken van een impressionist pur sang'.

Dijkstra maakte schilderijen, aquarellen, litho's, etsen en houtsneden. In de jaren dertig ontwikkelde zijn kunstenaarsschap zich in de richting van monumentale kunstvormen, als glas-in-lood schilderingen (Grote Kerk Dordrecht, Geertekerk Utrecht, Rijksuniversiteit Groningen, klooster Ter Apel), gobelins (Eerste Kamer der Staten Generaal), mozaïeken en wandschilderingen (Oogst in de trouwzaal van het Groninger stadhuis).

Hij vervaardigde toegepaste grafiek, maakte boekillustraties en schreef recensies - niet altijd even gewaardeerd door Ploeg-collega's - in de regionale pers. De veelzijdigheid van Ploeg-kunstenaars is mede te danken aan het isolement van Groningen, waar beeldende kunst niet voldeed als bron van inkomsten.

Dijkstra is na Altink de belangrijkste schilder van het Groninger landschap. 'Ook nadat in Groningen 'de vlam in de pan was geslagen' door het expressionisme gingen we nog een gezamenlijke weg', schreef Dijkstra in 1972. 'Van het Franse impressionisme hebben we veel geleerd. Op de Groninger klei probeerden we de complementaire kleuren uit: zilvergrijs boven het groen, de lucht paarsblauw boven de gouden paardebloemvelden en het gele koren. In het expressionisme leek het noorden een prachtige sketching-ground met zijn forse vormen en talloze kleuren.'

Dijkstra heeft volgens conservator Han Steenbruggen van het Groninger Museum aan verschillende invloeden blootgestaan. De lichteffecten in zijn landschappen suggereren een overeenkomst met de luministen. Hij experimenteerde met een aan Duitsland ontleend expressionisme, schilderde portretten en figuren volgens de kleurprincipes van Kirchner, wat zijn werk een grote vitaliteit en dynamiek gaf. Hij werkte in de stijl van de schilders rond de Bergense School.

Maar zijn grootste inspiratiebron was Vincent van Gogh. W. Jos de Gruyter, die als directeur in de jaren vijftig de basis legde voor de Ploeg-collectie van het Groninger Museum zei daarover: 'Men krijgt zelfs merkwaardigerwijs de indruk dat hij onwillekeurig de verschillende fasen van Van Goghs ontwikkeling in dezelfde tijd zelf doorloopt.'

Steenbruggen, samensteller van de expositie, verbaast zich over het epische karakter van Dijkstra's latere landschappen. 'De expressieve geladenheid van zijn penseel wordt in die schilderijen meer dan eens ontkracht door een overdaad aan landschappelijke details en de neiging tot getekende uitwerkingen. Die gaat in sommige gevallen samen met een sterke hang naar monumentaliteit, wat leidt tot theatrale presentaties.'

Volgens Steenbruggen kwam Johan Dijkstra tot de meest zuivere resultaten als hij zich liet leiden door artistieke intuïtie en kleurprincipes vertaalde naar impressionistische maatstaven. 'Wanneer zijn bezieling het won van zijn ambitie, realiseerde hij kunstwerken die zijn faam als belangrijk kunstenaar rechtvaardigen.'

Johan Dijkstra (1896-1978) - Het Overzicht. Groninger Museum.

Mieke van der Wal e.a.: Johan Dijkstra (monografie). Waanders ¿ 49,50.

Werk van Dijkstra is ook te zien in het Grafisch Museum, Rabenhauptstraat 65, Groningen; het Universiteitsmuseum, Zwanestraat 33, Groningen; bij Galerie Hofsteenge, Gedempte Zuiderdiep 146, Groningen.

Alle exposities lopen tot en met 2 februari.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden